Nieuw museum toont ontwikkeling van hamerklavier

AMSTERDAM, 27 okt. De Nederlandse musea groeien tegen de verdrukking in en aanstaande maandag komt daar in Amsterdam nog eentje bij: het Sweelinck Museum, een grootse naam voor een kleine onderneming die belangwekkende gevolgen kan hebben.

De ziel van deze onderneming is de Amsterdamse pianoverzamelaar en -restaurator Rien Hasselaar, die zes jaar geleden het plan opvatte om het beste deel van zijn collectie in bruikleen af te staan aan het Sweelinck Conservatorium 'ter lering ende vermaeck'. Voorop stond het educatieve doel, het bieden van informatie over de bouwgeschiedenis van muziekinstrumenten. Direct daarachter kwam de wens om zijn collectie ook in de toekomst bij elkaar te houden en wel in Amsterdam. Maar bovenal wilde Rien Hasselaar dat zijn instrumenten bespeeld zouden worden.

Na jaren onderhandelen gaat nu de droom in vervulling: in drie mooie, lichte zolderruimten aan de Van Baerlestraat zijn zo'n veertig piano's tentoongesteld die te zamen een beeld geven van de ontwikkeling van het hamerklavier. De kern van de collectie wordt gevormd door een serie van twintig, in Amsterdam gebouwde tafelpiano's, kleine instrumenten die er in dichtgeklapte toestand uitzien als langwerpige tafeltjes.

Enkele jaren na de oorlog kreeg Hasselaar toevallig zo'n instrument in handen en nu is hij de specialist op dit gebied. In nissen, waarin vroeger de kantoorbeambten van de Postbank aan hun bureau transacties verwerkten, staan nu deze muziektafeltjes in chronologische slagorde opgesteld en geven een beeld van de Nederlandse burgercultuur in de achttiende en negentiende eeuw, waar muziek een vaste maar bescheiden plaats innam in de huiskamer.

Vleugels werden in Nederland niet gebouwd, wel kamerorgels die er buiten werktijd uitzagen als keurige linnenkasten. De vleugels die in het Sweelinck Museum worden getoond, komen dan ook uit de drie belangrijkste Europese centra Londen, Wenen en Parijs. Broadwood, Streicher, Pleyel en Erard vormen voorlopig het vaste bestand dat in de toekomst door aankopen zal worden uitgebreid. Want met een paar instrumenten uit het Haagse Gemeentemuseum en uit de collectie van de inmiddels overleden Henri Hollander wordt gestreefd naar een zo breed mogelijk scala binnen de notendop van drie expositieruimten. Zelfs aan uitbreiding met oude strijk- en blaasinstrumenten wordt gedacht, die te zijner tijd in vitrines hun wat treurige, zwijgende aandeel aan de educatie zullen gaan leveren.

Met de piano's hebben Rien Hasselaar en het bestuur van het Sweelinck Museum andere plannen: Han Lyre, Han de Vries, Jos van Immerseel en de heer Claassen zijn het roerend eens met de initiatiefnemer: de piano's moeten niet alleen bekeken, maar ook bespeeld worden, dit laatste op verantwoorde wijze. Maar vooralsnog is er onder de pianodocenten van het Amsterdams Conservatorium niemand die echt thuis is in de historische uitvoeringspraktijk. Dit nadeel wordt door Han Lyre, directrice van het conservatorium, als een voordeel gezien: 'Er zijn tegenwoordig zoveel specialisten met ieder hun eigen benadering dat de leerlingen meer gebaat zullen zijn bij cursussen gegeven door wisselende gastdocenten'.

De plannen hiervoor zijn financieel nog niet rond, maar met het aanwezige enthousiasme zal het leven op de zolder van het conservatorium ongetwijfeld binnenkort losbarsten, zodat ook aan dit traditioneel ingestelde instituut een nieuw avontuur van start kan gaan.

Het Sweelinck Museum wordt aanstaande maandag geopend met een besloten concert door Gustav Leonhardt, Bob van Asperen en Andreas Staier. Voor geinteresseerd publiek is de collectie te bezichtigen op afspraak met Rien Hasselaar 020-228068. In het Sweelinckmuseum te verkrijgen: 'De Amsterdamse Piano', door Johan Giskes.