ANDRIES QUERIDO; Een briljante medicus en onderzoeker

Begin 1949 bezocht de Leidse hoogleraar Querido het Amerikaanse consulaat om er een visum te halen voor zijn bezoek aan de Verenigde Staten. Hij vulde keurig de plaatsen in waar hij sinds zijn laatste bezoek aan dat land had gewoond. Daar hoorden een paar Duitse kampen bij. Of hij net zoals uit zijn andere woonplaatsen misschien een bewijs van goed gedrag uit die kampen had, vroeg de beambte. Querido -in 1945 bevrijd uit het concentratiekamp Theresienstadt- probeerde tevergeefs duidelijk te maken dat zo'n vraag wat absurd was, maar het lukte hem niet de lokettist daarvan te overtuigen. Pas toen hij had verteld dat hij de kampcommandanten had zien ophangen en deze zo'n verklaring niet meer konden afgeven, werden de noodzakelijke parafen gezet.

Het was een les -zegt hij er bij- die hem onmiddellijk weer met beide benen op de grond zette. Even had de net benoemde professor immers de illusie gehad dat een Leids hoogleraarschap en een uitnodiging van de Rockefeller Foundation om een jaar in Boston te komen werken alle deuren voor hem zouden openen. En waarom zou dat zo zijn.

De beschrijving van het absurde voorval is typerend voor de Querido zoals deze in De binnenkant van de geneeskunde te voorschijn komt: afstandelijk, zonder veel emotie en met een bescheiden ijdelheid. Bovendien is hij in zijn boek hoffelijk tegenover degene met wie hij het in de afgelopen zestig jaar aan de stok heeft gehad. Een hoffelijkheid die zich vooral uit door weinig of niets over zijn tegenstanders te zeggen en ze vooral niet met name te noemen.

De binnenkant van de geneeskunde beschrijft het zestigjarige verblijf van de endocrinoloog prof. dr. A. Querido (78) in, ruim geformuleerd, de wereld van de universitaire gezondheidszorg. Hij heeft er vrijwel onuitwisbare sporen achtergelaten: belangwekkende wetenschappelijke vondsten, prijzen, ere-lidmaatschappen van vooraanstaande wetenschappelijke verenigingen, een door hem opgezette medische faculteit (die aan de Rotterdamse universiteit), een salarisregeling voor de universitaire medische specialisten en tal van indringende (internationale) adviezen over het klinisch onderzoek, het academisch ziekenhuis en de medische opleiding.

Het boek heeft als ondertitel 'een autobiografie', maar is dat toch niet helemaal omdat het boek door Querido samen met twee wetenschapsjournalisten is geschreven, Jacky Bax en Ruud Overdijk. Bax deed Querido enkele jaren geleden het voorstel zijn levensgeschiedenis op papier te zetten na een vraaggesprek dat zij met hem had over een van Querido's geesteskinderen, het stimuleringsprogramma gezondheidsonderzoek. Zij kwam daarbij onder de indruk van Querido's betrokkenheid bij de ontwikkeling van de geneeskunde in de afgelopen zestig jaar. Bax en haar collega Overdijk kozen samen met Querido voor de autobiografische vorm omdat, zoals Querido zelf zegt ' het doen van onderzoek, met vallen en opstaan, teleurstelling en resultaat, mensenwerk is'. Onderzoek -in het laboratorium en aan het ziekbed- heeft Querido altijd geboeid en heeft hem ook veel internationale waardering opgeleverd.

JOODS MILIEU

Andries Querido is opgegroeid in de betrekkelijk gesloten liberale Portugees-joodse gemeenschap die in de jaren twintig en dertig in Amsterdam zo'n vijfduizend leden telde. Hij komt uit een gezin van een diamantklover en had, zoals hij zegt 'krachtige en ondernemende' ouders. Zij brachten hun driekinderen een groot respect voor leren en studeren bij. De keuze voor een universitaire studie na zijn HBS was eigenlijk vanzelfsprekend. Hij koos in 1929 voor geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, want dan kon hij thuis blijven wonen - een noodzaak want rijk waren zijn ouders niet.

