Plan speciale school 'breuk met verleden'

ROTTERDAM, 27 okt. Bij de presentatie van het rapport 'Weer samen naar school' waren de vier onderwijsvakbonden het eergisteren grondig eens. In de voorstellen van staatssecretaris Wallage om het speciaal onderwijs te verkleinen, ontbrak de onderwijskundige component. Terwijl het rapport had moeten gaan over hulp aan zwakke leerlingen, werd erin alleen gesproken van bestuurlijke schaalvergroting.

'De bonden vergissen zich', zegt dr. L. M. Stevens, hoogleraar orthopedagogiek en een van de drie externe deskundigen die aan het rapport hebben meegewerkt. 'Het is geen bestuurlijke oplossing, bestuurlijke schaalvergroting is niet meer dan de eerste stap op weg naar minder speciaal onderwijs. Alle volgende stappen moeten de scholen zelf doen.' Volgens Stevens hoort niet de staatssecretaris maar het onderwijs zelf onderwijs te maken. Of er op basisscholen klasse-assistenten, remedial teachers of taaldocenten moeten komen, kunnen scholen het beste zelf bepalen.

In 'Weer samen naar school' wordt voorgesteld om zwakke leerlingen door extra aandacht zoveel mogelijk op de basisschool te houden. Nu zit vijf procent van de leerlingen tussen vier en twaalf jaar in het speciaal onderwijs, vooral op scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM) en scholen voor moeilijk lerende kinderen (MLK). Het aantal verwijzingen groeit nog steeds. Tegelijk zijn de meeste betrokkenen het erover eens dat het speciaal onderwijs stigmatiserend werkt en een onevenredig grote aanslag doet op het budget van het ministerie van onderwijs.

Volgens Wallage kan aan de groei van het speciaal onderwijs alleen een einde worden gemaakt als 'personele en materiele middelen' van verschillende scholen worden gebundeld. Hij stelt twee varianten voor, waarvan de meest vergaande inhoudt dat zo'n vijftien basisscholen en een school voor speciaal onderwijs onder een gezamenlijk bestuur komen te vallen.

Dit bestuur beslist over de besteding van het gewone geld, van het geld voor speciaal onderwijs en van het zogeheten gewichtengeld, het geld dat scholen krijgen voor leerlingen uit sociaal zwakke milieus en voor allochtone leerlingen. In de andere variant blijven de afzonderlijke besturen bestaan, maar beslist een overkoepelend bestuur over het geld voor speciaal onderwijs en het gewichtengeld.

Het voorstel van de bestuurlijke schaalvergroting had, aldus Stevens, niemand hoeven te verbazen. Hij wijst erop dat ook in zijn studie over speciaal onderwijs al stond dat 'bestuurlijke initiatieven op lokaal niveau gewenst zijn'. Deze geruchtmakende studie verscheen in 1987 en was een co-produktie van Stevens en prof.dr. K. Doornbos, ook een van de externe deskundigen die aan 'Weer samen naar school' meewerkten. Stevens: 'Tot nu toe is de verdeling van het geld een kwestie die alleen het ministerie en de scholen aangaat. Op die manier kun je de sterke kanten van een regio niet benutten.'

Het speciaal onderwijs groeit in de Randstad sneller dan op het platteland, waar minder allochtone leerlingen zijn. Volgens Stevens is dit verschil geen reden om het platteland uit te sluiten van bestuurlijke schaalvergroting. 'Het is de vraag of samenwerking daar minder nodig is. De samenleving stelt steeds zwaardere eisen aan het onderwijs, ook aan dat op het platteland. Zouden de leerlingen daar dan niet mogen profiteren van de expertise op het gebied van speciaal onderwijs?'

Stevens is zich ervan bewust dat bestuurlijke schaalvergroting in het nog steeds sterk verzuilde basisonderwijs 'een on-Nederlandse oplossing' is. 'Het is zeker een breuk met het verleden. Maar natuurlijk hoeft het niet per se om vijftien scholen te gaan, het kan ook met minder.' De voorstellen zullen echter ook om een andere reden op weerstand stuiten. Voor veel scholen is het gewichtengeld een verworven recht. Het geld wordt meestal gebruikt om de klassen te verkleinen. Stevens: 'Die grote klassen zijn natuurlijk lastig, maar als je ze verkleint pak je het onderliggende probleem niet aan. Het echte probleem is dat een onderwijzer niet alle in het onderwijs benodigde vaardigheden onder de knie heeft.'

Volgens Stevens is de oplossing van 'Weer samen naar school' een oplossing 'op het niveau van de onderwijzer in plaats van op dat van de psycholoog'. 'Het gaat om het onderwijs, niet om diagnostische modellen. Daarom denk ik dat deze opzet kans van slagen heeft.'