De goden van de Kirschberg; De wankele macht van het Europese Hof van Justitie

Op een van de heuvels van het Kirschbergplateau, net buiten Luxemburg-stad, zetelt het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen in het Quartier Europeen, temidden van de kantoren van andere Europese instellingen. Het hoofdgebouw van het Hof, uit 1972, is sober, blokvormig en bruin door het uitwendig skelet van gecorrodeerd staal. Aan de voet van de heuvel verrees twee jaar geleden een uitbreiding van roze graniet. Een tweede nieuwe vleugel is in aanbouw en aan de bouw van een derde wordt in 1992 begonnen. Bij elkaar vormt de nieuwbouw een hele benedenstad ('cite basse') met torentjes, binnenplaatsen, dwarsverbindingen en glazen loopbruggen. Het complex weerspiegelt het uitdijend stelsel van gemeenschapsrecht. De uitgangspunten hiervan zijn in 1958 in grove lijnen neergelegd in de Verdragen van Rome, maar sindsdien zijn deze in het autonoom proces van rechtspraak door het Europees Hof steeds verder verfijnd, toegespitst en uitgebreid.

In de grote rechtszaal is vanmorgen een mondelinge procedure bezig. De vloer is bedekt met verend tapijt, de airconditioning ruist, spotlights verspreiden gedempt licht. De zaal is gevuld met toeschouwers, die behaaglijk achteroverleunen in versleten vliegtuigfauteuils. Jaarlijks bezoeken zo'n tienduizend belangstellenden de zittingen van het Hof. De meeste van de aanwezigen luisteren via koptelefoons naar de tolken, die als zeldzame diersoorten zichtbaar zijn achter het glas van hun terraria bovenin de zaal.

Aan de orde is de zaak Antonissen. De Belg Gustaff Antonissen verhuisde in 1984 naar Engeland. Hij deed enkele vergeefse pogingen om werk te vinden, werd in 1987 veroordeeld wegens het in bezit hebben van cocaine. Toen hij na een half jaar op borgtocht vrijkwam, wilden de Engelse autoriteiten hem ' in het belang van het algemeen welzijn' het land uit zetten. Antonissen verloor het beroep dat hij tegen die beslissing instelde en zo belandde de zaak uiteindelijk bij de High Court of Justice.

Deze hoge Engelse rechterlijke instantie wendde zich in een zogeheten 'prejudiciele procedure' tot het Hof om uitleg van een artikel van het EEG-Verdrag. Want hier gaat het niet om de Belg Antonissen maar om de bewegingsvrijheid van werknemers binnen de Gemeenschap. Hoogste nationale rechters zijn overigens verplicht in zaken waarbij het gemeenschapsrecht een rol speelt, daarover uitleg te vragen bij het Hof. De helft van de aangebrachte zaken voor het Hof bestaat uit dit soort prejudiciele procedures, de andere helft zijn 'rechtstreekse beroepen' waarbij het steeds gaat om een conflict tussen lidstaten, Europese instellingen of privepersonen - in alle mogelijke combinaties. De twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap, met bij elkaar 320 miljoen inwoners, genereren voor de 13 rechters van het Hof, waar ongeveer 750 mensen werken, jaarlijks ruim 400 zaken in tien verschillende procestalen.

In de zaal van het Hof van Justitie is een klein legertje advocaten aanwezig. Naast Engelse raadslieden, herkenbaar aan hun pruiken, zijn er juristen die Duitsland vertegenwoordigen, advocaten voor de Raad en voor de Europese Commissie: deze 'gemachtigden' mogen allemaal bij prejudiciele vragen hun mening geven.

De kwestie Antonissen wordt kennelijk belangrijk gevonden door het Hof want alle dertien rechters in hun bordeaux-rode robe's zijn aanwezig. Minder belangrijke zaken worden in kamers van drie of zes rechters afgedaan. Vanachter hun hoge spreekgestoelte luisteren ze nu in verschillende houdingen onderuitgezakt naar de raadslieden. Van de kleine Portugese rechter J. C. Moitinho de Almeida is alleen het hoofd te zien.

