Welkom aan het onnodige; Roman en vier filmscenario's van Harold Pinter

Harold Pinter heeft deze week Amsterdam bezocht, niet zoals de meeste Engelse auteurs om zijn publiciteit te bevorderen maar om op de Vrije Universiteit een samenspraak uit te voeren met de Nicaraguaanse priester Ernesto Cardenal na de verlening van diens eredoctoraat. Zo heeft hij een bijdrage geleverd aan de beantwoording van de vraag hoe hij zijn dagen doorbrengt nu hij zelden meer toneel schrijft: alleen vijf of zes kleine eenakters sinds Betrayal van 1978.

Het optreden aan de VU hoort bij zijn politieke tijdsbesteding van de laatste jaren; hij heeft een praatgroep om zich heen waarmee hij van tijd tot tijd anti-Amerikaanse verklaringen aflegt en voorbijgaande ergernis wekt bij andersdenkenden. Wat hij in de schouwburgen van Londen tegenwoordig doet is voornamelijk regisseren van het werk van collega's. Als schrijver bewerkt hij nog steeds romans tot filmscenario's; en nu heeft hij zijn onuitgegeven enige eigen roman The Dwarfs bewerkt tot een betere roman en gepubliceerd.

The Dwarfs is langzaam tot stand gekomen in de vroege jaren vijftig voordat Pinter aan toneelstukken begon. Hij heeft het toen laten liggen, er in 1960 een hoorspel aan ontleend en daarvan in 1963 een toneelversie gemaakt. Het stuk is nooit beschouwd als een van zijn voornaamste, maar het heeft een vertrouwde Pinteriaanse toon en leidt tot een discussie over de betekenis van de dwergen in de titel voor de gesprekken tussen de drie personen, Len, Pete en Mark.

De dwergen manifesteren zich in de verbeelding van Len, die psychisch niet gezond is en in een hospitaal wordt opgenomen. Daarmee is hun oorsprong verklaard, maar misschien zijn zij met hun drukte en de rommel die zij achterlaten ook bedoeld als commentaar op de verlopende vriendschap van de drie jonge Londenaren. Len heeft veel aanmerkingen op zijn vrienden voordat hij het ziekenhuis ingaat, en hoort daarna niet meer bij hun leven; de andere twee breken vervolgens met elkaar wegens onverenigbare geaardheid.

Weglatingen

In de roman wordt de breuk nader verklaard doordat Mark het aanlegt met de vriendin van Pete, Virginia, maar zij komt in de gedramatiseerde versie niet voor. Behalve de scenes met haar zijn grote stukken van de gesprekken tussen de vrienden weggelaten, samen met beschrijvende passages en onuitgesproken gedachten. De toneelversie heeft zowat een zesde van de lengte van de roman, en zegt toch bijna hetzelfde over identiteit en halfbegrip en vervreemding.

Er kan een studie van weglatingskunst gemaakt worden aan de hand van de twee gedaanten van The Dwarfs, waarbij niet zonder meer vaststaat dat alles wat uit de roman weg kon overtollig was. Een roman biedt meer ruimte dan een toneelstuk, en een verteller kan goed gezelschap zijn ook wanneer hij afdwaalt. Sommige passages in het vernieuwde oude boek zijn hoewel onnodig, toch welkom, om wat erin uitgedrukt is of om de vorm die al klinkt als de Pinter van later. Maar misschien horen wij inderdaad de Pinter van later, namelijk de herziener van 1989, die aan het origineel een paar vondsten heeft toegevoegd. Af en toe duizelt het de lezer wanneer hij zich afvraagt of hij de auteur op vijf-en-twintigjarige of op zestigjarige leeftijd ontmoet.

Ik denk dat het zelden de zestigjarige is. Wanneer Mark zijn gevoel voor Virginia's lichaam uitdrukt (' I've never seen your legs above your knees.' 'No.' 'Lift your skirt up.' 'Mmn?' 'Lift your skirt up.' 'Like this?' 'Yes. Go on.' 'Like this?') klinkt het als The Homecoming van 1967, maar dat is geen reden om aan te nemen dat Pinter het er later ingezet heeft.

Sommige passages had hij beter uit de roman kunnen weglaten net zoals uit het toneelstuk, vooral een langdurige opheldering tussen Pete en Mark aan het eind. Misschien werd hij geremd door respect voor zijn eigen jeugd. Gelukkig delen veel van zijn lezers dat respect. Zij zullen de roman lezen niet om Pinters visie op vervreemding beter te zien of zijn stem helderder te horen, maar om hem door de jaren heen te leren kennen. Een van de wonderen die zij nog eens scherper zullen opmerken is dat op zijn twintigste de beheersing en de onredelijkheid en de intonatie van zijn dialogen al even zelfverzekerd klonken als tien jaar later.

Dialoog

Dat hij bestemd was voor toneelschrijver wordt er niet door in twijfel gebracht. Als Pete in de roman aan Mark vraagt wat hij de laatste tijd uitgevoerd heeft komt er een dialoog als volgt:

'When?'

'Since I saw you.'

'This and that.'

'This and what?'

'That.'

'It sticks out a mile.'

waarvan de conclusie (met de betekenis 'Het is duidelijk te zien') grappig is maar niet sterk. In de toneelversie wordt de gedachtenwisseling na 'That' besloten met het onuitputtelijke stijlmiddel van Pinters dialogen: een pause. Zo'n geladen stilte als er dan heerst, had hij in een roman nooit kunnen laten horen.

Van Pinters werk als scenarioschrijver kan de ware belangstellende vier recente voorbeelden lezen. Drie ervan zijn volgens plan verfilmd: The Comfort of Strangers naar Ian McEwan (1990), Reunion naar Fred Uhlman (1989) en Turtle Diary naar Russell Hoban (1985). Victory, naar Joseph Conrad, is in 1982 voor niets geschreven, in samenwerking met Richard Lester; niemand wilde die film financieren.

Het lezen van filmscenario's kost de meeste mensen denk ik minder moeite dan van toneelstukken, omdat camerabeelden meer dan toneelbeelden lijken op het eigen archief van ons innerlijk oog. Als een beoogde film niet bestaat is dat geen bezwaar, integendeel, dan heeft de lezer de vrijheid. Mijn film van Victory was heel goed.

Pinter is minder streng en makkelijker toegankelijk in zulke teksten dan in zijn toneelwerk. De dialogen zijn zakelijk, en ertussen roept hij wisselende gezichten en interieurs en landschappen op. Ook daar leren wij hen van kennen, uit The Servant en The Go-between en The French Lieutenant's Woman en een reeks andere tot aan deze vier toe.