De CDA-raidcalen van weleer; M. Beinema: 'Ik heb meherhaaldelijk afgevraagd of ik nog mee kon doen'

Drs. M. Beinema (ARP) raakte begin jaren tachtig bekend als dissident in de CDA-fractie. Als het om kernwapens ging dan stemde hij mee met de oppositie, tot woede van de partij. Tegenwoordig is hij weer 'gewoon' Kamerlid - de partij is homogener geworden, de politiek saaier. ' De kernbewapening - ach, dat is toch voor ons opgelost... ', zegt hij.

Hij werd in de jaren zestig politiek actief door de opkomst van een groep christen-radicalen bij ARP, KVP en CHU. Daarvoor was hij 'latent' lid geweest van de ARP. Maar hij had die partij altijd nogal behoudend en ongeinspireerd gevonden. Via de jongerenbeweging van de ARP en de gemeenteraad van Middelburg, belandde hij halverwege de jaren zeventig in de Kamer. Een leraar Nederlands uit Zeeland, uit de wat meer progressieve ARP-hoek. ' Niet bij brood alleen - dat vind ik achteraf een van de betere programma's', zegt hij nu.

Hij mist de ARP van toen wel, maar niet hartstochtelijk. Het was een kleine fractie van 13 man, met meer vrijheid om eigen standpunten in te nemen en minder fractiebureaucratie. Ze waren onderling solidair in die ARP, maar ook hard voor elkaar. De politieke verschillen in de fractie waren aanzienlijk - bovendien was de achterban op haar beurt weer behoudender dan de fractie. ' Maar het gezamenlijke uitgangspunt - het vertalen van de bijbel naar de politiek - schiep onderling vertrouwen. Er was geestelijke verwantschap.'

De cultuur van het hard uitvechten van onderlinge tegenstellingen waarna men broederlijk naar huis toog, was bij het CDA in het begin van de jaren tachtig onbekend. ' Dat onderlinge vertrouwen was er niet. In het land kregen we van afdelingen wel te horen dat we maar lid van de CPN moesten worden. Vanuit Friesland zeiden ze dat er nog genoeg mesthopen waren, waar wij als landverraders ondergeschoven konden worden'.

Dat kwam bij Marten Beinema, wiens vader in de oorlog in het verzet sneuvelde, hard aan. ' Dat zou zich in het CDA van nu niet herhalen. We zouden nu langer vertrouwd worden. Naarmate de partij homogener wordt kun je meer ruimte krijgen om het oneens te zijn'. En als men het dan oneens is, dan lopen de politieke verschillen allang niet meer langs de lijnen van de oude bloedgroepen, is zijn ervaring. Zijn verzet tegen tv-reclame op zondag werd uit de fractie vooral uit katholieke hoek aangemoedigd, zo merkte hij op. En niet eens zozeer uit protestantse hoek, zoals te verwachten.

Van het radicale programma 'Niet bij brood alleen' is ' lang niet alles terechtgekomen', zegt hij voorzichtig. Toen het CDA begin jaren tachtig die omslag maakte ' heb ik me echt herhaaldelijk afgevraagd of ik nog mee kon doen. Heeft er zich nu een moment voorgedaan waarop het echt anders had gemoeten en ik geen invloed heb uitgeoefend? Nee. Mijn stelling is dat het belangrijker is om met vijftig man kleine stapjes te doen, dan met tien man een grote. Tenzij het radicaal fout gaat. Het is uiteindelijk de keuze tussen een sekte en de kerk. In een sekte kun je honderd procent zuiver zijn. In een kerk weet je dat de idealen er zijn; maar die worden af en toe alleen wat verdonkerd.'

' Als Willem Aantjes of Hans de Boer een afsplitsing hadden aangevoerd was ik waarschijnlijk meegegaan. Maar wat waren we dan geworden: een linkse SGP? Of een confessionele PPR? Wij hadden hooguit de helft van de voormalige ARP-achterban meegekregen - dan zit je daar met drie man en een paardekop.'

Nee, zolang zijn geweten dat toelaat kiest Beinema voor de kerk: het CDA. Maar niet onbezorgd. Het succes dat de partij onder Lubbers heeft gehad kan ook bedreigend zijn, meent hij. ' Het is een risico als de mensen voor het CDA kiezen omdat ze de praktisch politieke uitwerking wel interessant vinden en niet vanwege de grondslag. Of omdat ze Lubbers zo geniaal vinden. Ik geloof niet dat dat is gebeurd, maar we moeten oppassen dat we onze signatuur niet verliezen'.

Hoe denkt hij nu over de radicale keuzes die eind jaren zeventig voor het CDA werden gedaan door Goudzwaard c.s.? ' Dat komt weer terug, voor alle partijen. Kiezen we voor een hoger inkomen of dringen we de milieuschuld terug. Dat gaat nog grote spanning opleveren in de fractie. Trouwens, in alle fracties. Je ziet zelfs bij Groen Links dat ze alles tegelijk willen: en hogere inkomens door de koppeling en een schoner milieu. Een radicale keuze vergt maatschappelijke acceptatie. Wij kunnen hier wel zeggen hoe het moet, maar de massa moet het toch accepteren. Dan kun je je niet als een groep milieuheiligen opstellen en dat verder met een uitgedund CDA gaan doen'.

    • Folkert Jensma