DE WRAAK VAN KONING HASSAN

Dat koning Hassan II van Marokko bij het lezen van het nieuwste boek van Gilles Perrault in woede is ontstoken en prompt als wraak de grootscheepse culturele manifestaties in Parijs heeft afgelast die zijn land daar in het zonnetje hadden moeten zetten, laat zich raden. Notre ami le roi bevat namelijk niet alleen een scherpe aanval op de autocratische regeermethoden van koning Hassan, maar plaatst vooral zijn persoonlijkheid in een zeer ongunstig daglicht.

Terreur en fraude zijn hoofdfundamenten van Hassans bewind, schrijft Perrault. Maar er is in Marokko meer aan de hand dan alleen politieke terreur. Hassans wreedheid is zo hardnekkig dat er voor Perrault slechts een conclusie overblijft: de koning is een pathologisch geval. Hassan II krijgt een kick van het vernederen en martelen van tegenstanders.

Gilles Perrault heeft in Frankrijk een reputatie op het gebied van goed gedocumenteerde non-fictie boeken te verdedigen. Hij weet zijn beschuldiging ook in dit werk goed te onderbouwen. De titel van zijn boek slaat op de talrijke Franse politici, hoogleraren, kunstenaars en journalisten die zich maar al te graag door de koning laten feteren. De Franse gasten hebben vaak (en niet ten onrechte) hoog opgegeven van de pragmatische buitenlandse politiek van Hassan. Het uitrollen van de rode loper ten paleize doet hen echter te makkelijk de ogen sluiten voor de grove schending van de mensenrechten in Marokko, vindt Perrault.

Het is waar dat Marokko een traditie van gewelddadige politieke praktijken kent. De Franse en Spaanse kolonisatoren hebben daar destijds flink aan meegedaan. De objectiviteit gebiedt verder te vermelden dat de oppositie tegen de koning niet uitsluitend uit koorknapen heeft bestaan. Een autoritair regiem is in dat perspectief in ieder geval te begrijpen. Maar wat het repressieve bewind van Hassan II zo stuitend maakt, is de persoonlijke wraakgevoelens waardoor de vorst zich laat leiden. Hij is een groot liefhebber van politieke processen, waarbij het doodstraffen en zware gevangenisstraffen regent. Degenen die hun straf hebben uitgezeten, moeten maar afwachten of zij daadwerkelijk worden vrijgelaten.

AANSLAG

Eind vorig jaar ontving koning Hassan in Rabat een delegatie van Amnesty International. Bij die gelegenheid deed hij nauwelijks moeite om de tegen hem ingebrachte beschuldigingen op mensenrechtengebied te ontzenuwen. ' Elk staatshoofd heeft zijn geheime tuin, ' luidde zijn cynische commentaar. In die geheime tuin kunnen 's konings wraakgevoelens onbekommerd woekeren. Een voorbeeld: in een gevangenis in Tazmamart, in het Atlas-gebergte, worden al zeventien jaar militairen zonder enige vorm van proces in isoleercellen en totale duisternis vastgehouden. Het gaat om officieren en onderofficieren die in 1972 na een (mislukte) moordaanslag op Hassan tot vrijheidsstraffen waren veroordeeld. In vele gevallen bleken zij door de complotteurs te zijn gebruikt en wisten zij niet waarvoor zij werden ingezet. Nadat zij hun gevangenisstraffen hadden uitgezeten, werden deze militairen overgebracht naar Tazmamart waar zij sindsdien onder onmenselijke omstandigheden op een langzame dood wachten. De wraak van de koning is oneindig.

In de jaren zestig waren Hassan en generaal Oufkir, die de passende bijnaam 'slager van het regiem' droeg, dikke vrienden. Hassan was een geziene gast op het hoofdkwartier van de binnenlandse veiligheidsdienst, waar minister van binnenlandse zaken Oufkir bij voorkeur zelf de behandeling van gevangenen ter hand nam. Diens wreedheid was legendarisch. Het was bekend dat Oufkir tijdens het martelen zo opgewonden kon raken, dat hij zijn slachtoffers met een dolk te lijf ging om hen langzaam af te maken.

Een hofgewoonte in Marokko is dat vrouwen van ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders het bed van de koning bezoeken. Zo'n bijdrage tot het plezier van de vorst kan de echtgenoot meer invloed verschaffen. De vrouw van generaal Oufkir, Fatima, heeft zelfs een vrij langdurige verhouding met de koning gehad. Aan deze amoureuze en amicale banden tussen Hassan en de Oufkirs kwam in 1972 een einde, toen de koning op wonderbaarlijke wijze een aanslag overleefde op het vliegtuig die hem van Spanje naar Rabat moest terugbrengen. Oufkir was het brein achter de aanslag. De generaal werd vermoord, Fatima en haar kinderen vielen in ongenade.

Negen jaar lang zijn moeder en kinderen onafgebroken opgesloten geweest in isoleercellen die het hele etmaal in duisternis waren gehuld. De directeur van de gevangenis had de opdracht om koning Hassan dagelijks van deze behandeling op de hoogte te houden. Hoewel hun situatie inmiddels verbeterd is, worden Fatima en haar kinderen nu al achttien jaar gevangen gehouden. Dit kan volgens Gilles Perrault slechts worden verklaard uit het sadisme van Hassan. Dat onschuldige kinderen bij zijn wraakacties worden betrokken, maakt voor de koning geen verschil.

SMEERGELD

Hassan II is niet alleen een ijverig verzamelaar van paleizen, maar is ook de belangrijkste grootgrondbezitter van het land. Als de monarch een landgoed ziet dat hem bevalt, kan hij zich dat simpelweg toeeigenen. Geld is geen bezwaar, betaling volgt later. Want: de Marokkaanse samenleving wordt van hoog tot laag door corruptie gekenmerkt. De boer die iets van het gemeentehuis gedaan wil krijgen, kan beter een kip of een schaap meenemen. De jongeman die een paspoort aanvraagt omdat hij in Europa werk wil zoeken, zal de ambtenaar eerst smeergeld moeten betalen.

Notre ami le roi is meer een scherp requisitoir tegen de uitwassen van Hassans bewind, dan de bedoelde biografie van de vorst geworden. De persoonlijkheid van Hassan komt wel erg summier uit de verf. We lezen alleen dat de koning grote koelbloedigheid aan de dag kan leggen, vooral wanneer hij het doelwit van een aanslag is. Verder blijkt dat koning Hassan de staatszaken minder interessant vindt dan vrouwen en golf, dat hij een hypochonder is die gebukt gaat onder de zekerheid van de dood en dat hij een slechte smaak heeft. Gouden kranen zijn voor hem het summum van kunst.

De woedebuien van de koning zijn berucht, evenals zijn losbandigheid. ' Zijn lusten drijven hem tot ongelofelijke uitspattingen die de aanwezigen ( ..) met stomheid slaan, ' schrijft Perrault. Hij laat echter na deze belangwekkende informatie te verduidelijken. Ook elders suggereert hij zaken die hij niet hard maakt. Storend zijn ook de gebrekkige bronvermeldingen en de afwezigheid van een index (een Franse kwaal). Deze kritiek verhindert echter niet dat Notre ami le roi veel waardevolle informatie verschaft over een bevriend staatshoofd voor wie mensenrechten niet tellen.