In het hart van Suriname

Van de mensen waar Richard Price in zijn jongste boek over schrijft, bosnegers en zendelingen, lijken de auteur en zijn vrouw nog het meest op de laatsten. Sally (47) en Richard (49) Price maken op uitnodiging van een aantal wetenschappelijke instellingen een korte academische tournee door Europa. Tussen Parijs, Berlijn en Madrid doen ze Nederland aan voor een reeks lezingen. Sally en Richard zijn Amerikaanse antropologen, gespecialiseerd in Suriname. Beiden hebben een aantal bekroonde boeken op hun naam staan. Sally neemt een bezoek aan Nederland te baat om de vertaling van haar laatste boek Primitive art in civilized places met haar uitgever Gary Schwartz van de SDU te bespreken, want het boek moet in december van dit jaar in de winkels liggen. Van Richard is net Alabi's world uit (zie de bespreking van Geert Oostindie in het Boekenbijvoegsel van vorige week), een beschrijving van de moeizame zendingsarbeid van de Herrnhutters onder de Saramaka-bosnegers van Suriname.

Ze spreken Sranan, kunnen Duits lezen en Nederlands lezen en verstaan, maar niet goed spreken. Verder beheersen ze het Saramakaans, een bosnegertaal geent op allerlei Afrikaanse talen en het Portugees (vanwege de Sefardisch joodse plantagehouders in Suriname). Sinds 1966 verrichten ze antropologisch onderzoek in Suriname.

De Europese voorouders van Richard kwamen het begin van de eeuwwisseling aan in Amerika. Afro-Amerikanen zaten toen al eeuwenlang in de Amerika's. Geintrigeerd door de contacten tussen beide groepen bewoners van de Nieuwe Wereld bestudeerde hij de diverse aspecten van de slavernij. Sally Price, die aan de universiteiten van Johns Hopkins, Minnesota en Stanford antropologie doceerde, publiceerde eerder studies over het leven van kurk- en olijfboomkwekers in Andalusie, Caraibische vissers en de bewoners van het Mexicaanse regenwoud. Na diverse omzwervingen belandde het antropologen-echtpaar bij de bosnegers. Samen hebben ze nu ongeveer een halve meter boeken geschreven over een groep van in het oerwoud levende, oorspronkelijk gevluchte slaven, negers. Omdat het zo mooi klinkt, spreken ze onderling regelmatig Saramakaans.

Richard: ' Het Saramaka is de enige creoolse taal die tonaal is. Door de toonhoogte te varieren, verandert de betekenis van een woord. Voor linguisten en in het bijzonder creolisten is het een heel belangrijke taal. In een situatie waarbij geen enkele taal die je om je heen hoort, je moedertaal is, ontstaat creools. Volgens linguisten is het Saramaka de oudste creoolse taal, voor sommigen komt deze taal zelfs het dichtst bij wat Adam en Eva spraken. Maar dat is niet onze theorie.'

Richards boek Alabi's World gaat over een land waarvan de bewoners volkomen verschillende ambities en belangen hebben: plantagehouders, slaven, bosnegers en zendelingen. Het is meeslepend geschreven, maar er ligt door die verdeeldheid ook een waas van droefheid over. Richard: ' Wie over slavernij schrijft, moet beseffen dat hij/zij een maatschappij bestudeert die gebaseerd is op geweld, onderdrukking en verzet. Je kan zo'n maatschappij vanuit ieder van die invalshoeken benaderen, en ik heb voor verzet gekozen. Je hebt door heel Amerika mensen als de Saramaka gehad, slaven die in opstand kwamen, de 'marrons'. Ik vond het niet zo droevig, want ik heb me steeds beziggehouden met de heroische verrichtingen van deze mensen die ondanks alle moeilijkheden en gevaren kans zagen te vluchten en samenlevingen wisten te stichten.'

