Eredoctoraat voor directeur waterleidingbedrijf; Steeds meergif voor schoner water

BLOEMENDAAL, 27 okt. 'Wij zijn nog altijd in staat goed drinkwater te maken, maar de omstandigheden dwingen ons helaas steeds meer chemicalien te gebruiken om de schadelijke stoffen uit dat water te halen voor het de consument bereikt. Het kwaad wordt dus met hetzelfde kwaad bestreden.' C. Sprey, directeur van de N. V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, mag sinds enkele dagen dr. voor zijn naam zetten: hij kreeg, samen met drie anderen, een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De vreugde die het eerbetoon hem verschaft, kan echter zijn zorgen over de drinkwatervoorziening en de zuiveringsmiddelen die erbij te pas komen, niet verbloemen: 'Ook wij belasten het milieu.'

Met deze woorden sluit hij aan bij de gisteren verschenen concept-nota van de Vewin, de overkoepelende organisatie van drinkwaterleveranciers in Nederland. Het Noordhollandse bedrijf put zijn 'grondstof' voornamelijk uit het IJsselmeer, dat weer grotendeels wordt gevoed door de vervuilde Rijn. Sprey vindt dat de sanering van die rivier veel te traag verloopt en bestempelt de controle op de industriele lozingen als ontoereikend.

'Er bestaat een Rijnactieprogramma van de gezamenlijke oeverstaten en dat is erg belangrijk', zegt hij op zijn kantoor in Bloemendaal, 'maar het komt op de uitvoering aan en daaraan mankeert nog van alles. Wat ik ernstig betreur, is dat de vergunningen aan de lozers in Duitsland nog steeds niet openbaar zijn. Bovendien is de instantie die de vergunning afgeeft, tevens de controlerende instelling en die maakt haar gegevens evenmin bekend. Daardoor is van een sluitend systeem geen sprake met alle nadelige gevolgen voor milieu en drinkwatervoorziening en dat geldt, in mindere mate, ook voor het Nederlandse traject van de Rijn.'

Van het Nederlandse kraanwater komt ruwweg tweederde uit de bodem en eenderde uit de grote rivieren, Rijn en Maas. Doelend op beide bronnen betoogt Sprey: 'Wij laten in het westen royaal toe dat allerlei produkten, in het bijzonder pesticiden, op de markt komen, terwijl we tegelijk nalaten de betrokken industrie te verplichten openbaar te maken waar die produkten uit bestaan. En wat nog erger is: die industrie kan geen enkele garantie geven dat het milieu er geen onherstelbare schade van ondervindt.'

Sprey (62 jaar) begon zijn carriere als officier bij de genie om eind 1969 hij had het toen tot majoor gebracht directeur van het PWN te worden. Een nogal opmerkelijke overstap, die hij zelf echter niet zo bijzonder vond: 'Het leger is ook een bedrijf en aan de Hogere Krijgsschool was ik opgeleid tot het management. Nee, ingenieur was ik niet, maar ik voelde me wel ingenieur, al miste ik de bijbehorende titel.'

Nu viel Sprey op rijpere leeftijd het eredoctoraat van de VU ten deel. Het werd hem verleend op voordracht van de faculteiten der biologie en aardwetenschappen wegens zijn verdiensten bij het overbruggen van tegenstellingen tussen natuurbeheer en waterwinning. Promotor prof. dr. W. H. O. Ernst formuleerde het afgelopen maandag in zijn toespraak tot de 'doctor honoris causa' als volgt: 'In het spanningsveld tussen de steeds groeiende maatschappelijke behoefte aan grote kwantiteiten water met hoge kwaliteitseisen en de nagenoeg inherente negatieve invloed van wateronttrekking op de natuurwaarden van het waterwingebied heeft zich uw visie op het zorgvulldig omgaan met de schepping vol kunnen ontplooien.'

Het gaat hier speciaal om het Noordhollands Duinreservaat, een 4.800 hectare groot natuurgebied, dat zich uitstrekt van Wijk aan Zee tot Schoorl en namens de provincie door het PWN wordt beheerd. Twee lokaties in het duin, bij Wijk aan Zee en Castricum, dienen sinds jaren voor de infiltratie van voorgezuiverd oppervlaktewater. Door de filterende werking van het zand ontstaat leidingwater dat nauwelijks onderdoet voor zuiver duinwater: constant van temperatuur, gelijkmatig van samenstelling en hygienisch betrouwbaar. Bovendien wordt een reserve gekweekt waar de bevolking in geval van nood (als de industrie weer eens gif heeft geloosd of na een scheepsramp met chemicalien) geruime tijd op kan teren.

Maar het systeem, dat zich aan de oppervlakte voltrekt, roept vooral bij biologen en natuurbeschermers ook bezwaren op. Plantengemeenschappen die een droog milieu nodig hebben, staan bloot aan verdrinking. Ook kreeg de duinvegetatie ter plaatse sinds 1970 te lijden onder de verslechtering van het rivierwater. Er zaten spoedig zoveel fosfaten en nitraten in, dat zich rond de infiltratieplassen een eenzijdige plantenwereld ontwikkelde. Zeldzame soorten werden verdrongen door bijvoorbeeld brandnetel en wilgeroosje en de hele variatie ging snel achteruit. Kortom, een verruiging en verarming.

Het is een van de verdiensten van Sprey dat hij een nieuwe, milieuvriendelijke manier van infiltreren doorvoerde: de diepte-infiltratie, waarbij voorgezuiverd oppervlaktewater diep in de bodem, tot negentig meter onder het maaiveld, verdwijnt en later wordt teruggewonnen voor de drinkwatervoorziening. Een veilige en ecologisch verantwoorde techniek, die voorlopig tot 1995 wordt toegepast (tot zo ver reikt een voorlopige vergunning) en die jaarlijks vijf miljoen kubieke meter water oplevert. Op deze schaal wordt het systeem nog nergens anders beproefd.

Bovendien stimuleerde Sprey als PWN-directeur wetenschappelijk onderzoek in het Noordhollands Duinreservaat ter verzoening van twee andere, in beginsel conflicterende belangen: die van natuur en recreatie. Wat hem betreft hoeven ze niet voor elkaar te wijken, mits aan de voorwaarden van een zorgvuldig beheer wordt voldaan. Sprey: 'Ook op het gebied van de recreatie hebben we een maatschappelijke functie te vervullen. Zo'n groot natuurterrein als het Duinreservaat, vinden wij, is er niet alleen voor de biologen.'