Tijdens een bijna vier jaar durend student-assistentschap raakte hij gegrepen door het wetenschappelijk onderzoek. Als eerste bijdrage aan de wetenschap bouwde hij een apparaat om de zuurgraad te meten wat, in de jaren dertig het onderzoek naar vitamine D verder hielp.

Zelf dacht hij dat het bouwen van het apparaat niets met wetenschap van doen had, maar naderhand moest hij erkennen dat het tegendeel het geval was. Het doordenken van elke stap die voor de bouw nodig was en de daarbij behorende scherpe vraagstelling bracht hem de mentale discpline bij die nodig is om de meest uiteenlopende wetenschappelijk en medische vraagstukken op te lossen.

Zijn onderzoek aan vitamine D leverde de tweeentwintigjarige student de gouden medaille van de Universiteit van Amsterdam op. Een medaille die vervolgens werd gehonoreerd met een reisbeurs naar de Verenigde Staten. Voordat hij afreisde na zijn artsexamen, promoveerde hij.

Querido zette zijn wetenschappelijke carriere voort in het farmacologisch laboratorium van de Leidse universiteit. Hij hield er zich bezig met hormonen, het onderwerp voor de rest van zijn leven. Al spoedig kreeg hij een hoogleraarschap aangeboden. Querido verkoos echter in Parijs te gaan werken bij de latere Nobelprijswinnaar Andr Lwoff aan het Institut Pasteur. Lwoff was wat Querido noemt, de 'bon patron', een leermeester.

De oorlog betekende in veel opzichten een breuk in Querido's leven. Hij werd erdoor gedwongen naar Nederland terug te keren. In december 1939 werd hij in Leiden assistent van de internist Kuenen. Een aanbod bij de Delftse Gistfabriek onderzoek te leiden naar vitaminerijke voedingsmiddelen - van groot belang met het oog op de komende oorlog - wees hij af omdat het zijn wetenschappelijke vrijheid te veel zou inperken. Hij hield er wel een adviseurschap voor een dag per week aan over waardoor zijn inkomen verdubbelde. Hij vond dat hij nu wel kon gaan trouwen.

PENICILLINE

In januari 1943 werd Querido (die in november 1940 bij het academisch ziekenhuis ontslagen is) met zijn gezin opgepakt, in Barneveld geinterneerd en via Westerbork naar Theresienstadt getransporteerd. In Westerbork bleek overigens nog eens Querido's bezetenheid voor wetenschappelijk onderzoek: hij bleef ermee bezig. Met achterlating van vrouw en kind als gijzelaars mocht hij nog een keer naar Delft, waar hij met de Gistfabriek de mogelijkheden van penicilline besprak naar aanleiding van een door hem op de kop getikt wetenschappelijk tijdschrift. Toen hij na de oorlog in Delft terugkwam, waren de onderzoekers erin geslaagd die beroemd geworden medicijn te vervaardigen.

Ook in Leiden pakte hij weer snel de draad op. Querido ging eerst naar Parijs en Engeland om zich te informeren over de actuele stand van de wetenschap, want er had een enorme kennisexplosie plaatsgevonden. Hij ging weer aan het werk in het academisch ziekenhuis, maar zag dat de klinische endocrinologie in Nederland op de verkeerde weg was. De onderzoekers baseerden hun ideeen volgens hem te weinig op waarnemingen bij patienten. Die kritiek leverde hem een stipendium op om zich een jaar lang (1947) volledig op de klinische endocrinologie te kunnen concentreren.

In juni 1948 werd Querido in Leiden de tweede hoogleraar in de inwendige geneeskunde. Hij begon er met de opbouw van een eigen laboratorium dat is gespecialiseerd in de endocrinologie en in de stofwisselingsziekten. Kort daarna kreeg hij het aanbod van de Rockefeller Foundation een jaar als 'research fellow' in het Massachussets General Hospital in Boston (dat samenwerkt met de medical school van Harvard) te gaan werken volgens Querido het 'Mekka van de Amerikaanse geneeskunde'. Hij deed er onderzoek naar de schildklier. Maar bovenal werd hem nog eens duidelijk dat je in de kliniek niet met ziekten te maken hebt -zoals in Nederland wordt gedacht- maar met zieke mensen. Vergaande specialisatie is door de kennisexplosie onvermijdelijk -erkent hij. ' Maar deze uitsplitsing is in wezen funest, want de orgaansystemen beinvloeden elkaar in hun functioneren.'

