Bloem of blad

Kort geding! De term draagt een belofte in zich van ontlading, van snel recht, van de knoop die doorgehakt gaat worden. Ergens is een vlam in de pan geslagen, bloed onder nagels vandaan getreiterd, de limit bereikt, en een van de partijen doet een beroep op de rechter subiet een einde te maken aan het onrecht. Op deze stralende woensdagmiddag, koud maar knapperig, loop ik het Haagse Paleis van Justitie binnen. Het is er kaler dan kaal, betonner dan beton. De burger voelt zich klein in de holle gangen. Er is een zithoekje waar gerookt mag worden, vanwege de zenuwen. Daar wenkt mij Loek Geradts, bestuurder van de ambtenarenvakbond die lelijk genoeg Abva-Kabo heet: ' Kom d'r bij zitten, we hebben vooroverleg maar we zijn zo open dat je het best mag horen.' Hoe lang kennen wij elkaar al? Een kwart eeuw, van toen we allebei jong waren en hartstikke links. Hij is de archetypische vakbondsbestuurder, van het type 'laten we mekaar geen mietje noemen'. Vandaag wil Geradts de bibliotheek in Leiden verbieden op zondag open te zijn. Hij is in die gemeente zelf raadslid, voor de PvdA natuurlijk, en heeft ooit in een motie gepleit voor meer zondagse levendigheid in de binnenstad. Dat ze hem daar nu mee pesten acht hij 'gelul'. Hij heeft nooit bedoeld dat bijvoorbeeld de winkels open moesten, of de bieb. Nergens voor nodig. ' De aardige eigenschap van een boek is dat je, als je er op zondag van wilt genieten, het woensdag al kunt halen.' Dat de mensen in de leeszaal de verse zondagskranten zouden kunnen lezen, vindt hij eveneens 'gelul'. Op zondag werken mag nu eenmaal niet van de CAO en waar zouden we in Nederland blijven als we de afspraken, waarop de samenleving 'draait', zomaar even aan onze laars lappen?

De zitting vangt aan. Een kille zaal, met een klok en het portret van de vorstin als enige ornamenten. De pleiters pleiten, de president luistert geduldig. Zou het hem net zo vergaan als mij bij zulke gelegenheden? Je hoort de argumenten aan en denkt, dat er voor allebei de standpunten veel te zeggen valt. De advocaat van de vakbond is geen begeesterd spreker, een schrale jongeman met een bittere ondertoon. Hij beroept zich op de CAO en lijkt daarin het gelijk aan zijn zijde te hebben: zondagsarbeid is uitgesloten, tenzij (het klinkt alsof er minstens een ramp moeten hebben plaatsgevonden voordat het mag) incidenteel, bij bijzondere omstandigheden en in geval van noodzaak. De advocaat van de bibliotheek is, stoer en sonoor, retorisch sterker maar zijn redenering vooralsnog niet: het experiment geldt voor 26 zondagen en is dus incidenteel (wat is een half jaar op honderd jaar bibliotheekwerk), er zijn bijzondere omstandigheden (de gemeente verstrekt een speciale subsidie, Leiden herbergt veel studenten en buitenlanders, de binnenstad is er door de week moeilijk bereikbaar) en de noodzaak zal heus wel blijken uit de toeloop. Nou, moe.

Schuin achter de stoere advocaat zit een jongeman met een baard en lang blond haar. Hij is voorzitter van de ondernemingsraad, die heeft ingestemd met de zondagsarbeid mits daarvoor genoeg vrijwilligers waren. Er waren er 19 nodig nodig, er meldden zich 31. In de bibliotheek werken namelijk vooral parttimers, die het wel prettig vinden om door zondagsdienst een vrije werkdag te verdienen. Zij zijn de kroongetuigen in het pleidooi tegen de bonden. ' De vakbonden treden hier niet op namens hun leden, werkzaam bij de bibliotheek, ' stelt de stoere advocaat vast. ' De leden zitten in het andere kamp.' Dat lijkt, misschien niet juridisch maar maatschappelijk, de kern van de zaak. Hebben vakbonden tot taak hun leden tegen zichzelf te beschermen, ook als deze daar geen prijs op stellen? Het is een oude sociaaldemocratische aandrift: beter dan de mensen zelf te weten wat goed is voor de mensen. Hebben we hier geen lichtbeeld bij Van Mierlo's stelling tijdens de Algemene Beschouwingen, dat de vakbonden niet van de werknemers, maar de werknemers van de vakbonden zijn? In de Leidse bibliotheek is de vakbeweging door haar eigen leden buitenspel gezet, en de leden van hun kant voelen zich door hun bond buitenspel gezet. De baardige jongeman heeft van zijn hoofdbestuur uit Zoetermeer een berisping gekregen waar de honden geen brood van lusten en zegt in de wandelgangen, dat de bondsbestuurders tegen de stroom van een maatschappelijke ontwikkeling oproeien: overal wil men decentralisatie en moet er meer aan de mensen zelf worden overgelaten, maar de vakbeweging klampt zich vast aan haar centrale macht.

Waar zijn de bonden eigenlijk bang voor? Precedentwerking, heeft Geradts mij al gezegd. Kijk meneer, als we dat nou 'ns allemaal gingen doen, dan werd het toch een rotzooitje? Op zondag open, dat zouden wel meer bibliotheekdirecteuren willen en als zij hun zin krijgen staan de bonden straks natuurlijk zwak als ze bij onderhandelingen over een nieuwe CAO van het werken op zondag een 'hard punt' willen maken. Hun advocaat begint er ook over. Stel, klaagt hij bij voorbaat, dat dit experiment op grote schaal aanslaat (er zijn plenty vrijwilligers en de klanten komen in drommen), dan worden de vakbonden daar straks 'mee om de oren geslagen'. ' Ja, natuurlijk!' roept zijn collega en tegenstander triomfantelijk. ' Als de mensen het nou willen!'

De zitting gaat als een nachtkaars uit. ' Als je verliest bent je nog verder van huis, ' houdt de president de bondsbestuurders omineus voor. Vriendelijk geeft hij hen in overweging eerst eens met directie en ondernemingsraad van de bibliotheek te gaan praten. De zaak wordt aangehouden.