Hollands dagboek

Dr J. E. Andriessen, de huidige minister van Economische Zaken, werd op 25 juli 1928 in Rotterdam geboren. Hij studeerde economie aan de Erasmus Universiteit, was in de jaren vijftig ambtenaar op Economische Zaken en werd vervolgens hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1963 tot 1965 was hij minister van Economische Zaken in het kabinet-Marijnen. Daarna kwam hij in de Raad van Bestuur van de Van Leer Groep. De laatste twee jaar voor zijn nieuwe ministersschap was hij voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond.

Woensdag 17 oktober

Het rijtje onverhoorde mini-wensen wordt nu toch wel heel klein. Er stonden nog op: het verzorgen van een klassiek platenprogramma voor Hilversum en het Hollands Dagboek schrijven voor de NRC. In ruim een maand tijd is er de vervulling van beide verlangens. Nu niet zeuren dat het slecht valt in een drukke week, doch direct aan de slag.

Het begint met een avondmaaltijd met de top van het Nederlandse bedrijfsleven. De zgn. 'Vogeltjesclub'; de oorsprong van de naam ligt in het duister. Het kan zijn dat het begonnen is in een restaurant met een vogelkooi, maar misschien ook heeft men het woord goudhaantjes willen vermijden. Helaas zitten de vogeltjes wat triest in de veren, want het gaat niet zo goed met de economie. Ondanks soms nog behoorlijke orderportefeuilles worden veel budgetten voor het volgende jaar naar beneden bijgesteld. Men is veel voorzichtiger met investeringen, ondanks Europa, of juist door Europa, waar men overcapaciteit ziet aankomen. Van Oost-Europa verwacht bijna niemand iets; hoogstens op de zeer lange termijn. En de lage dollar bijt bijna iedereen.

Vanzelfsprekend wordt ook over de politiek gesproken. Dat naar aanleiding van mijn pleidooi voor bestendigheid en betrouwbaarheid van de overheid. Doch men veronderstelt te veel, dat de regering een soort raad van bestuur is van de BV Nederland. Natuurlijk komt het kabinet op tal van punten tot een gemeenschappelijk oordeel, maar dan wel vanuit de eigen domeinen, die men degelijk heeft afgeperkt. In mooie eigen nota's, zoals het NMP+, of Recht in beweging, of Economie met open grenzen, of het dikke boek van Jan Pronk. Vaak is regeren behalve het zoeken van compromissen tussen partijen ook het vinden van oplossingen, daar waar de territoria elkaar overlappen. Leg dat maar eens uit aan het bedrijfsleven!

Donderdag

De dag staat in het teken van de Tweede Kamer. Eerst overleg met enkele leden van de PvdA-fractie over de begrotingsbehandeling. Net als het CDA wil men het accent leggen op de middelgrote en kleinere bedrijven. Een goede gedachte; daarvan hebben we er immers ruim 300.000 in ons land.

Daarna met Hans Alders naar een commissievergadering over kernenergie. Dit keer een zeer technisch dossier over veilige en mogelijk nog veiliger kerncentrales in de toekomst, over het opbergen van kernafval en over het verder inrichten van wat ik ' mijn studie' noem. Getallen als 10.000 jaar en 10- rollen over de tafel en zoals vaak bij de kernenergie raken de gemoederen wat verhit. Ik doe er mijn jasje maar bij uit.

Dat doe ik niet enkele uren later op het Catshuis, waar het wekelijks politiek beraad plaats vindt. Voor mij geen bijzondere problemen, behalve de formulering van de adviesaanvraag over de mid term review aan de CEC, een hoog ambtelijk college. Het ziet er naar uit dat de Kerstvakantie dit jaar wel heel kort gaat worden. Voordat de Kerstboom is uitgevallen, moeten we al aan het werk voor de ' tussenbalans'.

's Avonds stukken voor de Ministerraad (gelukkig beginnen we morgen niet vroeg) en een nieuwe CD met vioolconcerten van Goldmark en Korngold.

Vrijdag

Regeren is soms slavenwerk, maar je zit er wel netjes bij. Gisteren het Catshuis en nu de Treveszaal, waar de Ministerraad wordt gehouden. Bijna altijd overweldigt het on-Nederlandse barok van die zaal mij. Ik herinner mij het gevoel toen ik er na bijna 25 jaar weer in terugkeerde en ik sla vervolgens de dossiers open. Een enkele collega die weet van het dagboek, vermoedt dat ik mijn mond wel voorbij zal praten. Dat zullen we dus niet doen. Of toch?

