Medaillekansen voor Nederlandse boordroeiers op het WK; 'Scullers zijn onmisbaar geworden'

ROTTERDAM, 27 okt. Nederland heeft zijn grote successen in het mannenroeien de afgelopen twee jaar in het scullen behaald. Nico Rienks en Ronald Florijn behaalden de Olympische titel in de dubbeltwee en vorig jaar scoorden de dubbelvier en de lichte skiff met wereldtitels. Schraal staken de boordroeiers daarbij af. Voor een medaille in het roeien met een riem de man moet Nederland acht jaar terug. Toen haalden Sjoerd Hoekstra en Joost Adema het zilver binnen in de twee zonder stuurman. Nu lijkt een vier zonder stuurman de stilte te gaan verstoren. Volgende week op de wereldkampioenschappen in Tasmanie is de vier van coach Walther den Bieman een uiterst sterke medaillekandidaat.

Agressief en hongerig zijn de roeiers Sven Schwarz (26), Jaap Krijtenburg (21), Niels van der Zwan (23) en Bart Peters (25). De kersverse oranjeploeg is dit jaar aan een indrukwekkende zegetocht bezig. Belangrijkste resultaten daarbij waren zilveren medailles op de zware Zwitserse Rotsee Regatta en de Amerikaanse Goodwill Games. De vechtlust en grootse vorm van de vier werden in september nog eens bevestigd. Op de Nereus Bosbaan regatta werd tot twee maal toe het vlaggeschip van de belangrijke roeinatie Groot-Brittannie teruggewezen. Maandag kan de vier op Lake Barrington in de voorwedstrijden de eerste stap op weg naar de grote finale van volgend weekeinde zetten. Bereikt de ploeg het erepodium, dan luidt zij de wedergeboorte van het Nederlandse boordroeien in.

'Het verbaast me dat die jongens aan zo'n goed seizoen bezig zijn', is het commentaar van Jannes Munneke, coach van de zilveren twee zonder stuurman uit 1982. De Groningse tandarts ziet concurrentie in eigen land als belangrijke voorwaarde voor internationaal succes. Daar ontbrak het de vier roeiers van de verenigingen Het Spaarne, Okeanos, Proteus en RIC dit jaar aan. Met enige moeite werden deze winter door de roeibond de vier kunststof riemen bemand. In nationale wedstrijden hebben ze geen enkele concurrentie van belang ontmoet.

Met de jongste successen en een wk-medaille is het Nederlandse boordroeien nog niet uit de problemen. De voorgangers Rienks en Florijns hebben de roeiwereld behoorlijk in de richting van het scullen gestuurd. Daar staat het talent, dat als junior in skiffjes al de eerste halen maakte, nu al te dringen. Hun jarenlange wedstrijdervaring is een welhaast ijzeren voorwaarde voor het oranjetricot. Daar ontbreekt het de meeste boordroeiers, traditoneel veel studenten, nu juist aan.

Onmisbaar

'Deze vier behoort tot de top van de wereld', zegt Jan-Willem Pennink, die in 1964 een twee zonder stuurman naar Olympisch zilver coachte. 'Die jongens hebben een ongelooflijk agressieve manier van roeien en een ontzettend harde en snelle doorhaal. Op trainingen heb ik nog nooit een slechte oefening van ze gezien'. Pennink verwijst naar de aanwezigeid van Krijtenburg en Peters voor de technische kwaliteit van de vier. 'Twee verdomd goede skiffeurs. Omdat de ploegen in het scullen volzaten zijn ze weggedrukt naar het boordroeien. Gelukkig hebben ze dat gedaan. Scullers zijn onmisbaar geworden voor het boordroeien.'

De versie van Pennink wordt heftig ontkend door oud-international Henk van der Kwast. Hij coachte met Den Bieman de afgelopen drie jaar een vier zonder stuurman die twee finaleplaatsen wist te behalen. De roeiers Schwarz en Peters speelden daarbij een belangrijke rol. 'Het boordroeien is een ondergeschoven kindje. Walther en ik zijn er jaren mee beziggeweest daar iets christelijks van te maken. Ik geloof niks van dat scullersverhaal. Volgens mij is het een kwestie van stug doorbouwen in boordroeien. Met klinkende gouden plakken krijgt dat ook weer zuigkracht voor talent.' Van der Kwast erkent wel dat met de oranjevier de boordtop nu 'eng smal' is. 'Maar dat is een modeverschijnsel. In de jaren zeventig bestond het scullen in Nederland ook niet.'

Volgens roeibondsofficial Koos Lubbe kan het boordroeien de komende jaren gaan profiteren van de scullersglorie. 'Als je ziet welk potentieel er nog rondloopt, dan is dat bemoedigend. Daar moeten we gebruik van maken. De mensen die er in het scullen niet aan te pas komen, kunnen ingepast worden bij de boordploegen. Dat is ook bij deze vier zonder gebeurd en dat klikte bijzonder goed.' Volgens Lubbe bevindt Nederland zich in een benijdenswaardige positie: 'de basis wordt breder en de top wordt beter'. Op de WK gaan we nu niet alleen meer voor de finaleplaatsen, maar voor de medailles'.

In Tasmanie bevindt zich nu een omvangrijke equipe. Van de zes mannenploegen zijn er zeker vijf medaillekandidaat, waaronder de vier zonder stuurman. Bij de vijf vrouwenploegen zijn dat er twee. Het commentaar van Lubbe: 'Als we zonder medailles thuiskomen, zou dat zeer teleurstellend zijn'.