VERHOUDING GEKERM

Het is waar dat het succesrijke verzet van de Saramaka tegen het opdringend christendom op de voorgrond staat in Alabi's World, maar op de achtergrond horen we steeds het gekerm van de slaven. Van meet af aan werden slaven die van de plantages vluchtten en weer gepakt werden, wreed verminkt. Ook nadat het toenmalige gezag vrede sloot met de onverslaanbaar gebleken bosnegers, bleven slaven vluchten. Geplaagd door een mannenoverschot werden gevluchte slavinnen vaak wel opgenomen in bosneger-gemeenschappen; mannelijke plantageslaven daarentegen werden teruggebracht. Er waren bosnegers en zelfs bevoorrechte slaven die voor een pasmunt op gevluchte slaven jacht maakten. Maar door een samenleving van marrons van binnenuit te beschrijven, meent Richard, ' treedt het Kwaad niet op de voorgrond'. En het Kwaad was groot in Suriname. Als Richard Price Suriname op een schaal van wreedheid moest afzetten, zou hij de achttiende-eeuwse slavenmaatschappij bij de wreedste systemen onderbrengen.

Voor een belangrijk deel baseert hij dit oordeel op het verslag van de Schot John Gabriel Stedman, die in de achttiende eeuw deelnam aan een expeditie die in de binnenlanden van Suriname ontvluchte slaven moest vangen en overvallen op plantages voorkomen. Hierover schreef hij een boek, dat indertijd opzien baarde omdat hij er voor die tijd tamelijk openhartig zijn verhouding met een slavin in beschreef. Op de werkelijkheidswaarde van diens weergave van lijfstraffen voor slaven kan, menen zij, weinig worden afgedongen.

Sally: ' Stedman was geen abolitionist (voorstander van afschaffing van de slavernij H. M.). Het ging hem om uitwassen die moesten worden uitgebannen. Slavernij zag hij zelfs als gunstig voor zowel slaven als hun meesters.' Enthousiast vertellen de Prices over hun vondst van het oorspronkelijke aantekeningenboekje van Stedman. Tussen de inhoud van dit boekje en latere manuscripten van Stedman gaapt een enorme kloof. Richard: ' Stedman was onder andere nog al grafisch in zijn beschrijvingen van erotische ontmoetingen, en die zie je geleidelijk verdwijnen.' Over die vondst en de vergelijkingen met latere teksten gaat de onder hun redactie uitgekomen geannoteerde herdruk van Stedmans A Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam, die in 1988 verscheen en waarvan over een paar jaar een beknopte versie zal verschijnen.

Wanneer het gesprek op het huidige Suriname terecht komt, krijgt een bezorgde toon de overhand. De Prices kennen het Suriname van de jaren zestig en zeventig dat uit veel bevolkingsgroepen bestond, maar niet zoals nu in vijandige en wantrouwige bevolkingsgroepen verdeeld was. De stedelingen hanteerden weliswaar voor alle bosnegers de derogatieve term 'Djuka's' (waarmee Saramaka, Matawai, Djuka en andere groepen werden bedoeld), maar men was verenigd onder de kreet 'Wan pipel' oftewel 'one people'. Triest genoeg, constateren de Prices, is onder het huidige regime sprake van een terugval en wordt weer op bosnegers gejaagd als waren zij mindere mensen. Net als in de tijd van Alabi wordt door veel stedelingen in Suriname de bosnegerbevolking als onbeschaafd en primitief gezien.

Wie bij uitstek aan dat beeld van de onbeschaafde bosbewoner een eind zou kunnen maken, is Sally Price. Zij is een internationaal gerespecteerd collega van haar man. Een van haar specialismen is 'primitieve kunst'. Ze heeft al in vier Amerikaanse steden een expositie georganiseerd van Saramaka-kunst. Helaas liepen al haar pogingen om deze expositie naar Suriname en Nederland te halen, op niets uit.

