Hoe meer Rudy Dhaenens klaagt, hoe beter hij rijdt

Bijna twee maanden geleden werd Rudy Dhaenens (29) wereldkampioen. Een knecht kroop uit zijn schulp. Na jaren van hand- en spandiensten aan kopmannen besloot de Belg zijn kans te grijpen. Een vurig, maar te lang seizoen eindigt vandaag met een petitie van Dhaenens aan de internationale wielerbestuurders. Een verhaal over afspraken, investeringen, relaties, belangen en veel trainen. En waarom vriend, ploeg- en landgenoot Dirk de Wolf van Dhaenens geen wereldkampioen mocht worden.

VOSSELARE, 27 okt. In een hoek van de kamer piept een fax. Er blijkt een brief van PDM op komst. Greta Dhaenens grist het papier uit het apparaat en ziet dat het een mededeling betreft het weekend-programma van haar man is. Vrijdagochtend per vliegtuig naar Montpellier voor de finale van de wereldbeker, zaterdagavond naar Barcelona voor de Grote Prijs Montjuich, zondagavond weer thuis. 'Fijn, dan kan Rudy maandag ten minste mee naar het ziekenhuis voor de echo. Hij is nog niet meegeweest. Maandag wilde hij er eindelijk bij zijn.' Over drie a vier weken verwacht ze haar eerste kind. Gelukkig in een periode dat Rudy niet meer hoeft te fietsen.

'In november doe ik niks. Dan zeg ik tegen iedereen nee. Dan krijgt mijn kind alle aandacht.' Het seizoen is zwaar geweest, vooral lang. Te lang, vindt Dhaenens. Klassiekers, etappewedstrijden, Ronde van Zwitserland, Tour, wereldbekerwedstrijden, wereldkampioenschap in Japan en dan weer klassiekers en wereldbekerwedstrijden, tot in Montreal. Dhaenens heeft op de etappewedstrijden na in elke koers een rol van betekenis gespeeld. Hij werd wereldkampioen en eindigde als tweede in het klassement voor de wereldbeker. Na negen maanden fietsen is hij verzadigd. En hij niet alleen.

Dit weekeinde zal Dhaenens tijdens de officiele uitreiking van de wereldbeker in Lunel, Zuid-Frankrijk, ondertekend door het twintigtal aanwezige renners, maar ook namens Criquielion, Fignon, LeMond en Nijdam, aan de voorzitter van de internationale profsectie Hein Verbruggen een petitie overhandigen. Daarin stelt Dhaenens voor het seizoen op 15 oktober af te sluiten met zoals vroeger de Ronde van Lombardije. Bovendien tekent het rennerscollectief bezwaar aan tegen een tijdrit als sluitstuk van de wereldbekercyclus, zoals die vandaag wordt verreden.

Eigen belang

'Alle wereldbekerwedstrijden zijn koersen', verklaart Dhaenens. 'Waarom dan nu ineens een individuele tijdrit? De ploegentijdrit in Eindhoven is wat anders. Die telt niet mee voor het individuele klassement.' De ploegleiders staan achter het initiatief van de renners, weet Dhaenens. En ook de organisatoren. Wat moeten die immers met uitgebluste renners? Hij vindt dat er maar gemakkelijk wordt gedacht door de internationale bestuurders. 'Zij stellen het programma samen. Wij hebben maar te luisteren. Daar moet een einde aan komen. Even naar Montreal vliegen voor een wedstrijd en weer terug. Dat is toch te gek. Met die wereldbeker is er een koers in de koers bijgekomen. Ik moest wel overal meerijden om punten te halen voor de wereldbeker, omdat ik hoog genoteerd stond. Er wordt alleen maar eigen belang gedacht. Niet aan ons. Ik zou in Lunel van de dokter eigenlijk niet eens mogen rijden omdat ik door overbelasting een gezwollen klier in mijn lies heb. Maar ik kom mijn verplichtingen na.'

