Kloof

Hoe hoger onze gemiddelde leeftijd wordt, hoe meer we aftakelen, lichamelijk en geestelijk. De kans op dementie, seniliteit enkindsheid, hoe het allemaal ook moge heten, neemt toe - en daarmee wordt de kloof tussen jong en oud verbreed, vooral als het om familie gaat, en meer specifiek om ouders en hun kinderen.

Waar het voor de ouders al verontrustend is om allerlei dingen niet (meer) te kunnen, zoals autorijden, bukken of zelfs schrijven, is het voor de kinderen vaak onoverkomelijk. Zij zien de geleidelijke aftakeling van wie eens de meesters van hun universum waren met ontzetting, ergernis en onbegrip aan, hoe is dat nu mogelijk, vragen ze zich af. Zoals niemand die in de file staat denkt: straks ga ik misschien dood bij een verkeersongeval. Toch moeten we aannemen dat iedereen die autorijdt wel eens gehoord heeft van de zogenaamde verkeersdoden; zo talrijk dat er na 1918 geen oorlog meer tegen opgewassen was (in de Tweede Wereldoorlog stierven er meer Amerikanen aan het verkeer dan aan de oorlog).

Natuurlijk is het goed dat we niet de hele dag met morbide voorgevoelens rondlopen, maar enig begrip voor ouderdomskwalen zou veel aan de relatie tussen ouders en kinderen kunnen bijdragen. Daar waar nu voortdurende ergernis overheerst. Het is ook niet leuk je eerst zo vitale en heerszuchtige vader te zien ineenschrompelen tot een menselijk wrak, dat de eenvoudigste dingen vergeet en dat alleen over ditjes en datjes kan kouten. Als we het geheugen zien als een stapel blaadjes met indrukken, waar ieder jaar een blaadje bijkomt en waarvan de onderste een beetje gaan kreuken en vergelen, dan moeten we ons de beginnende kindsheid voorstellen als het weghalen van blaadjes van de top, jaar na jaar. Het is af en toe nuttig om het onderwerp te vragen hoe oud zij of hij denkt te zijn. Antwoordt een 83-jarige mevrouw dat ze vaak denkt 46 te zijn, dan betekent dat meestal dat de bovenste blaadjes tot en met haar 46ste jaar weg zijn. Op zichzelf is er dan niet eens veel te merken. Alles schijnt nog te werken en alles wat men op de 46ste leeftijd kon, kan men over het algemeen nog wel, behalve zulke dingen als de afstandsbediening van de televisie hanteren want die bestond toen niet. Het wordt pas nijpend als we onder de twaalf belanden. Allerlei kinderlijke eigenschappen als jaloezie, zelfbeklag en algemene kinderachtigheid steken de kop op. Bekend is het fenomeen dat tegen de dochter die op bezoek is geklaagd wordt over de andere kinderen. Is Wim nog geweest, moeder? Nee, ik heb Wim al tijden niet meer gezien, die komt nooit - dat allemaal terwijl Wim de vorige dag nog acte de presence gaf.

Het is voor de kinderen een gruwel te zien dat hun vader, professor notabene, nu naar de meest kinderachtige televisieprogramma's zit te kijken en geen blik meer werpt in de Scientific American. Zijn politieke kijk is er ook zo op achteruit gegaan, klaagt de oudste zoon. Je kunt geen behoorlijk gesprek meer met hem voeren. Het schijnt hem niet meer te interesseren. Het eist een veranderde instelling, en dat is moeilijk. Veel beter zou het zijn wat minder ergernis te tonen - het oudere onderwerp is er zelf ook niet bijster blij mee dat hij niks meer kan onthouden.

Beter ware het eens uit te zoeken op welke punten het geheugen zwakheden begint te vertonen. Zo heb ik laatst met mijn moeder de tijd sinds 1940 eens rustig doorgenomen, waarbij er veel terugkomt en merkwaardige details aan het licht komen, opgeslagen in kleine achteraflaadjes van de herinnering, want in wezen is veel meer aanwezig, men moet slechts de luikjes weten te openen.

Dit retrograde geheugenverlies is er ook de oorzaak van dat later aangeleerde talen verdwijnen, en alleen de moerstaal overblijft; een hele opgaaf voor het bedienend personeel van bejaardentehuizen.

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat er van kwaadheid over kinderlijk gedrag misschien een kleine opvoedende werking uitgaat als het echte kinderen betreft, maar dat het bij zeer oude mensen niet veel zal verbeteren.

Omdat we uiteindelijk, als ons tenminste een lang leven beschoren is, vrijwel allemaal in dergelijke omstandigheden komen, loont het de moeite om de kinderen, voor zover u die heeft, nu al voor te bereiden op onze eigen aftakeling later. Het is maar te hopen dat het een beetje helpt, en dat ze aardig blijven.