Europese top heeft weinig te bepraten; Bijeenkomst is welkomeinjectie voorde Romeinse horeca

BRUSSEL, 27 okt. De Europese Raad die vanavond in Rome begint (en morgen omstreeks het lunchuur eindigt) wordt door vele Brusselse sceptici bij voorbaat omschreven als een 'zinloze exercitie in meningsuitwisseling': de punten die op de agenda staan zijn of al in zo'n ver gevorderd stadium van overeenstemming dat er althans op het hoogste niveau niet meer zo nodig over gepraat hoeft te worden, of ze zijn nog zo onrijp dat er niets wezenlijks over kan worden gezegd.

Het eerste geldt vooral voor de discussie over de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarover in december een Intergouvernementele conferentie (IGC) wordt geopend en waarvoor de standpunten in grote lijnen vastliggen, het tweede geldt eigenlijk voor alle overige agendapunten.

Het oorspronkelijke doel waarvoor deze buitengewone bijeenkomst tijdens de vorige Europese topconferentie in Dublin in juni op het programma is gezet de steun voor de hervormingspolitiek in de Sovjet-Unie zal slechts in zeer vage termen aan de orde komen. De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, zal spreken over het mandaat dat hem in Dublin is gegeven om met de Sovjet-regering na te gaan hoe de Europese Gemeenschap het hervormingsproces kan ondersteunen.

De huidige voorzitter van de Europese Raad, de Italiaanse premier Giulio Andreotti, schrijft daarover in de uitnodigingsbrief aan zijn collega's: 'Het betreft hier een eerste bespreking, maar ik geloof dat het belangrijk is dat de Europese Raad uitdrukking geeft aan onze bereidheid een concrete en aanzienlijke bijdrage aan dat proces te leveren op een wijze die in december op basis van de door de Commissie in te dienen voorstellen kan worden bepaald.'

Aanvankelijk was het de bedoeling dat dergelijke 'concrete' voorstellen al dit weekeinde op tafel zouden liggen, maar daar is niets van terecht gekomen. De Europese Commissie is nogal in verlegenheid gebracht door het feit dat haar op missie naar Moskou gestuurde ambtenaren hoegenaamd geen bruikbare suggesties hebben gekregen om de bevelseconomie van de Sovjet-Unie te helpen omvormen in een markteconomie. Wat betreft het (in Dublin gelanceerde) plan van premier Lubbers om de grote olie- en aardgasreserves van de Sovjet-Unie in te zetten om te komen tot een soort Europese Energiegemeenschap is zelfs de indruk ontstaan dat de Sovjet-technocraten er helemaal niets voor voelen de exploitatie van die reserves op een bedrijfsmatige wijze aan te pakken. Energiebronnen, zo meent men in Moskou, zijn nu eenmaal bij uitstek een staatsaangelegenheid.

'Er blijken nog', zo zei de Italiaanse ambassadeur in Brussel dan ook deze week, 'niet te overwinnen barrieres te bestaan om Westerse hulp naar de Sovjet-Unie te sluizen.' Wat de Sovjet-Unie betreft zal deze Raad zich daarom waarschijnlijk moeten beperken tot de herhaling van de belofte om de Sovjet-Unie te helpen, zonder dat die belofte op enigerlei wijze concreet inhoud kan worden gegeven.