Vooruit, een enkele opmerking dan maar. Als EZ heb je met veel dingen in de Ministerraad te maken. Maar je moet ook een principiele inzet hebben. Dat is voor mij de betrouwbaarheid van de overheid en de uitvoerbaarheid van regelingen. Veel rechtvaardig lijkend beleid is in onze gecompliceerde maatschappij alleen maar zeer ingewikkeld uit te voeren. Met het risico dat het bedrijfsleven of de burgers er niet mee uit de voeten kunnen. In de trade off tussen mooi en uitvoerbaar beleid neigt mijn keuze naar het laatste.

Vandaag zijn er twee blommige onderwerpen op dit gebied. Bij een daarvan ontspint zich een uiterst levendige discussie. Zelfs Hans van den Broek kijkt op uit zijn codeberichten, raakt bezorgd over zijn pensioen en werpt zich in de strijd. Resultaat: een en ander wordt nog nader bezien. Niet onaardig.

De avond begint met besprekingen met Volvo en Fokker, twee ondernemingen waarbij EZ zich nauw betrokken voelt. Niet geschikt voor publikatie!

Tegen twaalf zijn de weekend-tassen uitgepakt. Het stemt mij treurig, want ik tel zes toespraken, die moeten worden voorbereid, drie dossiers voor Kamerbehandeling (waaronder de EZ-begroting) en een dik pak notities. Hier en daar knabbel ik er wat aan.

Zaterdag

Lichtzinnig laat ik het werk voor wat het is en ga naar Belle van Zuylen. In het kasteeltje vlak bij Utrecht wordt haar geboortedag, precies 250 jaar geleden, herdacht. Zij was haar tijd ver vooruit, maar gelukkig hebben we nog haar in het Frans geschreven boeken en brieven. We horen een schitterende voordracht van Pierre Dubois, die met zijn vrouw aan de biografie van Belle werkt. Merel Laseur leest in prachtig Frans een van haar brieven. Een zinsnede daaruit: '... .maar waarom iemand als een geheel beoordelen? Welk mens is uit een stuk?' Er is ook een kleine tentoonstelling. Kortom een mooie morgen.

's Middags papierwerk, een uurtje golfen in mijn eentje met slecht resultaat, en daarna weer aan de PC voor de speeches. Overpeinzing van een gefrustreerde golfer: dat spel moet zijn uitgevonden voor niet denkende robots. Zodra er een mooie gedachte bij mij opkomt of de automaat iets faalt, raakt de bal verloren.

's Avonds een diner op de Franse ambassade. Ik tref het met mijn tafeldames, want die maken zo'n avond. Beiden hebben een grote internationale ervaring en kunnen daarover boeiend vertellen. Mijn rechter buurvrouw was ook bij Belle van Zuylen. Waarover kan het kabinetsantwoord op de fraaie toespraak van de Franse ambassadeur dan anders gaan dan over Belle, die ruim 200 jaar geleden al over de landgrenzen heen ons hoop voorhield als het beste antwoord op teleurstellingen.

Zondag

's Morgens in bed: kranten en (economische) tijdschriften. Een goede oogst: geen vernietigende kritiek en zelfs een complimenteus verhaal in het Financiele Dagblad. IJdel uit bed gestapt.

Rest van de dag: werk bij muziek van Mozart en een van Bach's zonen. Vooral de voorbereiding van de begrotingsbehandeling EZ vergt vele uren. Het is onvoorstelbaar hoeveel vragen Kamerleden zouden kunnen stellen. Bij de rangschikking van het materiaal op de PC krijgt het stuk over de economische situatie een wat somberder inslag. Ik kom tot wel tien punten waarom er slechter weer valt te verwachten. Eens kijken wat de medewerkers er morgen van zeggen. Immers: ' Governments have an important role to play in maintaining and nurturing confidence'.

Helaas maar enkele bladzijden kunnen lezen in A prayer for Owen Meany, het enige boek van John Irving dat ik nog niet ken. Hij was in Nederland, maar een schrijver die je hoog hebt, kun je beter niet zien. Tussen boek en mens staat doorgaans veel in de weg.

Maandag

De stafbespreking is voor mij een van de beste uren in de week. Veel komt aan de orde. Wij praten iets langer over de inzet van EZ bij de politieke hervormingen van de Europese Gemeenschap.

