Meer malafide koppelbazen in metaal

ROTTERDAM, 27 okt. Kleine en middelgrote metaalbedrijven maken steeds vaker gebruik van de diensten van onderaannemers (koppelbazen) om hun tekort aan arbeidskrachten op te vullen. Volgens de Industriebond FNV worden ook steeds meer malafide koppelbazen ingeschakeld.

De losse werknemers van deze koppelbazen worden met hogere lonen (100 tot 500 gulden meer per maand dan werknemers in vaste dienst) gelokt. Toch kunnen de malafide koppelbazen hun arbeidskrachten goedkoper aanbieden, omdat ze geen sociale lasten en loonbelasting afdragen.

In de metaalindustrie zijn zo'n 7.000 vacatures die niet op korte termijn kunnen worden vervuld omdat te weinig jongeren voor een technische opleiding kiezen. Er is grote behoefte aan geschoold personeel zoals lassers, pijpfitters, frezers en bankwerkers. Door personeelsgebrek moeten bedrijven veel orders laten lopen omdat ze niet tijdig kunnen worden uitgevoerd.

Als noodgreep besloot de minister van sociale zaken onlangs bedrijven vergunningen te geven voor het werven van vaklieden van buiten de EG. De meeste vaklieden komen uit Joegoslavie.

Als compensatie voor de vakbonden, die vinden dat eerst Nederlandse werklozen aan een baan moeten worden geholpen, zegden de werkgevers toe voor iedere werknemer die in het buitenland geworven wordt, een potentiele arbeidskracht uit eigen land op te leiden.

De landelijke Contactgroep van Werkgevers in de Metaalindustrie (CWM) in Rotterdam ontkent dat haar leden, zo'n 700 kleine en middelgrote metaalbedrijven, arbeidskrachten inhuren via frauduleuze koppelbazen.

Volgens H. Berkhout, districtshoofd van de Industriebond FNV in Dordrecht zorgen bonafide koppelbazen voor de meeste arbeidskrachten die de metaalindustrie nu tekort komt. Maar de activiteiten van malafide, tot het criminele circuit behorende koppelbazen, zijn aanzienlijk toegenomen, zegt Berkhout. Het probleem ligt volgens hem niet bij de koppelbazen. Maar werkgevers zouden meer hun best moeten doen om mensen in vaste dienst te nemen en te houden. Volgens de districtsbestuurder concentreert het bedrijfsleven zich teveel op het Japanse model, waarbij zoveel mogelijk van de activiteiten wordt uitbesteed aan derden.

Zo'n tachtig procent van de bij het CWM (organisatie van kleine en middelgrote metaalbedrijven) aangesloten ondernemingen doet regelmatig een beroep op uitzendbureau's. De ongelijkheid in beloning van vaste en tijdelijke werkkrachten, leidde in 1970 nog tot grote stakingsacties van het vaste personeel voor meer loon.

Volgens A. C. Laanbroek, hoofd personeel en organisatie bij het CWM, moeten de metaalbedrijven wel losse arbeidskrachten inhuren, anders zouden groeimogelijkheden onbenut blijven. Om meer goed geschoolde, vaste arbeidskrachten beschikbaar te krijgen, moet de overheid volgens hem enkele miljoenen guldens investeren in het verbeteren van opleidingen. Daarbij moet het accent worden gelegd op de beroepsvorming in plaats van beroepsvoorbereiding. Volgens Laanbroek moeten er ook meer leerlingwerkplaatsen komen waar mensen zes maanden lang een gerichte vakopleiding krijgen, vooral mensen afkomstig van MAVO en LBO, maar ook werklozen en herintredende vrouwen. Verder moet het imago van de branche verbeterd worden, vindt hij.

