Kolleks evenwichtspolitiek verdreven door machtspolitiek; Onzichtbare muur van haat

De tijd is vervlogen dat in de wandelgangen van de internationale politieke instituties de naam Teddy Kollek viel, de bijna tachtigjarige burgemeester van Jeruzalem, als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede. Wie deze dagen in de hoofdstad van Israel doolt, ziet en hoort dat de droom van vreedzame coexistentie tussen joden en Palestijnen, sedert juni 1967 door deze vitale humanist met enorme inzet nagestreefd, in de 'eeuwige stad' onder Israelische soevereiniteit in rook is opgegaan.

Joden en Palestijnen trekken zich terug in hun woongebieden alsof er geen Zesdaagse Oorlog is geweest die de barrieres tussen West- en Oost-Jeruzalem sloopte. Volgens de scheidslijn van voor die oorlog is er nu weer een onzichtbare muur van haat opgetrokken, die beide volken in de stad op afstand van elkaar houdt. En waar ze wel samenkomen zijn grote politietroepen op de been om bloedvergieten te voorkomen.

Maar ondanks het recente bloedbad op de Tempelberg en de daarop volgende vergeldingsaanslagen, is burgemeester Kollek niet uit het lood geslagen en de optimist gebleven die hij altijd was. Als een terrier heeft hij zich vastgebeten in het idee van een verenigd Jeruzalem als hoofdstad van Israel. Voortdurend zegt hij, het lijkt haast tegen beter weten in, dat de huidige moeilijkheden in Jeruzalem van tijdelijke aard zijn en dat in zijn stad vreedzaam samenleven de realiteit is, zoals water zijn weg naar het laagste punt zoekt.

De kracht waarmee hij zich voor dit doel inzet ontleent 'Teddy' aan het politieke testament van David Ben Goerion voor de Klaagmuur, toen die op 10 juni 1967 van de Jordaanse bezetting werd 'bevrijd'. Op die voor hem gedenkwaardige dag, toen de kanonnen in de Sinai-woestijn en op de Golan-hoogvlakte nog bulderden, bracht Kollek met Israels vader des vaderlands een bezoek aan dit joodse heiligdom. Met een scherpe blik op de toekomst zei David Ben Goerion hem dat Israel alle bezette gebieden voor vrede zal moeten opgeven, op Jeruzalem na.

In deze geest heeft Teddy Kollek, na de kort daaropvolgende inlijving van Oost-Jeruzalem, een zo liberaal mogelijke burgemeester van heel Jeruzalem willen zijn. Hij knoopte persoonlijke banden aan met de Palestijnse elite in de stad en met de hoofden van de vele kerkgenootschappen. Zijn politiek werd gekenmerkt door pragmatisme en het opkomen voor minderheidsbelangen in Jeruzalem. Nationalistische demagogie was hem vreemd. Zonder hun principiele verzet tegen de Israelische annexatie van Oost-Jeruzalem op te geven, zagen de Palestijnen in Kollek een man met wie kon worden gewerkt.

Een opiniepeiling over zijn populariteit onder de Palestijnen is nooit gehouden, maar Kollek zat in deze heterogene stad toch stevig in het zadel dankzij de stemmen die Palestijnen in Oost-Jeruzalem bij gemeenteraadsverkiezingen op zijn lijst uitbrachten. Hij werd ook door Palestijnen gewaardeerd als een kundig bruggenbouwer over woelige wateren.

De Palestijnen wisten dat deze onconventionele man nooit zou tornen aan de eenheid van Jeruzalem onder Israelische soevereiniteit. Maar zij wisten ook dat er in Kolleks visie ruimte was voor een grote mate van Palestijnse bestuurlijke vrijheid. En evenzeer was bekend dat hij geen moeite ermee had dat een Arabische vlag in het kader van een politiek vergelijk op Haram al-Sharif (Tempelberg) in top zou gaan.

Teddy Kolleks behoedzame benadering van de Jeruzalemse problematiek is echter op de helling gezet, sedert Likud in 1977 voor de eerste maal de algemene verkiezingen won en Israel verder naar rechts zwenkte.

Geringe competentie

In het gecentraliseerde Israelische politieke bestel is de burgemeester een zwakke figuur met beperkte bevoegdheden. In financieel opzicht is hij sterk afhankelijk van de regering. Huisvesting, onderwijs en dergelijke zaken liggen zelfs buiten zijn competentie. In de uitvoering van zijn liberale politiek werd hij vooral onder het Likud-bewind sterk gehinderd.