De mondelinge behandeling van de zaak is meer dan een ritueel. De advocaten worden herhaaldelijk door rechters onderbroken. Een rood lampje voor de betreffende magistraat licht op waarna meestal een onschuldig klinkende uitleg van een ondergeschikt punt wordt gevraagd. De Engelse advocaten zijn hieraan gewend want deze gang van zaken is normaal in hun systeem van 'Common Law'. Nederlandse juristen willen nog wel eens van de wijs raken door rechterlijke interrupties, zegt mr. M. B. W. Biesheuvel. Hij werkte vijf jaar bij het Hof en is een van de twintig advocaten in Nederland die zich volledig gespecialiseerd hebben in Europees recht. ' In het Nederlandse civiele proces luisteren rechters rustig naar wat advocaten te berde brengen. Die steken hun betoog af, vliegen hoogstens elkaar nog kort in de haren en dat is het. Bij het Europees Hof heerst een ander intellectueel klimaat. De rechters vinden het leuk om vragen te stellen. Ze vinden het ook leuk om rotvragen te stellen.'

Toen de Bond van Adverteerders voor het Hof van Justitie toegang eiste tot de kabel en stelde dat het Nederlandse reclameverbod in strijd is met Europese regels, hield de gemachtigde van de Nederlandse regering een anderhalf uur durend betoog waarin hij eens grondig het Nederlands mediabestel verklaarde. ' Maar wat is nu zo bijzonder aan het Nederlands mediabestel?' vroeg de inmiddels vertrokken Italiaanse rechter Bosco nadat de jurist was uitgesproken. Biesheuvel: ' Dan weet je dat je ertussen genomen wordt. De Nederlander moest zijn verhaal in vijf minuten samenvatten.' Het Hof stelde de Bond van Adverteerders in april 1988 overigens in het gelijk waardoor de uitvoering van de Mediawet in Nederland op dit moment onder druk staat.

Even voordat de deuren van de grote zaal opengaan, komt de bode van het Hof aangesloft door de immense ontvangsthal, de 'salle des pas perdus', een benaming die verwijst naar het gedrentel der wachtende belangstellenden. De bode, een corpulente man gekleed in een grijs jacquet waarvan het vest bolt om de enorme buik, maakt een slalom tussen de kunstwerken van Rodin, Manzu en Miro die lidstaten van de Gemeenschap ter opluistering van de hal geschonken hebben. Als teken van zijn waardigheid draagt hij een bordeaux-rood sjerpje met gouden kwastjes aan zijn linkerschouder. Onder zijn rechterarm torst hij een stapel verslagen voor de zitting, bedoeld voor de bezoekers. In die verslagen wordt een korte samenvatting gegeven van de schriftelijke procedures die aan de mondelinge behandeling vooraf zijn gegaan. Gemiddeld duurt de behandeling van een zaak door het Hof van Justitie bijna twee jaar.

Alle zaken passeren het bureau van mr. J. A. Pompe. Hij is de adjunct-griffier van het Hof. ' Wij houden ook alle partijen van elke ontwikkeling in de procedures schriftelijk op de hoogte', zegt Pompe. Hij staat aan het eind van een lange Europese carriere. Zijn pak is grijs, zijn gezicht geplooid.

Het informeren van partijen betekent in veel gevallen dat afschriften van elke stap in de procedure gezonden moeten worden aan verzoeker en verweerder in het hoofdgeding, aan de Commissie, aan de Raad, aan alle lidstaten en naar de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten in Brussel. Op ieder stuk komt de handtekening van Pompe.

Een klerk komt de kamer van de adjunct-griffier binnen en laat een aantal omvangrijke acordeonvormige archiefmappen vol met papieren ter signering achter op Pompe's bureau. ' Je kunt niet van de mensen verwachten dat ze eventjes hier langs komen om te horen hoe het met een zaak staat', verklaart Pompe, ' Ons rechtsgebied loopt van Ierland tot Thessaloniki, van Gibraltar tot Kopenhagen.'

In zijn informatiemateriaal verspreidt het Hof een beeld van zichzelf als bindmiddel van de door middelpuntvliedende krachten beheerste Europese statenbond. Terwijl de politieke besluitvorming binnen de andere instellingen van de Europese Gemeenschappen, de Europese Commissie, de Raad en het Europees parlement, tot in de jaren tachtig verlamd werd door stagnatie en stilstand, bouwden de rechters van het Hof voort aan een nieuwe supranationale rechtsorde. ' Dat was natuurlijk ook vrij gemakkelijk voor het Hof', zo relativeert Pompe dat beeld, met een hoofdknikje naar een ondergeschikte die weer nieuwe mappen op zijn bureau neerlegt. ' De rechters hoefden geen rekening te houden, formeel, met de politieke gevoeligheden die het wetgevingsproces van de Europese organen kunnen frustreren.'