Dhaenens geeft toe: hij is van nature een klager. In de ploeg van Gisbers zijn ze er al een beetje aan gewend. Hoe meer hij klaagt, hoe beter hij rijdt. 'Er is altijd wel iets wat niet goed is. Maar ik heb toch een vrij sterk karakter in de koers. Zij rijden me er nooit af.' Als jonge renner van zestien toonde hij dat al, op de fiets die hij van zijn oma had gekregen. 'Met de wind in de rug werd ik er afgereden. Niet omdat ik moe was, maar omdat ik de pedalen niet rapper wilden. Met de wind tegen kwam ik dan weer terug.'

Hij moet een beetje pijn voelen om tegen te vechten. Misschien een kwestie van karakter, misschien van opvoeding. Hij verwijst naar zijn eerste ploegleider Berten de Kimpe. Een gezette, goedaardige, zwijgzame Vlaming die jarenlang onder meer Criquielion en Kelly naar overwinningen loodste. 'Dank zij hem ben ik prof geworden. Hij zette me nooit onder druk, liet me het zelf uitzoeken. Het enige wat hij zei was: 'Dhaentje, jongetje, doe maar je best'. Hij wilde niet dat ik kleine koersjes reed. Alleen de Ronde van Vlaanderen, Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix zijn belangrijk, zei hij. Dat heb ik goed onthouden. Vlaanderen en Roubaix zijn mijn wedstrijden. Daar heb je karakter voor nodig.'

Gedienstig

Winnen deed Dhaenens voordat hij begin september de wereldtitel veroverde, zelden. Hij was een gedienstige renner, offerde zich op voor renners in zijn ploeg met meer talent. Criquielion, Kelly, Rooks, Van der Poel, Theunisse, Alcala en Breukink konden altijd op zijn steun rekenen. Verschil in aanleg. 'Ik ben geen sprinter, ik was geen type die een koers kan afmaken. Daarom had ik geen keus. Maar ik heb er nooit moeite mee gehad. Het is toch het ploegenbelang dat telt. Een ploeg is sterker dan een individualist. Wil je winnen dan moet je toch egoistisch zijn ingesteld.' Dhaenens heeft het nooit betreurd dat hij zichzelf heeft weggecijferd ten koste van anderen. 'Als ik er maar dankbaarheid voor terug krijg.'

Natuurlijk is hij weleens teleurgesteld in renners voor wie hij zich uit de naad heeft gereden. Maar het geeft geen pas, zegt hij, namen te noemen. Nou vooruit dan: voor de Oostduitser Ampler zal hij nooit rijden. 'Die heeft een te egoistisch karakter. Vind ik eigenlijk wel begrijpelijk. Die is bij de DDR-amateurs altijd kopman geweest. Die weet niet beter dan dat er voor hem voor gewerkt. Daarom gaat hij ook weg bij PDM.' Maar hij zal zijn trekken wel thuis krijgen, veronderstelt Dhaenens. Zo werkt het nu eenmaal in het profpeloton.

Investering

Zijn wat serviele houding is een goede investering geweest, denkt hij. En niemand heeft negatief gereageerd op zijn wereldtitel. LeMond niet en zelfs niet Fignon, met wie hij een vertrouwensband zegt te hebben. En aan de uitdrukking op hun gezicht kon je wel zien dat ze het meenden. 'Kelly had bijvoorbeeld op het WK best in de achtervolging mogen gaan. Dat was zijn recht. Maar hij deed het niet omdat hij wist dat ik voorop lag. Natuurlijk. De Wolf en ik zijn bij PDM ploeggenoten, maar Kelly is wel een Ier en ik een Belg. Ik beschouw zijn houding als een logisch bedankje voor wat ik al die jaren voor hem deed.'

Hij verwijst naar het felicitatie-telegram dat hij een dag na zijn wereldtitel van Knetemann kreeg. In maart 1983 schoot hij in Dwars door Belgie de Nederlander die op een auto was gebotst te hulp toen deze zwaar gewond aan de kant van de weg lag. Dhaenens was de enige renner die afstapte om Knetemann te helpen. Hij was door een lekke band achterop geraakt. 'Plotseling zag ik honderd meter voor me Knetemann door de lucht vliegen. Het was een verschrikkelijk gezicht. Ik ben onmiddellijk gestopt. Het eerste wat Gerrie vroeg of hij wat aan zijn gezicht had. Niks jongen, zei ik. Ik heb zijn arm bij de slagader afgebonden omdat hij verschrikkelijk bloedde. Later bleek dat dat heel belangrijk is geweest. Zijn arm had misschien geamputeerd moeten worden. Ik ben net zo lang bij hem gebleven tot de ambulance kwam. Ik heb op dat moment niet beseft dat hij dood had kunnen bloeden als ik hem niet had geholpen. Ik vond het heel normaal.'