Het is hem niet gelukt de Palestijnen in zijn stad het gevoel te geven dat zij gelijkberechtigde burgers zijn. De uit de staatskas komende fondsen werden, buiten zijn controle om, in de eerste plaats bestemd voor de behartiging van joodse belangen in de stad. Palestijns onderwijs, het scholen-bouwprogramma voor de Palestijnse jeugd en de huisvesting van Palestijnen kwamen op de tweede plaats. De nadruk kwam meer en meer te liggen op de verjoodsing van Jeruzalem, op het bouwen van nieuwe grote joodse woonwijken in Oost-Jeruzalem.

Teddy Kollek was daar in principe niet tegen, maar hij begreep eerder dan anderen dat het labiele evenwicht in Jeruzalem alleen kon worden gehandhaafd als ook de Palestijnen een redelijk aandeel in de verdeling van de koek zouden krijgen. Het 'samenleven' in Jeruzalem werd ook ondermijnd door de vooral op Jeruzalem gerichte nationalistische retoriek van het rechtse bewind. Eerst de volstrekt overbodige 'Jeruzalem-wet' die de ambassades uit Jeruzalem deed uitwijken naar Tel-Aviv en later de steeds veelvuldiger provocaties van Palestijnse gevoeligheden hebben aan de coexistentie gevreten.

Kollek was buitengewoon boos toen Arik Sharon buiten de joodse wijk ging wonen, in de oude stad van Jeruzalem. En hij verloor bijna zijn zelfbeheersing toen joodse kolonisten zich uitgerekend met Pasen dit jaar in het St John's Hospice in de christelijke wijk vestigden. Ook de vestiging van een jeshiva (joodse religieuze school) in de Mohammedaanse wijk wekte zijn gramschap op, evenals de recente verklaring van premier Yitzhak Shamir dat er in Oost-Jeruzalem een joodse wijk zal verrijzen op een plaats waar veel Arabische huizen staan.

Volgens de burgemeester van Jeruzalem wordt door deze woorden en daden de belofte tenietgedaan die premier Levi Eshkol in 1967 aan de Palestijnen deed: dat al hun rechten in de Oude stad zouden worden gerespecteerd. Die belofte wordt, meent hij, nu ten onrechte door de regering tot de Heilige plaatsen beperkt.

Naar Kolleks inzicht gedraagt Shamir zich bij zijn verdediging van de Israelische soevereiniteit over de hoofdstad tegen de zware aanval van de Veiligheidsraad op Jeruzalem, als een soort Don Quichotte. Shamirs koppige weigering een VN-delegatie toe te laten om een onderzoek in te stellen naar het drama bij de Al-Aksa moskee op 8 oktober, wakkert volgens Kollek het internationale verzet tegen Jeruzalem meer aan dan nodig is.

Zionistische vijand

Zijn emoties drukken zijn frustratie uit over de politiek van de Likud-regering, die niet alleen in eigen vlees snijdt maar ook Kolleks levenswerk voor Jeruzalem op de tocht zet.

Palestijnse sympathie koopt hij niet meer met zijn vlammend protest tegen de kortzichtigheid van Yitzhak Shamir. Na bijna drie jaar intifadah wordt hij door de Palestijnen onder de 'zionistische vijanden' gerangschikt. In Palestijnse ogen is hij medeplichtig aan het verstikken van hun nationale aspiraties, door zijn inzet Russische joden naar Oost-Jeruzalem te brengen en daar nieuwe joodse buurten te bouwen. 'De keizer is naakt', maar Teddy Kollek heeft nog niet in de gaten dat de Palestijnen hem zo zien.

'Voor de Palestijnen was hij lange tijd een aanvaardbare persoonlijkheid', zei deze week een Westerse consul in Jeruzalem. 'Maar die tijd is voorbij'.

Teddy Kolleks voorzichtige evenwichtspolitiek in Jeruzalem ligt op de vuilnisbelt van de geschiedenis. Israelische machtspolitiek komt er voor in de plaats. 'Als er inderdaad 200.000 Russische joden in Oost-Jeruzalem bijkomen verliezen de Palestijnen de slag om Jeruzalem', zegt de consul. 'Ik zie het die kant uitgaan'.