De potentiele macht van het Hof kan niet makkelijk onderschat worden. Toen de Fransen bijvoorbeeld begin jaren zeventig door een arrest van het Hof gedwongen werden zeer tegen hun zin Brits schapevlees te importeren, sprak Le Monde over 'le gouvernement des juges'.

Eerder, halverwege de jaren zestig, had het Hof van Justitie in een aantal klassiek geworden arresten zijn jurisdictie belangrijk uitgebreid. Het gemeenschapsrecht heeft sindsdien directe werking en voorrang boven nationale wetten. Dat wil zeggen dat niet alleen landen en instellingen aan het communautaire recht zijn onderworpen maar ook de onderdanen van de aangesloten landen en dat bovendien nationale wetten moeten wijken voor het gemeenschapsrecht. Dit ligt nog steeds gevoelig omdat hiermee de soevereiniteit van de nationale staten in het geding is. In dit verband typeerde Le Monde de jaren zestig onlangs als de periode van de 'juridische staatsgrepen'.

De achilleshiel van het machtige Hof is het feit dat de Gemeenschap zelf geen staat is, maar hoogstens een staat-in-wording. De klassieke trias politica die een (rechts-)staat kenmerkt, met zijn wetgevende, controlerende en uitvoerende organen, bestaat niet op supranationaal niveau. Landen hebben in het EEG-verdrag soevereine taken voor een groot aantal terreinen overgedragen aan de Gemeenschap maar blijven zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. Prof.dr. J. Winter, hoogleraar Europees Recht aan de Vrije Universiteit, benadrukt daarom dat hoewel de rechterlijke macht in de Gemeenschap ten koste aan de wetgever aan betekenis heeft gewonnen, het gezag van het Hof toch broos is: ' Het gemeenschapsrecht staat of valt met de loyale toepassing van dat recht door nationale rechters. Het is de vraag of het Hof zijn Europese pretenties echt kan waarmaken. Het is niet zo dat Urker vissers met een illegale lading schol bij Terschelling moeten oppassen voor het korvet van de Europese Gemeenschap. Nee, zij hebben te maken met onze nationale AID en we weten hoe succesvol dat werkt. De zwakte van het Hof is dus dat het centraal uitspraken doet over de interpretatie van het recht maar ondertussen afhankelijk is van de decentrale toepassing en uitvoering door de lidstaten.' En daaraan schort het in toenemende mate.

De adjunct-griffier Pompe signaleert een stroom 'inbreuk-procedures': zaken aanhangig gemaakt door de Commissie tegen lidstaten die zich niet houden aan een of andere Europese regeling. ' Op zich zijn dat stuk voor stuk doodsimpele zaken. De Commissie heeft een inbreuk geconstateerd en het Hof hoeft alleen maar een veroordeling uit te spreken', zegt Pompe terwijl hij een pas binnengebrachte nieuwe stapel mappen verschuift. ' Overigens gebeurt er dan verder niets. Het enige wat een veroordeeld land boven het hoofd hangt bij ongewijzigd beleid, is een nieuwe veroordeling. Maar wat het allemaal zo tijdrovend maakt, zijn onze complexe procedures. En de tegenstelling tussen het communautaire recht en de diverse nationale stelsels in al hun verschillende talen. Van die kant gezien is het een moeilijk werkend apparaat.' De adjunct-griffier is inmiddels bijna verdwenen achter een wand van dossiermappen.

Afbreuk

In haar verslag eind vorig jaar over de toepassing van het gemeenschapsrecht door de lidstaten constateert de Europese Commissie dat het aantal arresten van het Hof van Justitie waaraan geen uitvoering is gegeven in 1988 aanzienlijk is gestegen. Daarmee is een in 1987 ingezette tendens nog eens versterkt. De Commissie wil niet geloven dat politieke onwil aan de wortel van deze ontwikkeling staat. Anderen wijzen erop dat de regelgevingsindustrie van de Commissie sinds enige jaren weer op volle toeren draait. Zelfs al willen lidstaten in de pas lopen met het gemeenschapsbeleid dan wordt dit verhinderd door de inertie van de nationale wetgevingsdynamiek. Ondertussen is de Commissie consequenter dan voorheen inbreuken op Europese regelgeving gaan vervolgen. ' Deze toestand doet afbreuk aan het fundamentele beginsel van een rechtsgemeenschap', schrijft de Commissie, ' De spelregels moeten zonder uitzondering en zonder dubbelzinnigheid worden geeerbiedigd.' Anders is het gemeenschapsrecht niet meer dan de papieren muur op het bureau van adjunct-griffier Pompe.

