Toch een beetje spijt bij F16-squadron in Twente

ENSCHEDE, 26 okt. Het 315-squadron op de vliegbasis Twente heeft niet geheel zonder spijt gereageerd op het besluit de achttien F16-jachtvliegtuigen voorlopig niet uit te zenden naar het Golfgebied. 'We waren enthousiast en als het dan niet doorgaat sta je niet te stampvoeten van woede, maar heb je toch ergens wel het gevoel dat het een beetje jammer is', liet gisteren squadroncommandant G. Tiggelman weten.

De regering is er niet in geslaagd de F16's van squadron 315 te stationeren in het Golfgebied. Op 18 september kondigde premier Lubbers aan dat Nederland bereid is het squadron in de Golf in te zetten. Drie dagen later was men op de vliegbasis Twente reisklaar. 'Trots dat we uitgekozen waren, een warm gevoel van binnen. Maar natuurlijk ook bezorgdheid, want het risico dat je in zo'n gebied loopt is natuurlijk wel even groter dan wanneer je hier de straat oversteekt', zegt vliegbasiscommandant F. Vogelpoel.

Minimaal 80 personeelsleden zouden met de 18 jagers meegaan, in de maximumvariant zouden 300 luchtmachtmilitairen afreizen. Turkije leek het gastland te worden, maar gaf te kennen geen behoefte te hebben aan de Nederlandse F16's. Ook andere landen in het gebied wezen het Nederlandse aanbod af. Afgelopen dinsdag schreef minister Ter Beek van Defensie samen met zijn collega H. van den Broek van Buitenlandse Zaken in een brief aan de Tweede Kamer dat men 'voorlopig' geen jagers naar de Golf zal sturen.

'Nee, we hebben niet het gevoel dat er met ons is geleurd', stelt Vogelpoel. Van een geschaad vertrouwen in de minister kan dan ook geen sprake zijn. Toch geeft hij toe dat de langdurige onzekerheid over de verhuizing van de jagers de spanning dezer dagen wel ten top heeft gevoerd. De ongewisheid werd personeel en achterban bijna teveel. 'Het begon te kraken. Aan de motivatie mankeerde nog niets. Maar je moet je mensen wel erg lang op het vinkentouw houden. En dat heeft nogal een impact, ook op echtgenoten en kinderen. Niemand kan bijvoorbeeld meer afspraken maken, want je moet binnen twee dagen startbereid zijn.'

De spanning is er nu af, getuigt men. 'Een relief' heet dat in vliegenierstermen. Maar men blijft er op de basis op voorbereid alsnog ingezet te kunnen worden.

De hele operatie wordt als een uitstekende oefening gezien, waar men achteraf gezien zelfs nog voordeel uit gehaald heeft. Niet alleen is de paraatheid van het squadron getest en zijn draaiboeken vervaardigd waarmee ook andere legeronderdelen hun voordeel kunnen doen, men beschikt nu op de vliegbasis over de goederen waarvoor men anders wellicht jaren had moeten soebatten bij de luchtmachtleiding. Van voorraden toiletpapier tot gaspakken, van junglepetjes tot tenten. 'Wat dat betreft', geeft Vogelpoel glimlachend toe, 'ben ik blij dat het gebeurd is. Geld daarvoor hadden we anders waarschijnlijk niet zo snel gekregen.' Vogelpoel zegt niet te weten wat de hele operatie gekost heeft. Naast alle levensvoorraden moest nieuwe verbindingsapparatuur worden aangeschaft en moesten alle personeelsleden worden gevaccineerd. 'Het is zeker geen weggegooid geld geweest. Het past in de nieuwe filosofie van de luchtmacht om meer flexibele eenheden te hebben.'