COORNHERT

Toen Lubbers onlangs in Nijmegen een pleidooi hield voor hogere boetes en stren gere straffen, had hij zijn betoog enig cachet kunnen geven door zich te beroepen op de deze maand precies vierhonderd jaar geleden gestorven Dirck Volckertszoon Coornhert. In diens Boeven-tucht ofte middelen tot mindering der schadelijke ledighghanghers wordt eveneens gepleit voor harder optreden van het justitiele apparaat. Coornhert raadde de overheid aan dwangarbeid in te stellen, zoals roeien op de galeien en graafwerk in de duinen en bij droogmakerijen. Ook dienden er gevangenissen te komen waarin leeglopers en schurken een ambacht moesten uitoefenen; spelden maken, vlechten, hout zagen of weven.

Zijn voorstellen lijken streng, maar zijn voor die tijd betrekkelijk hu-maan omdat ze een alternatief voor lijf- en doodstraf waren. Coornhert meende dat mensen slechts te verbeteren waren door ze te laten werken. Dat geloof in de menselijke volmaakbaarheid kan samen met de door hem gepropageerde religieuze tolerantie als zijn intellectuele handelsmerk worden bestempeld.

Deze twee ideeen duiken dan ook voortdurend op in Dwars maar recht, een veelzijdige, rijk geillustreerde bundel artikelen, die voor een ruim publiek bestemd is. Bovendien geeft het zijdelings een indruk van Coornherts turbulente leven. De met de Prins van Oranje bevriende denker raakte een groot aantal keren in politieke en godsdienstkwesties verwikkeld. Hij nam geen blad voor de mond en zag zich daarom herhaaldelijk gedwongen naar Duitsland te vluchten, waar hij soms jaren bleef.

Door dergelijke omstandigheden moest Coornhert zijn bestuurlijke en juridische carriere regelmatig onderbreken. Om in zijn levensonderhoud te voorzien vervaardigde hij dan etsen en gravures. In het leukste artikel van Dwars maar recht laat Ilja Veldman zien dat de prentkunst niet alleen een broodwinning voor hem was, maar dat hij ook probeerde zijn moraal-filosofische en ethische opvattingen op deze manier kracht bij te zetten.

Coornhert maakte prenten naar schetsen van beroemde tijdgenoten als Maarten van Heemskerck en Hendrik Goltzius, die hun ontwerp soms op Coornherts ideeen baseerden. In zinnebeeldige voorstellingen worden ambitie, arrogantie en bezitsdrang gekapitteld of wordt er gemaand de hartstochten te beteugelen.

Informatief is ook Arie-Jan Gelderbloms stuk over het proza van Coornhert, die pas op latere leeftijd Latijn leerde. Gelderblom beschrijft hoe Coornherts stijl daarna verandert, en hoe in zijn werk zowel de stilistische traditie van Cicero met zijn beheerste breedvoerigheid als de invloed van de beknopte Seneca zijn terug te vinden.

Het is jammer dat de betere artikelen in de tweede helft van het boek staan. Na een aantal slappe stukken in het begin zal menig lezer het ten onrechte verveeld terzijde leggen. Vooral de bijdrage over Coornhert als theoloog is gedrenkt in betekenisloze zinnen als ' (-) zijn overtuiging dat de waarheid de uiteindelijke overwinning zal behalen, (duidt) eveneens op een mystieke achtergrond.' Ook het artikel van de filosoof M. F. Fresco over de invloed van de Oudheid op Coornhert is om de haverklap verdund met de verslappende relativering dat alles 'nog nader onderzoek verdient'. Zijn opzienbarende conclusie luidt uiteindelijk dat de Oudheid inderdaad 'een inspiratiebron' voor Coornhert is geweest.

Wie Coornhert voor onze tijd toegankelijk wil maken, stuit op de moeilijkheid dat zijn gedachten doortrokken zijn van een nu braaf en triviaal aandoende moraal. Vergeleken bij Coornhert zijn christendemocratische zedenprekers als Lubbers en Brinkman haast libertijnse propagandisten. Daarom is de aanpak van de samenstellers, om dergelijke gedachten vanuit verschillende invalshoeken in een historische context te plaatsen, op zichzelf heel vruchtbaar.

Coornherts ideeen over tolerantie en godsdienstvrijheid waren namelijk wel revolutionair voor zijn tijd. Zijn proza is niet zo prachtig als zijn geleerde pleitbezorgers doen voorkomen, maar fascineert wel als je je realiseert dat hij tot de eerste denkers behoort die in de volkstaal schreven, een Nederlands dat als schrijftaal nog nauwelijks bestond. En zijn moralisme zegt ons misschien even weinig als dat van Jacob Cats, in wisselwerking met de prenten van Van Heemskerck en Goltzius gaat het ontegenzeglijk weer leven.

Op 29 oktober vindt in Gouda de officiele herdenking van de 400ste sterfdag van D. V. Coornhert plaats, met uitreiking van de Coornhertprijs en voordracht van de Coornhertrede door Prof. H. van Maarseveen.;

Mijn tweede argument ten bewijze van vooruitgang in de kunst gaat er vanuit dat kunst cognitief is, ons dus een of andere nieuwe kennis bijbrengt. Daarmee bedoel ik niet zozeer rationele, laat staan wetenschappelijke kennis, maar juist allerhande moeilijk benoembare, subtiele ervaringen.

    • Maarten Doorman
    • de Walburg Pers 1989