De lift stopt op de derde etage van het hoofdgebouw. ' Hier huizen de goden', fluistert mijn begeleidster met een mengeling van spot en eerbied. Eerder had ze als commentaar bij een staatsiefoto van het rechterscollege (in toga op een brede trap) oneerbiedig gezegd dat de machtige Eurorechters intern ook wel worden aangeduid als de 'Kirschberg Singers'.

Het gezag van het Hof berust voor een belangrijk deel op het feit dat de rechters worden gerecruteerd uit de meest vooraanstaande rechtsgeleerden van de verschillende lidstaten. De rechters worden telkens voor zes jaar benoemd, door de regeringen in onderlinge overeenstemming. In de Verdragen wordt gesteld dat de rechters worden gekozen ' uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden en aan alle gestelde eisen voldoen om in hun onderscheidene landen de hoogste rechterlijke ambten te bekleden, of die bekend staan als kundige geleerden'. Zo is een juridische aristocratie samengebracht die bestaat uit magistraten, politici, diplomaten, hoogleraren, advocaten en hoge ambtenaren.

p de brede corridors van de derde etage heerst de stilte van een rustoord. Ramen bieden uitzicht op een elegante daktuin. Aan de andere kant liggen de kabinetten van de rechters en van de vijf advocaten-generaal, een soort adviseurs van het Hof. ' Zo'n kabinetmoet u zich voorstellen als een klein flatje', had Pompe gezegd. Iedere magistraat beschikt over een autarkische eenheid met een secretaresse, een archief, en drie 'referendarissen' of persoonlijke assistenten. Het zijn functionarissen die het Hof heeft afgekeken van het Amerikaanse Supreme Court.

Vanuit zijn werkkamer heeft de Nederlandse rechter prof.dr. P. J. G. Kapteyn uitzicht over het zacht glooiende heuvelland van Luxemburg beschenen door het heiige zonlicht van de nazomer. Kapteyn is (samen met oud advocaat-generaal mr. P. VerLoren van Themaat) auteur van het standaardwerk Inleiding tot het recht van de Europese gemeenschappen, dat zelfs door pleiters voor het Hof als bron wordt geciteerd. Dit voorjaar stapte hij over van de Raad van State naar het Hof.' Het belangrijkste verschil tussen het werk bij de Raad van State en het Hof ligt natuurlijk in de reikwijdte van de arresten', zegt hij. ' Het maakt nogal uit of je een oordeel velt over het Amsterdamse 'Dijkverbod' of, zoals in juni gebeurde, over het besluit van de Duitse regering om tol te heffen voor buitenlands vrachtverkeer.' Het Hof tikte de Duitse regering op de vingers omdat de tolheffing buitenlandse vrachtvervoerders benadeelde ten opzichte van de Duitse vervoerders. De invoering van de maatregel werd op last van het Hof opgeschort. ' Daarmee krijg je de Duitse autoriteiten tegenover je en dat is nogal wat. Je stelt immers je eigen gezag met zo'n uitspraak in de waagschaal. De Europese Gemeenschap staat nog altijd aan het risico van versplintering bloot. En de existentie van het Hof is van de goede wil van de lidstaten afhankelijk.'

Kapteyn typeert dit soort vonnissen als de nasleep van de ' negatieve integratie' uit de beginperiode. Het Hof heeft de eerste decennia van zijn bestaan voornamelijk gefunctioneerd als de waakhond van de Europese verdragen. ' We zijn nu in een fase van positieve integratie gekomen', aldus Kapteyn. Nu de wetgevingsmachine in Brussel weer op gang is gekomen zal het Hof meer vragen voorgelegd krijgen over de rechtmatigheid van het beleid op allerlei terreinen. ' En daarbij neemt de kans toe dat we ervan beschuldigd worden dat we op de plaats van de politici gaan zitten.'

