'Oh yeah man, het is een grote uitdaging'; Gloeilampenconcernpionier in Hongaars kapitalisme

BOEDAPEST, 27 okt. Begin dit jaar bood het hoofdkantoor van het Hongaarse lampenconcern Tungsram in Boedapest nog een klassieke Oosteuropese aanblik. Koude zwart-witte tegels op de grond, muren van cement waarlangs open en bloot leidingen liepen, en directiekamers met kale en gesloten deuren. Nu ligt er stemmig tapijt op de grond, zijn de wanden afgetimmerd met sierhout en staan de deuren open. Binnen praten modern gekapte managers in hemdsmouwen met hun secretaresses waarbij Hongaarse en Amerikaanse klanken zich vermengen.

Eind vorig jaar nam het Amerikaanse General Electric (GE) voor 150 miljoen dollar een meerderheidsbelang in Tungsram, waar nu een van de grote management-experimenten van de jaren negentig plaatsheeft: het transformeren van een traag en vervet staatsbedrijf in een winstgevende kapitalistische onderneming.

Tegelijkertijd was GE's overname van Tungsram ook een coupe van belang voor een bedrijf, dat zijn positie op de Amerikaanse thuismarkt zag aangevreten door de Europese concurrentie van Philips en Osram en dat al vele jaren vergeefs had geprobeerd zijn magere aandeel van 2 procent op de Europese verlichtingsmarkt op te voeren. Met Tungsram kreeg General Electric een Oosteuropees bedrijf in handen met alle bekende manco's van dien. Maar het was ook een bedrijf met een lange geschiedenis en een gevestigde merknaam. En ondanks de fnuikende industriele cultuur van de centrale planeconomie bleef het de afgelopen vier decennia redelijk overeind.

Van Tungsrams 300 miljoen dollar belopende jaaromzet wordt nog altijd 70 procent afgezet in West-Europa waar het bedrijf een marktaandeel van zo'n 7,5 procent heeft. De combinatie GE-Tungsram krijgt daarmee bijna 10 procent van de Westeuropese verlichtingsmarkt in handen. De nieuwe Amerikaanse managers van Tungsram zijn er echter van overtuigd dat de combinatie van kwaliteit en lage lonen die met zo'n 3.000 dollar per jaar eentiende van de Amerikaanse belopen het bedrijf uitstekende kansen biedt voor verdere penetratie van de Westeuropese markt.

Maar zoals GE nu leert en vele Westerse bedrijven met soortgelijke ambities in Oost-Europa nog zullen leren het introduceren van moderne managementmethoden in het voormalige Oostblok is zo simpel als het omscholen van een topvoetbalploeg tot een sterrenteam van volleyballers.

'Het is een grote uitdaging, oh yeah man, het is een grote uitdaging', verzekert de Amerikaanse vice-president James Conheady van Tungsram met een brede glimlach waarin toch een ondertoon van frustratie valt te bespeuren. 'Het is een enorme operatie. We praten over een bedrijf van 17.000 werknemers die de afgelopen 45 jaar in een totaal ander industrieel en filosofisch klimaat werkten en leefden. Daar loop je niet zo maar even binnen om te zeggen: jongens, vanaf vandaag verandert alles. Je moet geleidelijk werken'.

Conheady is een van de tien bij Tungsram geparachuteerde Amerikaanse managers die nu onder de hoede van de voormalige Hongaarse politieke vluchteling George Varga aan de modernisering van het bedrijf werken. Het zijn wat oudere mensen en hun gemiddelde diensttijd bij General Electric beloopt 18 jaar. Vice-president Conheady: 'Hier kunnen we geen jonge tijgers gebruiken. We hebben mensen nodig die de gevoeligheid hebben om tot een cultureel huwelijk te komen. We willen de Hongaren GE niet met alle geweld opdringen. Ons doel is de beste kwaliteiten van GE en Tungsram te verenigen en dat kost tijd'.

Toen de Amerikanen eerder dit jaar in Boedapest arriveerden, troffen ze een zeer autocratisch geleid concern van twaalf over de provincies verspreide fabrieken aan. Werkgelegenheid en het behalen van centraal gestelde produktiedoelen stonden er centraal, en begrippen als winst en marketing leefden nauwelijks. Conheady: 'We stelden vast dat er op alle plaatsen nauwelijks winst werd gemaakt en dat er vooral op het midden niveau volstrekt overbodige bureaucratische lagen bestonden. Door de autoritaire structuur heerste er in het bedrijf een grote angst om initiatieven of besluiten te nemen. Alles werd uiteindelijk naar boven gedelegeerd. En als er dan met vertraging aan de top een besluit werd genomen, stond dat onwrikbaar vast zonder de noodzakelijke variatie- en interpretatiemogelijkheden'.

De vice-president deed ook meer prettige ontdekkingen. Hij zegt: 'Tungsram had vergeleken met de buitenlandse concurrentie bijzonder weinig middelen. Maar die waren wel wijs geinvesteerd en het technologische niveau was soms verbazend hoog. Ze hebben hier bijvoorbeeld een gecomputeriseerde produktielijn voor autolampen van topkwaliteit die worden gekocht door Nissan en Toyota'.

Hoewel het Amerikaanse managersteam pas afgelopen mei goed aan de slag ging bij Tungsram, is er volgens Conheady toch al redelijk wat gebeurd. Hij vertelt: 'Toen hier bekend werd dat wij kwamen, ontstonden de wildste geruchten. Onzekerheid is in tijden van grote veranderingen moeilijk te vermijden en dat geldt natuurlijk voor Hongarije als geheel ook. Toch wisten wij de bijna-paniek te bezweren met de belofte dat er geen massa-ontslagen zouden vallen. We hebben in plaats daarvan in mei een absolute personeelsstop en een regeling voor vervroegde pensioenering afgekondigd'.

Sindsdien daalde het personeelsaantal bij Tungsram van 17.600 tot 15.400. In de komende jaren zullen er, met name in de witte boordensector, nog enkele duizenden mensen afvloeien. Verder werd het naar Hongaarse maatstaven zeer revolutionaire principe van variabele beloning naar prestatie ingevoerd.

Volgens Tungsrams vice-president Conheady investeert GE dit jaar 20 miljoen dollar in de Hongaarse aanwinst. Daarbij mikt het Amerikaanse moederbedrijf niet alleen op proces- en kwaliteitsverbetering, maar ook op eigentijdse wc's en meer hygienische kantines. Tot 1995 komt daar nog 10 miljoen dollar per jaar bij.

Tientallen Hongaarse chefs krijgen nu kapitalistische bijscholing in Boedapest of op het GE-hoofdkwartier in Cleveland. Omgekeerd komen tientallen GE-technici tijdelijk vanuit de Verenigde Staten over naar Tungsram, om het produktieproces door te lichten en machines beter af te stellen. James Conheady zegt daarover: 'Bij een produktielijn van TL-buizen sneuvelden een op de zes produkten. Je liep er letterlijk over een dikke laag glassplinters. Een van onze Amerikaanse ingenieurs, die in de jaren zeventig met dezelfde machinerie werkte, is overgekomen om de zaak beter af te stellen. Dat scheelt ons nu enkele honderdduizenden dollars per jaar'. Ook wil de nieuwe Amerikaanse bedrijfsleiding de autoritaire cultuur bij Tungsram afbreken. 'Wij voeren een nieuwe stijl in', zegt vice-president James Conheady. 'Je ziet, mijn deur staat open. Alle deuren staan hier nu open. Wij willen meer communicatie. Dat bevordert de efficiency en verzacht de soms onvermijdelijke frustratie.'