Daarna een gesprek met Ruud, Wim, Bert en Elske, Jo en Jacques (de lezer zoekt het maar uit) over de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Dus het zgn. dossier Rauwenhoff, dat morgenavond met de sociale partners zal worden besproken. Onderwerpen zoals: levenslang leren, startkwalificaties, drop-outs en het leerlingwezen passeren de revue. Voor EZ van groot belang, omdat ik vrees dat veel jongeren door de school niet af te maken of door een verkeerde schoolkeuze (te weinig techniek) later in de ww of de wao terecht zullen komen.

Voor de rest van de dag spring ik van milieuproblemen naar de defensie, van de scheepswerven naar de elektriciteit enz. Kortom, business as usual.

Dinsdag

Een dag zonder bijzonderheden met uitzondering van twee interviews met deze krant en Het Parool. Daar ik in totaal maar 1750 woorden heb, spaar ik voor nog twee dagen.

Woensdag

Begin van de begrotingsbehandeling EZ in de Tweede Kamer. Alle partijen doen eraan mee. Natuurlijk is men nieuwsgierig naar meer nieuws over de economische situatie. Maar daarnaast is er ook een trommelvuur van specialistische vragen. Om van het antwoord daarop een totaal betoog te maken, zal niet eenvoudig zijn. Dat wordt nachtwerk.

Eerst wacht mij een andere zeer aangename taak. Hare Majesteit heeft het midden- en kleinbedrijf gekozen als speciaal onderwerp voor deze herfst. Dat betekent dat zij zes ochtenden of middagen besteedt aan het werk van de kleinere ondernemingen en ook aan hun organisaties. De minister heeft haar uitnodiging tot begeleiding bij het gehele programma natuurlijk graag geaccepteerd. Een aantal onderdelen zijn al achter de rug. Vooral enkele vergaderingen, waarin de Koningin goed voorbereid als altijd heeft deelgenomen aan gelukkig levendige debatten.

Vandaag staat een bezoek aan Gorcum op de agenda. Op allerlei plekken (winkelcentra, winkels, waaronder een drogist en een supermarkt) vinden we vele soorten ondernemers, die hun verhaal vertellen. Duidelijk zijn de gesprekken met allochtone en met vrouwelijke ondernemers. Heel pregnant is de uitleg in een klein kamertje van een administratiekantoor waarom door de ingewikkeldheid van de overheid zelfs kleine ondernemers praktisch niet meer zelf hun boekhouding kunnen doen. Roerend is het om te zien hoe sommige mensen toch even moeten slikken voor zij tegen de Koningin durven te spreken.

Om half acht terug in Den Haag. Nog kan ik mij niet storten op de begrotingsrede, want er wacht een vergadering in de Treveszaal tussen een zware ploeg uit de Ministerraad en een even zware ploeg van de sociale partners. Het onderwerp is Rauwenhoff (zie boven). We komen er niet helemaal uit, maar er ontstaan toch genoeg openingen voor mogelijke oplossingen.

Tussendoor krijg ik van Jan Timmer nog het dramatische bericht van Philips. Dramatisch voor al die duizenden mensen die hun werkplek gaan verliezen. Ook een ongelooflijk zware beslissing voor de top, die om de concurrentie in de wereld aan te kunnen zover moet gaan. Je krijgt echt het gevoel dat de continuiteit van de onderneming in het geding is en dat men wel diep moet snijden om die te verzekeren.

Pas laat in de avond terug naar het departement om met een reeks medewerkers de begrotingsspeech te voltooien. Men heeft echt zijn best gedaan. Niet iedereen krijgt al zijn antwoorden, maar we komen toch tot een behoorlijk doortimmerd betoog. Rond twee uur lig ik in bed.

Donderdag 25 oktober

In de Kamerrede probeer ik het evenwicht te vinden tussen een reeks niet zo gunstige aanwijzingen voor de economische situatie en een onverantwoord pessimisme. Economie is voor een groot deel psychologie en je kunt elkaar goede en slechte dingen aanpraten. Beide zijn niet op hun plaats. Maar ik denk dat de boodschap overkomt, dat bij economische turbulentie de veiligheidsriemen moeten worden aangehaald. Of met een ander beeld: na het feest van een wel zeer gunstige conjunctuur moeten het bedrijfsleven en de overheid de wijn en de taart voorlopig maar even in de ijskast zetten.

Met dit beroep op enige soberheid neemt uw berichtgever afscheid van zijn dagboek.

Dr J. E. Andriessen