EXCUSES

Het museum in Paramaribo had graag de artefacten uit het oerwoud tentoon willen stellen. Het was echter, in verzekeringsjargon, onvoldoende in staat optimale condities te waarborgen voor een veilige exhibitie van de vergankelijke materialen. Nederlandse museumdirecteuren kwamen weer met andere excuses. Musea gericht op kunst vonden de expositie 'te antropologisch' en volkenkundige musea vonden de expositie te weinig op de actuele politieke situatie gericht. Een zeer kleine troost is dat er zich in Amerika nog enige duizenden catalogi van deze tentoonstelling moeten bevinden.

Sally neemt afstand van de gangbare westerse opvattingen over wat 'primitieve kunst' inhoudt. In haar in vertaling te verschijnen Primitive art in civilized places stelt zij de westerse interpretatiewoede aan de kaak. Ze zag bijna dagelijks hoe bosnegers allerlei dingen maakten vanuit een louter esthetisch genoegen, onwetend van en ongeinteresseerd in 'symbolische betekenissen'. We lezen in haar boek over een oude bosneger aan wie Sally vertelt wat westerse kunstcritici in zijn houtsnijwerk zien. De halve maan-vorm, vertelt ze hem, is een symbolische representatie van het manlijke geslachtsdeel. De oude bosneger loopt ontredderd weg. De volgende dag is hij weer bij de Prices. Het spijt hem voor de impertinentie, hakkelt hij, en misschien is hij wel vreselijk dom, maar bedoelde zij te zeggen dat het lid van de westerse man in geerecteerde staat de vorm van een sikkel had?

Een andere houtsnijder beheerde een kraampje langs de weg naar het vliegveld Zanderij. Hij verkocht redelijk, maar werd wanhopig van alle toeristen die vroegen welke betekenis een ornament precies had. Uiteindelijk schafte hij zich een boek aan waarin een westerse kunsthistoricus tekst en uitleg gaf van alle bosnegersymboliek. Hij legde het boek bij zijn stalletje en liet iedere weetgrage toerist zelf opzoeken wat willekeurig welk figuurtje betekende. Zelf stak hij er niet zoveel van op, want lezen of schrijven kon hij niet.

Het wordt tijd, vindt ze, voor een herinterpretatie van primitieve kunst in het algemeen en bosnegerkunst in het bijzonder. Niet langer als onderdeel van een kunst waaronder Indiaanse, Eskimo, Papoea en andere kunstuitingen vallen, maar als een kunst sui generis. Haar laatste boek heeft heftige reacties losgemaakt. Ze kreeg veel brieven van 'mensen met Afrikaanse namen' die zich het slachtoffer voelden van de officiele kunstkritiek. Ook kreeg ze veel kritiek te verduren vanuit de rijen van de kunstcritici die zich aangevallen voelden, maar dat ervaart ze meer als compliment.

Uit Surinaamse kringen merken ze geen speciale belangstelling voor hun werk, des te meer echter vanuit de academische wereld. Het laatste boek van Richard staat op de nominatie voor een prestigieuze prijs. Een eerder boek van Sally, over manlijke en vrouwelijke vormen van kunstbeoefening bij de Saramaka, Co-wives and calabashes werd met de Hamilton-prijs voor vrouwenstudies bekroond.

Vrouwenstudies, onderdrukte minderheden, dat geurt vaag naar idealen van de jaren zestig. Zijn jullie van de 'Peter, Paul and Mary-generation' (zangers van het protestlied 'We shall overcome' H. M.)? Richard meent na enig aarzelen van niet. Die discussies over maatschappijvernieuwing gingen een beetje aan hem voorbij. Hij herinnert zich hoe hij het nieuws over de moord op Marten Luther King in het regenwoud vernam via de wereldontvanger. Sally hoorde dat nieuws pas later, zegt ze. Zij zat naar lokaal gebruik ergens in het oerwoud, voor haar maandelijks terugkerende 'menstrual seclusion'. Hans Moll is redacteur van NRC Handelsblad