Bij zijn terugkeer in Leiden bleek dat zijn laboratorium ondanks de toezeggingen van het universiteitsbestuur nog steeds niet behoorlijk wasgehuisvest. Hij regelde dat dan zelf en liet zijn medewerkers met een handkar tweedehands meubelen uit de stad halen. Zijn laboratorium kreeg al snel een hoog internationaal aanzien. Bijna voortdurend waren er buitenlanders werkzaam. Querido weet zijn mensen goed te kiezen. Twaalf van zijn tweeendertig assistenten en promovendi zijn hoogleraar geworden.

JODIUMTEKORT

De jaren zestig waren voor Querido in wetenschappelijk opzicht het meest opwindend. Hij deed onderzoek onder de Dani's in de Moelia vallei in Nieuw Guinea. Deze bergstam werd geteisterd door dwerggroei, doofheid en hersenafwijkingen. Heel fraai beschrijft Querido hoe hij bij het zoeken naar de oorzaken door zijn beschikbare kennis eerst op een verkeerd spoor werdgezet. Pas toen hij besloot de afwijking als een volledig nieuw verschijnsel te bestuderen, met de erbij horende zorgvuldige vraagstelling, ontdekte hij dat een ontstellend gebrek aan jodium bij zwangere vrouwen de waarschijnlijke oorzaak is. Deze bevinding zou bijna dertig jaar later definitief in de laboratoria worden bevestigd. Met een zekere trots verhaalt Querido dan vervolgens dat door de door hem aanbevolen injecties met jodium alleen al in Indonesie jaarlijks zeker tienduizend dwergen minder worden geboren.

Querido kreeg in 1965 de opdracht in Rotterdam een nieuwe medische faculteit te stichten. Hij probeerde er zijn op buitenlandse ervaringen gebaseerde inzichten in te verwerken. Querido wilde onder meer dat de studenten al vroeg tijdens hun studie met de praktijk in aanraking zouden komen en ook wetenschappelijk onderzoek zouden doen. Hij legde een stevige basis voor het medisch onderzoek door een aantal naar de Verenigde Staten uitgeweken onderzoekers terug te halen. Ruim een jaar na de opdracht begonnen de eerste studenten in Rotterdam aan hun medische opleiding. De docenten bleken de grootste moeite te hebben hun studenten voor te blijven.

Querido is altijd prominent in de medische wereld aanwezig geweest. Hij heeft er ongetwijfeld veel vijanden gemaakt en dat aantal zal na zijn emeritaat alleen maar zijn toegenomen. Als adviseur, eerst van de minister van Onderwijs en later van die van Wetenschapsbeleid, was hij in de jaren tachtig verantwoordelijk voor verscheidene stimuleringsprogramma's die het klinisch onderzoek in Nederland uit de put moesten halen. Dat betekende ook dat hij betrokken was bij de verdeling van geld, iets waarover in het vaderlandse academische milieu de gemoederen hoog plegen op te lopen. Net zoals in het hoofdstuk over Rotterdam speelt hier dan Querido's hoffelijkheid, zijn vermoedelijke angst om mensen te kwetsen, de lezer parten. Die zou wel iets meer 'werkelijkheid' voorgeschoteld willen krijgen en dus willen lezen hoe het er in de zeker lang niet altijd vriendelijke confrontaties aan toe is gegaan.

De binnenkant van de geneeskunde biedt ondanks dat een boeiende beschrijving van de onderzoeker, medicus en met de zieke mens begane Andries Querido. De lezer leert er over de uitdagingen van het wetenschappelijk onderzoek en het behandelen van zieken, maar het boek stopt bij de voordeur van zijn huis. Hij laat niemand ongevraagd in zijn emotionele leven binnen. Dat is uiteraard zijn goed recht en is alleszins begrijpelijk, maar jammer is het wel. Daar staat tegenover dat De binnenkant van de geneeskunde daardoor als leerboek aan waarde wint. Het zou verplichte literatuur moeten zijn voor degenen die overwegen een universitaire studie te volgen.