Gevaarlijk

De laatste drie jaar werd Dhaenens niet in de Belgische selectie opgenomen omdat bondscoach Merckx zijn karakter kennende er van uitging dat hij zijn ploeggenoten bij PDM Rooks en Theunisse zou steunen. Dit keer kon Merckx niet om Dhaenens heen. 'Hij voelde aan dat ik in vorm was en daarom eens zelf wereldkampioen wilde worden. Hij wist dat ik niet voor Breukink of Kelly zou rijden. Je bent pas gevaarlijk als je slecht rijdt. Dan kun je voor steun aan een ander kiezen. Dat hoefde ik Merckx niet te vertellen. Dat weet hij.'

Dhaenens was zo overtuigd van zijn kansen dat hij in de slotfase van de titelstrijd zijn ploeg- en landgenoot zelfs zijn beste vriend Dirk de Wolf niet de wereldtitel gunde. 'Ik heb de laatste meters bewust de linkebal gespeeld. Ik heb risico's genomen, want omdat ik niet meereed konden de anderen dichterbij komen. Zoals Argentin deed toen ik met hem de finale van de Ronde van Vlaanderen in ging. Het kwam goed uit dat Dirk altijd op kop wil rijden. Die gaat wel vaker ten onder aan zijn enthousiasme. Hij is dom geweest. Achteraf zei hij dat hij kramp had gehad. Maar dat wilde hij natuurlijk niet laten merken. Dat heeft hem misschien de wereldtitel gekost.'

Maar er speelden andere belangen. 'Ik moest gewoon winnen', analyseert Dhaenens. 'De Wolf had al voor het WK voor de ploeg van De Vlaeminck getekend. Zou hij wereldkampioen worden dan had er volgend jaar geen PDM-renner in de regenboogtrui gereden. Als De Wolf nog niet had getekend en bij PDM was gebleven, had ik in de laatste meters ook kopwerk gedaan. Dirk is mijn beste vriend, ik train nog elke dag met hem, maar hij heeft niet tot na het WK gewacht om te tekenen. Hij heeft niet kunnen wachten totdat ik een beslissing nam over een contract bij De Vlaeminck.'

Betaling

Volgens een code in de beroepswielersport betaalt de winnaar. Dat kan in geld worden uitgedrukt, maar ook door andere wederdiensten. Dhaenens laat in het midden hoe hij De Wolf bedankt voor zijn steun op het WK. 'Hij heeft er baat bij dat ik voor criteriums wordt gevraagd. In de contracten laat ik opnemen dat Dirk ook moet rijden. Dat is geen probleem. Want elke organisator wil ons allebei.'

De wereldtitel levert Dhaenens vanzelfsprekend een beter salaris op. Maar onderhandelen is niet zijn sterkste vaardigheid. Daarom heeft hij de burgemeester van Ronse, mr. Crucke, een man die zich ook al bezighield met de affaire Criquielion-Bauer, gevraagd hem bij te staan. 'Als renner kom je binnen bij een onderhandeling. Je weet precies wat je wilt vragen. Maar na twee uur praten verslap je omdat je geen zakenman bent. Voordat je het weet sta je buiten en heb je niet wat je wilde.'

Dhaenens heeft nog niet over zijn toekomst beslist. 'Ik heb nog een contract voor een jaar. Maar ik kan me ergens anders verbeteren. Dat is mijn recht. Ik heb aanbiedingen van vier ploegen. Die kan ik niet noemen. Dat is afspraak omdat die ploegen anders worden beboet. En ik wil ook verder als ik niet voor hun teken. Toevallig boden ze alle vier hetzelfde bedrag. Dus ga ik er van uit dat dat mijn marktwaarde is. PDM bood mij een nieuwe contract voor twee jaar met een bedrag dat twintig procent lager lag. Maar omdat ik toch liever bij die ploeg blijf, heb ik het voorstel gedaan met het verschil van tien procent genoegen te nemen. Ik lever dus in als ik bij PDM blijf. Dit weekeinde hoop ik in Lunel van manager Krikke antwoord te krijgen. De uiterste termijn is 12 november.'