Politiek speelt volgens de Nederlandse rechter bij de discussies in de raadkamer van het Hof van Justitie geen rol. Per onderwerp zijn er tijdens de beraadslagingen wisselende meerderheden die eerder cultureel dan politiek zijn bepaald. Een referendaris noemt als voorbeeld de scheiding Noord-Zuid in kwesties die te maken hebben met de gelijkheid van mannen en vrouwen. In pensioenwet-zaken bijvoorbeeld (waarbij weduwnaars net als weduwen aanspraak maken op pensioenrechten) trekken rechters uit Noord-Europese landen makkelijker de consequenties uit dat gelijkheidsbeginsel dan de meer traditioneel ingestelde Mediterrane rechters. Het Hof zou natuurlijkminderheidsstandpunten (dissenting opinions) kunnen publiceren, zoals het Hof van de Verenigde Naties in het Vredespaleis in Den Haag bijvoorbeeld doet. Vooral de Britten willen graag weten hoe de verschillende rechters over een onderwerp oordelen. Een verdeeld standpunt komt de kracht van de vonnissen echter niet ten goede, meent Kapteyn. ' Bovendien zouden de rechters door het publiceren van afwijkende meningen onder grote druk gezet worden om zich ten opzichte van hun eigen juridische achterban te rechtvaardigen. Wellicht zou een herbenoeming na zes jaar geblokkeerd worden als een regering zou weten dat 'hun' rechter standpunten heeft ingenomen die niet in het nationaal belang waren.' Daarom wordt bij gevoelige arresten in de raadkamer altijd gezocht naar een formulering waar alle rechters het over eens zijn. De rechters die een minderheidsstandpunt innemen, leggen zich daarbij neer. ' Dat is de sfeer', zegt Kapteyn.

De Deense president van het Hof, O. Due, moet grinniken als het gesprek even wordt onderbroken door zijn echtgenote die haar hoofd om de deur steekt. ' O, je hebt bezoek', constateert ze verschrikt en verdwijnt schielijk. De gemoedelijkheid van de huiskamerachtige werkkamer van de president, die rondloopt in een vest, staat in contrast met de voorzichtigheid van zijn uitspraken. Over het politieke spanningsveld waarin het Hof opereert, zegt hij: ' Wij hebben altijd veel moeite gedaan om een scheidslijn te trekken tussen wat gedaan zou moeten worden door de wetgever en wat gedaan kan worden door de rechter. De rechter kan een conclusie trekken uit een verdragstekst. Maar hij is niet in staat een systeem van gedetailleerde bepalingen te creeren uit het niets.'

Due geeft toe dat dit voor een deel alleen in theorie klopt. De wetgever probeert immers nationaal maar ook supra-nationaal steeds vaker moeilijke politieke problemen door de rechter te laten oplossen. En het Hof werkt daaraan soms mee. ' We krijgen hier vaak juridische conflicten met een sterke politieke component', benadrukt Kapteyn, ' In zo'n kwestie als het Nederlands televisiebestel zie je dat de politiek zich meester maakt van het geschil. Over de juridische vraag om toelating van adverteerders tot de kabel wordt dan in de Tweede Kamer heel opgewonden gedaan. Daarmee opereert ook het Hof plotseling in de politieke arena.'

In mei dit jaar deed het Hof van Justitie een uitspraak in een puur politieke aangelegenheid: het Europarlement kreeg de bevoegdheid om klachten in te dienen tegen andere instellingen van de Gemeenschap, als de rechten van het parlement worden genegeerd of geschonden. Het parlement kreeg zo een nieuw wapen in handen tegen willekeur van de ministerraad. ' Speciaal op gemeenschapsniveau bestaat in de gevallen dat er eenstemmigheid bereikt moet worden, een zekere geneigdheid om te zeggen: we kunnen het niet eens worden over dit probleem dus we zullen eens kijken wat het Hof ervan zegt', zegt Due, ' Juist in die gevallen heeft het Hof altijd bekeken of een gemeenschapstekst een lacune vertoonde van het type dat we eventueel zouden kunnen invullen op basis van algemene rechtsprincipes.' Het Europarlement had enige jaren eerder al geprobeerd over zijn klachtbevoegdheid een uitspraak uit te lokken bij het Hof. Toen was het Hof er niet op ingegaan. ' Het is interessant om mee te maken', vindt Kapteyn, ' dat een rechterlijke instantie eerdere uitspraken - om het eufemistisch te zeggen - gaat bijbuigen. Een rechter slikt wel even bij zo'n vonnis.' Vooral ook omdat het Europarlement, zoals Kapteyn memoreert, rechtstreeks betrokken is bij de goedkeuringsprocedures rond de aanstelling van de rechters van het Hof.

