DE STRIJD OM DE DDR

Het is maar goed dat in Duitsland na de eenwording de voormalige Westduitse 'Na tionalfeiertag' 17 juni niet wordt gehandhaafd. Voor de vroegere Oostduitsers zou dat iets wrangs hebben gehad: de 'Dag van de Duitse Eenheid' herinnerde aan een van de zwartste bladzijden uit hun geschiedenis. Op 17 juni 1953 vond er in de DDR een massale opstand tegen het communistische SED-regering plaats. Slechts met behulp van Sovjettroepen wist het regime zich te redden. Nu het reeel bestaande socialisme tot het verleden behoort, is iedere verwijzing naar die episode pijnlijk. Voor Oost-Duitsland is de nieuwe tijd immers pas begonnen met de hereniging op 3 oktober, en niet zoals voor West-Duitsland al op 8 mei 1945. Want het was toen dat de Duitse communisten onder Walter Ulbricht in korte tijd de oostelijke zone wisten te modelleren volgens het Sovjetvoorbeeld. Dat ging niet zonder problemen. De economische druk op de bevolking gevolg van de geforceerde opbouw van de industrie en de herstelbetalingen aan de Sovjets ging gepaard met een toenemende politieke repressie.

De dood van Stalin op 5 maart 1953 liet Ulbricht evenwel plotseling geisoleerd achter. De nieuwe Sovjetleiding drong aan op een beleidswijziging in de DDR. Maar Ulbricht hield onverstoorbaar vast aan zijn koers en verscherpte deze zelfs: hij eiste van de DDR-bevolking een produktiestijging van tien procent bij gelijkblijvend loon.

Ook vanuit zijn eigen Politbureau nam nu de kritiek op de 'alleengang' van Ulbricht toe. Begin juni 1953 zwichtte hij en stemde in met wat genoemd zou worden de 'Nieuwe Koers'. Deze beleidsbijstelling maakte veel van Ulbrichts maatregelen ongedaan, behalve een: de produktiestijging. Dat werd fataal. Op 17 juni 1953 ontlaadde de woede van de arbeiders zich in de eis: Weg met Ulbricht, vrije en geheime verkiezingen voor heel Duitsland. Zo was een drievoudig front tegen Ulbricht ontstaan: de Sovjets, het Politbureau en de bevolking.

ZONDEBOK

Hoe heeft Ulbricht zich uit dit lastige parket weten te redden? Daarover is weinig bekend. Maar met de recente en tamelijk ophefmakende publikatie van Das Herrnstadt-Dokument komt hierop het begin van een antwoord. Rudolf Herrnstadt was in 1953 hoofdredacteur van het partijblad Neues Deutschland en kandidaat-lid van het Politbureau. Hij was de belangrijkste criticus van Ulbricht. Uitvoerig beschrijft Herrnstadt in zijn Dokument hoe hij na de opstand Ulbricht nog slechts door twee van het vijftien leden tellende Politbureau werd gesteund. Maar op miraculeuze wijze wist hij de politieke top van de SED te overreden niet hem, maar Herrnstadt tot zondebok te bestempelen. In januari 1954 werd Herrnstadt uit de partij gezet en gleed weg in de vergetelheid.

Twee jaar later legde hij zijn visie op de gebeurtenissen neer in wat als Das Herrnstadt-Dokument nu boven water is gekomen. Bij lezing van dit boek past enige voorzichtigheid. De door Herrnstadt geschreven en door zijn dochter bewerkte en uitgegeven tekst is een apologie van een medespeler. Hij schuift in zijn Dokument alle schuld wel heel gemakkelijk op de schouders van Ulbricht, en dat geeft te denken. Desalniettemin biedt het boek een unieke kijk op het reilen en zeilen van de politieke top in de toenmalige DDR.

Herrnstadt begint zijn verslag met de zitting van het Politbureau op 9 juni 1953. Nadat de 'Nieuwe Koers' was goedgekeurd, kwam de kritiek los. Men maakte gewag, zo noteert Herrnstadt, van de 'dictatuur van Ulbricht'. Vladimir Semjonov, eerste man van de Sovjets in de DDR en als te doen gebruikelijk aanwezig op de zitting, werd verrast door de felle bewoordingen. Hij zei zelf tot Ulbricht: ' Ja kameraad, naar mijn idee is het aan u uit deze gefundeerde kritiek van het Politbureau consequenties te trekken.'