Correct

Het zijn de lusten en de lasten van een wereldkampioen. Dhaenens zegt een ding goed voor ogen te willen houden. 'Correct zijn. Een woord is een woord. Ik hou er niet van dat het lang duurt om afspraken na te komen. Ik moet niet dagen op een bericht wachten als het voor vandaag is afgesproken. Zodra je aan mensen gaat twijfelen is samenwerking niet meer mogelijk.' Hij kent de ervaringen van een groot aantal van zijn voorgangers die gebukt onder de last van de regenboogtrui weinig meer presteerden. Zijn voordeel kan zijn dat hij toch al niet te boek stond als een winnaar. 'Maar Criquielion is toch ook pas na zijn wereldtitel gaan winnen', is zijn verweer. 'Ik heb toch veel ereplaatsen behaald, vaak tweede of derde. En in de wereldbekerstand ben ik wel tweede geworden. Als je zo vaak bij de eerste vijf bent geeindigd, kun je ook winnen.'

Na de tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen zag hij kansen op een hoge klassering in het wereldbekerklassement. Temeer omdat de klassieker-kopman Kelly door een armbreuk wegviel. 'Ik heb altijd hard getraind. Ik moest wel omdat ik niet zo talentvol ben. Na Vlaanderen ben ik nog meer gaan trainen. Het moest een keer lukken. Toen ik in augustus voelde dat ik in topvorm was, besloot ik me te richten op de wereldtitel. Twee weken voor het WK stond ik elke morgen om vier uur op. Mijn ploegleider Jan Gisbers en Eddy Merckx hadden me dat aangeraden. Niet om te trainen maar om te wennen aan de Japanse tijd.'

Om de tijd tussen opstaan en het uur dat het licht wordt te doden, besloot hij miniatuur-auto's in elkaar te zetten. Als jonge jongen was hij altijd een knutselaar geweest. Zijn opleiding aan het Vrije Technische Instituut in Deinze, waar hij alvorens hij voor het wielrennen koos electronica studeerde, kwam hem goed van pas. 'Ik was gespecialiseerd in besturingssystemen en het maken van computerprogramma's. Rijden met die autootjes vind ik niet zo leuk, maar bouwen wel.' Hij wijst naar zijn laatste aanwinst. Een Corvette, een sportwagentje dat zeventig kilometer per uur haalt. Een autootje met benzinemotor en veringen op oliedruk. Dhaenens kocht het na het wereldkampioenschap op het vliegveld in Japan. Hij heeft er nog geen vinger naar uitgestoken. Gewoon geen tijd meer voor.

Kapot

Een week voor het WK vertrok de Belgische ploeg naar Japan. In tegenstelling tot de Nederlandse selectie die veronderstelde 24 uur voor de titelstrijd te kunnen aankomen. 'Nou', weet Dhaenens. 'Een dag na onze aankomst trainden we op het parcours. Ik ging kapot op die beklimming. Ik dacht ik word nooit wereldkampioen, maar die Nederlanders zeker niet. Ik begrijp nog niet hoe ze zich zo hebben kunnen laten flikken. Als ik Breukink nu zie zeg ik: 'Volgend jaar een week eerder gaan Erik.' Dan is het in Stuttgart. Als Breukink een week eerder in Japan was gekomen, had hij wereldkampioen kunnen worden.'

Trainen is Dhaenens lust. Op de ochtend dat de Belgische selectie naar Japan zou vliegen, stond hij weer om vier op. Toen het om half zes licht werd stapte hij op de fiets om zestig kilometer door het Oostvlaamse land te gaan trainen. Zoals vaak diende de auto met zijn vrouw Greta achter het stuur als abri om in de zuiging op souplesse te kunnen trainen. Het was mistig en een beetje koud, herinnert hij zich nog. 'We kwamen bekenden tegen die naar hun werk gingen. Ze zullen wel gedacht hebben: die Dhaenens is zot. Maar een week later was ik wel wereldkampioen.'

13872 RECORDS TRANSFERRED