President Due loopt naar zijn werktafel en vist een pakje sigaretten uit een la. Het lijkt wel of er bijna niemand bij het Hof werkt die niet rookt. In

gebouw is een kiosk aanwezig met een uitgebreide internationale sortering sigarettemerken. En overal zijn asbakken te vinden, tot in de grote rechtszaal. Maar die zijn volgens een persattache alleen bedoeld om sigaretten uit te drukken.

Arresten met belangrijke rechtstreekse politieke consequenties, illustreren de grote macht van het Hof, maar hebben als paradoxaal effect dat zij tegelijkertijd de positie van het Hof kunnen ondermijnen. Vastere grond heeft het Hof onder de voeten bij het usurperen van het eigen juridische domein: het vestigen van een nieuwe rechtsorde in Europa. In een wolk van rook zegt de president dat hij het zendingswerk in de verbreiding en aanvaarding van het gemeenschapsrecht onder rechters van de lidstaten een van de belangrijkste taken van het Hof vindt. Het Hof dient ' een bijzondere inspanning te leveren om bekendheid te geven aan de rechtspraak en nationale rechters te sensibiliseren voor deze nieuwe rechtsorde die zij moeten uitleggen en toepassen', zo stelt ook een jaarverslag van het Hof van Justitie. Dit 'sensibiliseren' gebeurt bijvoorbeeld op de studiedagen die de voorlichtingsdienst van het Hof twee maal per jaar organiseert voor nationale rechters. ' Zo hebben ook onze zittingen een opvoedende functie', zegt Kapteyn, ' Want behalve door huisvrouwen worden die zittingen ook veel door juristen bezocht.'

Dat de suprematie van het Hof nog lang niet door alle nationale rechters voetstoots wordt aangenomen, bleek vorig jaar bij een onderzoek van de Europese Commissie naar de houding van de hoge nationale rechterlijke instanties ten opzichte van het communautaire recht. Zo begon de Commissie in 1985 een inbreukprocedure tegen het Bundesfinanzhof omdat het weigerde te aanvaarden dat Europese richtlijnen directe werking kunnen hebben. En in Frankrijk had de Conseil d'Etat (Raad van State) bijvoorbeeld grote moeite met het principe dat ook nieuwe nationale wetten moeten wijken voor bestaande Europese regels. Kapteyn: ' De Franse Raad van State gaf geen voorrang aan gemeenschapsrecht ten opzichte van jongere wetten. Dan ben je natuurlijk in de aap gelogeerd als Europese Gemeenschap. Kort geleden zijn ze gelukkig omgegaan.'

Due schat de ontwikkelingen gunstig in. ' De controversen met bepaalde hoge rechtsinstanties verdwijnen nu langzamerhand. Ik denk dat er aanvankelijk een zekere onbekendheid was met het communautaire recht, een zeker wederzijds misverstand dat tot die tegenstellingen leidde.'

De samenwerking tussen nationale hooggerechtshoven en het Hof van Justitie noemt Due 'de ruggegraat' van het gezag van het Hof. ' Ik spreek zelf liever over de manier waarop het Hof in staat is nationale hoven te overtuigen', zegt hij na enig nadenken. ' Wij beschikken niet over een politiemacht die ons gezag oplegt. De kracht van het Hof moet gezocht worden in de kwaliteit van de argumenten die wij aandragen in onze arresten. Daarvoor is het natuurlijk essentieel dat nationale rechter op de hoogte zijn met de Europese rechtsregels. En speciaal als het op prejudiciele beslissingen aankomt, moeten wij hen overtuigen van ons gelijk. Dat is ons enige wapen.'

Het gemeenschapsrecht moet aanwezig zijn in het bewustzijn van de mensen die de regels moeten toepassen, zegt ook Kapteyn. ' Je kunt nog zo'n mooi recht hebben maar als advocaten en rechters het niet kennen, bestaat het niet.'