Na afloop van deze dramatische zitting schreef Herrnstadt het communique waarin de Nieuwe Koers bekend werd gemaakt. Het was Semjonov, zo schrijft Herrnstadt, die elk uitstel van publikatie hierban onomwonden van de hand wees: ' Over veertien dagen bezit u geen staat meer.' Profetische woorden. Op 16 juni greep een staking tegen de produktieverhoging snel om zich heen. Ulbricht werd hiervan telefonisch op de hoogte gebracht, maar hij bleef onaangedaan: ' Het regent, ze gaan zo wel uit elkaar.'

Woensdag 17 juni 1953. De oproep tot een algehele staking sloeg in alle belangrijke industrietakken aan. In veel steden werden de partijgebouwen en de gevangenissen bestormd. De politie en het leger stonden machteloos. Uit veiligheidsoverwe-gingen werden Herrnstadt en Ulbricht naar het Sovjethoofdkwartier gereden. Kort daarop zetten de Sovjets hun troepen in. Semjonov verzekerde het Politbureau: ' Nu is de drukte snel voorbij.' De opstand werd inderdaad spoedig neergeslagen. De DDR was gered. Voorlopig.

Herrnstadt en Ulbricht zagen, geheel volgens Stalinistische denktrant, in de opstand een 'fascistische provocatie'. Maar Herrnstadt besefte, schrijft hij in zijn Dokument, dat ook de partij had gefaald: ' Als de arbeiders de partij niet begrijpen, is de partij schuldig, niet de arbeider.'

BERIA

Niet bekend

Herrnstadt uit het vermoeden dat de Sovjets achter de hele maskerade zaten. In ieder geval volgde het Centraal Comite ten slotte Ulbricht. Herrnstadt werd er officieel van beschuldigd een 'partij-vijandige lijn' te hebben gevolgd. De straf: verlies van alle partijfuncties. Een paar maanden later, begin 1954, werd hij uit de partij gezet. Volgens een klassiek stalinistisch scenario stemde Herrnstadt in met de beschuldigingen.

Ulbricht had met deze manoeuvre zijn positie gered. De DDR-bevolking kreeg de Nieuwe Koers opgelegd. De repressie nam wat af, maar de politiek van socialistische opbouw bleef gehandhaafd. Nog tot 13 augustus 1961, de dag dat met de bouw van de Berlijnse Muur de DDR geheel afgegrendeld werd, vluchtten ruim twee miljoen burgers naar de Bondsrepubliek.

Uit Das Herrnstadt-Dokument blijkt hoe geraffineerd Ulbricht de partij tegen Herrnstadt wist te mobiliseren en de contouren van zijn heerschappij nog voor decennia kon vastleggen. En het was juist die erfenis, waaraan Ulbrichts opvolger Erich Honecker, tot 1989 moeiteloos een schijn van legitimiteit wist te ontlenen.

AFWIJKING

Ondanks alles bleef Herrnstadt in de partij de drager van de historische en objectieve waarheid zien. ' Ik houd van Walter Ulbricht, ' schrijft hij. En dat geeft het onoplosbare dilemma voor hem als rechtlijnige communist aan: om de partij te veranderen, moest hij Ulbricht treffen, maar de partij was Ulbricht. Voor Herrnstadt was het 'ulbrichtisme' een afwijking die niet aan het marxisme-leninisme inherent was. Een 'kleine correctie' zou genoeg zijn om de dwaalleer ongedaan te maken.

Na zijn politieke val werd Herrnstadt in de chemie-stad Merseburg als ambtenaar te werk gesteld. Het valt nauwelijks aan te nemen dat de keuze om hem, als long-patient, naar dit sterk vervuilde oord te verbannen op toeval berustte. Op 63-jarige leeftijd stierf hij. Eind november 1989 werd Herrnstadt door de SED gerehabiliteerd.

Het is vreemd en jammer dat de uitgever de annotatie en de inleiding van dit opmerkelijke Dokument heeft overgelaten aan Nadja Stulz-Herrnstadt. Haar veel te welwillende beschrijving doet geen recht aan de historische betekenis van haar vader. De tegenstelling tussen Herrnstadt en Ulbricht ziet zij als die tussen goed en kwaad. Zo is dat niet. Willens en wetens heeft Herrnstadt dertig jaar gedobberd op de golven van Stalinistische terreur. Dit plaatst zijn apologie onvermijdelijk in een ander licht. Was er in werkelijkheid niet veeleer sprake van een regelrechte machtsstrijd volgens de lijn van Stalin en Trotski? Nu ook Erich Honecker, het enige nog levende lid van het toenmalige Politbureau, bezig is met zijn memoires, en de archieven in de voormalige DDR open gaan, kan hierop nog weleens een onverwacht antwoord komen.