Koeweit betaalt alsnog claim van Hollandia Kloos

DEN HAAG, 27 okt. De regering in ballingschap van Koeweit betaalt alsnog circa 25 miljoen gulden aan de Nederlandse staat voor een claim van het staalconstructiebedrijf Hollandia Kloos Internationaal. Het bedrijf, waarmee minister-president Lubbers is gelieerd, had de claim via de Nederlandse Credietverzekering Maatschappij (NCM) bij de staat verzekerd. Van het bedrag gaat de helft naar de staat en de helft naar Hollandia Kloos. De problemen gingen over de betaling van de bouw door Hollandia Kloos van een grote hangar voor Kuwait Airways.

Met deze betaling is een einde gekomen aan een zaak die sinds 1980 sleept en die vorig jaar nog premier Lubbers in ernstige politieke moeilijkheden bracht, nadat hij persoonlijk druk op Koeweit had uitgeoefend. Lubbers kreeg het verwijt zijn eigen zakelijke aangelegenheden te vermengen met staatszaken. De relaties met Koeweit waren door deze affaire zodanig bekoeld dat er na het vertrek dit voorjaar van de Koeweitse ambassadeur, Khaled Al-Duwaisan, geen nieuwe kwam; er is slechts een 'tijdelijk zaakgelastigde', Salem Al-Zamanan, in Den Haag gestationeerd.

De ministeries van buitenlandse zaken en financien, die de onderhandelingen met Koeweit hebben gevoerd, zijn schaars met informatie. Desgevraagd wilde de woordvoerder van Buitenlandse Zaken slechts het volgende zeggen: 'Onlangs hebben besprekingen plaatsgevonden over de uitstaande Nederlandse claims uit hoofde van het in 1980 gesloten en bij de staat herverzekerde contract tussen Kuwait Airways en Hollandia Kloos Internationaal. Deze besprekingen hebben geleid tot een oplossing die aanvaardbaar is voor beide regeringen.'

Pag.2: Vervolg

Een van de gevoeligheden betreft het feit dat de NCM, in afwijking van de normale regeling tussen deze kredietverzekeringsbank (grotendeels eigendom van de staat) en bedrijven, had toegezegd dat Hollandia Kloos van de bedragen die door Koeweit zouden worden betaald alsnog de helft zou krijgen. Hoe groot de bedragen waar het om gaat precies zijn, is moeilijk te zeggen als gevolg van koerswijzigingen en rentebijtellingen. De oorspronkelijke claim van de NCM was ongeveer 48 miljoen gulden. NCM heeft circa 24 miljoen aan Hollandia Kloos uitbetaald. De huidige claim van het bedrijf zou nog ergens tussen de 20 en 24 miljoen zijn, waarvan het nu alsnog 12,5 miljoen terug krijgt.

Onder de normale regeling zou Hollandia Kloos slechts hebben uitbetaald gekregen wat er overbleef van de oorspronkelijke uitbetaling door de NCM plus rente. In dit geval zou dat in plaats van 12,5 miljoen slechts een miljoen gulden zijn geweest.

Premier Lubbers heeft in juni 1988 in een persoonlijke brief aan de kroonprins van Koeweit, sjeik Saad Abdullah Al-Salim Al-Sabah, deze Nederlandse claim teruggebracht van 48 naar 24 miljoen. Deze handelwijze van Lubbers werd vorig jaar, na een publicatie van NRC Handelsblad, door alle partijen in de Tweede Kamer het CDA wat voorzichter dan de andere gekritiseerd. Vooral zijn persoonlijke brieven achtte men ongepast. Aan het einde van het debat in de Tweede Kamer beloofde Lubbers zich niet meer in de zaak te zullen mengen zonder de Kamer hiervan vooraf op de hoogte te hebben gesteld.

Tot de inval van Irak in Koeweit sleepten verdere gesprekken over deze zaak met Koeweit zich voort. Onder invloed van de Nederlandse deelname in het Golfconflict is daar verandering in gekomen. Koeweit betaalt nu 2,9 miljoen dinar tegen een vooraf vastgestelde koers van 8,62 gulden. Omgerekend is dat bijna 25 miljoen gulden.

De directie van Hollandia Kloos in de persoon van Rob Lubbers, broer van de premier, heeft direct na de inval van Irak in Koeweit beslag laten leggen op de tegoeden van Kuwait Airways. Er lag vele honderden miljoen aan Koeweits geld, bij onder meer de ABN, de AMRO-bank en bij het bankiershuis Van Lanschot. Die beslaglegging is inmiddels opgeheven. De raadsman van Hollandia Kloos, mr. O. J. C. van Nispen tot Sevenaer, sprak begin augustus al over besprekingen tussen het bedrijf en de Koeweitse autoriteiten, die waren overgenomen door de Nederlandse regering.

Het meningsverschil met Koeweit leidde er toe dat de Koeweitse ambassadeur nog slechts op het niveau van hoge ambtenaren te woord werd gestaan. Hij kreeg daarop de opdracht vanuit Koeweit om vakantie te gaan houden in zijn Wassenaarse villa. Dit voorjaar nam ambassadeur Al-Duwaisan officieel afscheid. Hij kreeg van de minister van buitenlandse zaken een volgens ingewijden ongewoon duur cadeau: een zilveren replica van een oud-Hollands zeilschip. Voor zijn vertrek werd de ambassadeur officieel ontvangen door koningin Beatrix.