Op het eind van de vorige top in Dublin werd na een zeer korte en heftige discussie besloten premier Andreotti de delicate opdracht te geven een rapport voor te bereiden waarin de standpunten van de lidstaten over de 'zetelkwestie' zouden worden omgesmeed tot een bruikbaar compromis. Tot dusver zijn daarover in de geruchtensfeer talloze versies doorgedrongen, maar of (en hoe) de zetelkwestie op deze top in Rome zal worden opgelost, is hoogst twijfelachtig. De Italiaanse ambassadeur zei daarover deze week dat Andreotti 'tot het laatste moment' met de verschillende hoofdsteden in overleg is, recentelijk nog met Kopenhagen, Athene, Lissabon en Brussel (afgelopen donderdag). Onderdeel van zo'n compromis zou dan ook nog het deze week door de (Waalse) Europarlementarier Ernest Glinne 'in zeer betrouwbare' Franse politieke kringen vernomen gerucht kunnen zijn over een 'akkoord' dat de Belgische premier Martens in 1993 opvolger van Delors mag worden als hij er dan maar mee instemt dat Straatsburg de definitieve zetel van het Europees Parlement wordt. Dat zou met recht een oplossing zijn in de beste tradities van het pure machiavellisme, maar de vraag is of de brave Vlaming Martens zich een dergelijke korte-termijnoplossing tegenover het Brusselse establishment zou durven te veroorloven.

Men kan het nooit helemaal uitsluiten dat de gewiekste makelaar van zoveel op het oog onmogelijke Italiaanse regeringscoalities alsnog een ingenieuze constructie voor het Europese zetelprobleem uit zijn hoge hoed tovert, maar de meeste diplomatieke waarnemers in Brussel voorspellen dat Andreotti zijn collega's (en natuurlijk de Franse president) alleen maar mondeling verslag zal doen van zijn waarschijnlijk niet tot optimisme stemmende bevindingen. En dat zal blijken dat de Fransen elke regeling van de andere zetels (Het merkenbureau in Den Haag of Luxemburg? Het milieubureau in Kopenhagen, Madrid of zelfs Rome? De toekomstige Eurofed in Frankfurt, Amsterdam of Luxemburg?) zullen blokkeren zolang niet vast staat dat het Europees Parlement zijn plenaire zittingen in Straatsburg zal blijven houden.

De premiers en het staatshoofd zullen waarschijnlijk ook veel te weinig tijd hebben om deze eeuwige twistappel van tafel te krijgen. Daarvoor zijn de in totaal acht uur dat ze bij elkaar zijn veel te kort: van die acht uur blijft in de praktijk maar vier uur over waarin werkelijk kan worden gepraat. En volgens Commissievoorzitter Delors zal daarvan twee uur gereserveerd worden voor de discussie over de Europese Politieke Unie (EPU), omdat 'over de EMU alles al is gezegd'.

Te verwachten is inderdaad dat de Europese leiders niet al te veel tijd meer kwijt zullen zijn aan de EMU en dat ze, met uitzondering van Groot-Brittannie, ermee zullen instemmen dat de tweede fase van de EMU op 1 januari 1994 begint, als tenminste aan een aantal 'objectieve voorwaarden', zoals Delors die noemde, is voldaan.

Wat betreft de EPU valt er in het huidige stadium nog weinig opzienbarends te verwachten: de documenten liggen op tafel, het verslag van de ministers van buitenlandse zaken van de EG, het document van de Commissie, en het voorstel van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken De Michelis om de Westeuropese Unie (WEU) te laten 'fuseren' met de Europese Politieke Samenwerking, het intergouvernementele orgaan van de ministers van buitenlandse zaken voor de coordinatie van de buitenlandse politiek van de twaalf lidstaten. Voor die laatste suggestie is eigenlijk alleen Belgie te vinden. Meer dan een 'constructieve gedachtenwisseling' (waarop Andreotti hoopt) zal het niet worden, het echte werk zal op de in december te beginnen IGC moeten worden gedaan.

Doel van deze top is tenslotte, zoals de Italiaanse ambassadeur het uitdrukte, 'om alles in beweging te krijgen voor het proces van verdere integratie'. Voor de Romeinse horecasector betekent de top in elk geval een welkome injectie voor het naseizoen. De Nederlandse delegatie bijvoorbeeld dient voor de huur van een zaaltje voor een paar uur niet minder dan 1600 gulden neer te tellen. De Rekenkamer zij gewaarschuwd!

Bijeenkomst is welkome injectie voor de Romeinse horeca