GEVAARLIJKE REPORTAGES

Er zijn uitgevers die een dun boekje een pamflet noemen en daarom aarzelen het uit te geven. Op het eerst gezicht valt de bundel reisverhalen van Jacqueline de Gier (1961) in deze categorie. Het is dun, het zijn, op een na, eerder gepubliceerde artikelen en het draagt een titel die de lezer nieuwsgierig maakt, maar niet verder helpt. De meeste verhalen verschenen echter niet voor het eerst in Nederland, maar in Engeland, en na twee zinnen weet de lezer al dat uitgever Bert Bakker een talent heeft ontdekt.

Ali en de wailers is uit voordat je het weet. De lezer wil meer, veel meer. Dit zijn geen reisverhalen over zich vervelende egotrippers of erop los fantaserende semi-avonturiers. Dit zijn verhalen van een schrijfster die journalist moet spelen om in de buurt van de macht, de angst en de dood te komen, haar favoriete onderwerpen. Want Jacqueline de Gier is de enige oorlogscorrespondent die wij hebben. Haar verhalen ontstaan niet in hotels, bars, comfortabele persconferenties en air-conditioned auto's, maar op straat, op commandoposten waar oorlog wordt geregisseerd, onder de mensen. Ali en de Wailers is niet het zoveelste boek over een verdwaalde Nederlander in de veel te grote wereld, maar een bundel waarin de beslissers, maar ook de slachtoffers van hun beslissingen, zelf aan het woord komen.

Jacqueline de Gier is geen voyeur omwille van de sensatie. Hoewel zij over zichzelf zegt dat zij 'schaamteloos aanschuift' aan tafels om zo goedkoop mogelijk te kunnen reizen, is zij ook geen onbeschaamde verslaggeefster. Mensen zijn voor haar geen objecten, geen instrumenten die een verhaal mooi maken. Zij zijn het verhaal.

Ali en de Wailers gaat over het functioneren van mensen in situaties die zij niet in de hand hebben, over gevangenen in geografische en historische dwangbuizen. Tussen El Salvador en Libanon, Zuid-Afrika en Soedan, Marokko en Nicaragua is de auteur op zoek naar het waarom van het geweld, maar ook van het idealisme waarmee dat geweld dikwijls gepaard gaat. Jacqueline de Gier woont in Londen en schrijft vermoedelijk gemakkelijker in het Engels dan in het Nederlands. De meeste van haar stukken verschijnen eerst in New Society, The Sunday Correspondent of The Independent voordat zij er een Nederlandse versie van maakt. Haar geheim zou wel eens die Britse stijl kunnen zijn. Niet alleen in de dialoog, ook in de opbouw, de soberheid, de keiharde humor, herken je een constructie die veel reisjournalisten zo bewonderen in angelsaksische bladen zoals Granta en The New York Review of Books. Ian Buruma, een andere 'expatriate' heeft dat ook. Hij woonde en werkte in Japan en Hong Kong en leeft nu in Londen. Evenals De Gier genoot ook Buruma een Engelse universitaire opvoeding. Maar zelfs de Belgische Lieve Joris heeft dat 'net-iets-andere' in zich. Alsof 'normale' Nederlanders moeite hebben met bepaalde subtiliteiten, afstandelijke betrokkenheid en humor.

De Gier is getrouwd met de Britse fotograaf Christopher Steele-Perkins. Misschien is dat de verklaring voor de bijna portretachtige studies die zij maakt. In het verhaal 'De pacificator' bijvoorbeeld wordt het portret geschilderd van een naamloze commandant in Libanon. Een man in Armani-kleren maar met talloze littekens. Een typisch Libanees, door wiens verhaal het hele drama van het land veel duidelijker wordt dan door welke politieke analyse ook. Maar De Gier leerde daar ook Generaal Aoun kennen, de Libanees die zijn land met geweld van het Syrische juk wilde bevrijden totdat hij op 13 oktober jl. in Beiroet uit zijn hoofdkwartier werd geschoten. Zij volstaat niet met een interview. Het is een gesprek, uitgesmeerd over verscheidene dagen en plekken. Een gesprek dat steeds persoonlijker wordt en waarin zij hem zelfs vertelde dat zij hem gevaarlijk vond. ' Misschien bevrijd ik Syrie nog, ' zegt Aoun. Maar ook: ' Ik ben een feminist', en ' Vind je niet dat ik een beetje op een Napolitaan lijk?' In de paar bladzijden krijgt Michel Aoun ineens een hart en een ziel. Zonder commentaar en vooral zonder waardeoordeel. Ook dat maakt het boek on-Hollands.