Door de massa-ontslagen in het verleden en affaires zoals het RSV-debacle heeft de naam van de metaalindustrie een flinke knauw opgelopen. In Duitsland heerst volgens Laanbroek veel meer een industriele cultuur en wordt het werken in de metaal niet als vies beschouwd. Scholieren krijgen in Duitsland tijdens het algemeen vormend onderwijs het vak 'techniek'. Door de voortschrijdende automatisering in de branche neemt de behoefte aan hoger geschoold personeel toe. Uit onderzoek onder de leden van het CWM blijkt dat van de instroom aan personeel in 1989 18 procent laaggeschoold was. Het jaar ervoor was dat nog 14 procent. De meeste bij het CWM aangesloten bedrijven hebben zo'n 50 mensen in dienst. De bedrijven stellen echter steeds hogere eisen aan hun mensen. Voor het ingewikkelder geworden produktiewerk worden in toenemende mate MTS'ers gevraagd.

Bedrijven proberen tijdelijke oplossingen te vinden voor hun tekort aan werkkrachten, door diepte-investeringen. Vernuftiger machines die minder arbeidsintensief zijn kunnen het tekort op de arbeidsmarkt verminderen. Verder worden functies eenvoudiger gemaakt door ze op te splitsen. Dit werk wordt dan overgenomen door tijdelijke extra krachten, die onder meer van de uitzendbureau's komen.

Constructiebedrijf Van der Cammen (staalconstructies, pijpleidingen, montages) in de Rotterdamse Waalhavengebied maakt vooral staalkonstructies (skeletten) voor bedrijfsgebouwen. Er zijn 100 vaste werknemers in dienst en er is op korte termijn ruimte voor twintig extra krachten, maar die zijn niet te krijgen, zegt algemeen bedrijfsleider ing. J. A. Moons. Daarom leent het bedrijf wekelijks 12 tot 15 mensen in via uitzendbureau's of onderaannemers.

Deze mensen krijgen per maand meer betaald dan de vaste werknemers omdat ze meer uren maken. 'Dit is een akelige situatie', zegt Van der Cammen. Koppelbazen kunnen meer loon betalen omdat ze geen overheadkosten (geen kantoor of andere vaste lasten) hebben. Toch ziet hij zich genoodzaakt van drie onderaanneembureau's gebruik te maken. Overigens ontkent hij dat de losse werknemers ook per uur meer verdienen dan zijn vaste personeel. Van der Cammen benadrukt dat hij werkt met bonafide koppelbazen en dat hun betrouwbaarheid van te voren wordt onderzocht. Verder is hij zeer tevreden over de vakbekwaamheid en inzetbaarheid van het losse personeel.

Dikwijls leidt het verschil in beloning ertoe dat vaste werknemers overlopen en hun diensten bij de koppelbazen aanbieden. Volgens vakbondsman Berkhout is het bijna onmogelijk voor een ondernemer om na te gaan of hij met een frauduleuze koppelbaas te maken heeft of niet.

'Wanneer de ondernemer dit onderscheid al zou kunnen maken, zou hij via de bonafide weg meer betalen dan zijn concurrenten die in het (semi-) criminele circuit opereren. Die laatste zijn dan voordeliger uit en vervolgens loopt het 'integere' bedrijf door de verslechterde concurrentiepositie orders mis', aldus Berkhout. Volgens hem is het ontduiken van belasting door veel bedrijven in de kleinmetaal gebruikelijk.

Van der Cammen zou liever zien dat er via arbeidspools mensen kunnen worden ingehuurd van bedrijven werkzaam in dezelfde branche, omdat daar minder risico's aan kleven. 'De laatste jaren was het kommer en kwel in de metaalindustrie. Massa-ontslagen, scheepswerven kapot, enzovoort.'

Tien jaar geleden besloten bedrijven en vakbonden samen tot de oprichting van arbeidspools om tekorten aan personeel op te vangen, maar die functioneren nu niet meer omdat alle bedrijven voortdurend met een tekort zitten en de arbeidsreserve leeg is geraakt.

Binnen de Contactgroep Werkgevers in de Metaalindustrie wordt gestudeerd op aanpassing van de lonen in de bedrijfstak om werken in de metaal aantrekkelijker te maken. Hoofd personeelszaken Laanbroek denkt niet dat dit zal leiden tot een loongolf omdat de lonen al zo hoog zijn.