Reconstructie Trauer-Music lijdt ondervoorzichtigheid

In het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg kon men gisteravond luisteren naar een knap staaltje muziekgeschiedenis: de wereldpremiere van een verloren geraakt werk van Johann Sebastian Bach. Aan de hand van historische aanwijzingen heeft Jos van Veldhoven, dirigent en artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging, een reconstructie gemaakt van de Trauer-Music die Bach schreef voor het overlijden van vorst Leopold von Anhalt-Kothen, Bachs vroegere broodheer.

Het tekstboek was Van Veldhovens enige bron. Verder is de reconstructie gebaseerd op het zogenaamde parodieren, een muzikale techniek die componisten hanteerden om te kunnen voldoen aan de enorme vraag naar muziek. Oude noten werden in een andere context opnieuw gebruikt. Ook Bach parodieerde veelvuldig eigen werk. Vooral cantates die bij eenmalige gelegenheden hadden geklonken, werkte hij om tot muziek met een langere levensduur.

De Kothener Trauer-Music werd uitgevoerd bij de begrafenis van vorst Leopold op 24 maart 1729, ongeveer drie weken voordat in Leipzig, waar Bach toen werkte, de Matthaus Passion in premiere ging. Er is altijd druk gespeculeerd over de relatie tussen beide werken. Heeft Bach de muziek van de Matthaus Passion al eerder gebruikt? Tussen een aantal aria's uit beide werken blijkt in de teksten (in beide gevallen geschreven door de dichter Picander) een onmiskenbare relatie te bestaan. 'Erbarme dich', klinkt het in de Matthaus, 'Erhalte mich' wordt dat in de Trauer- Music, en 'Blute nur, du liebes Herz' wordt 'Zage nur, du treues Land'.

Na langdurig gepuzzel heeft Jos van Veldhoven een speelbare versie van de Trauer-Music gemaakt, met behulp van koren uit Bachs Trauer-Ode voor keurvorstin Christiane Eberhardine en aria's en recitatieven uit de Matthaus. Waar geen geschikte muziek van Bach voorhanden was, bij vier recitatieven, heeft Ton Koopman nieuwe geschreven.

Het resultaat was gisteren voor het eerst in Muziekcentrum Vredenburg te horen. Terecht was in het programmaboek sprake van een wereldpremiere. De Kothener Trauer-Music heeft weliswaar een keer eerder geklonken, maar Van Veldhoven geeft toe, dat Bach het ongetwijfeld anders en vooral beter heeft gedaan, en dat de recitatieven van Ton Koopman misschien wel iets te empfindsam zijn. Bach zal zijn voorbeelden waar nodig grondig hebben bijgeschaafd. Van Veldhoven blijft zo dicht mogelijk bij het origineel. De voorzichtigheid uit respect voor de meester is begrijpelijk en terecht, maar de reconstructie lijdt er wel onder. De tekstplaatsing is vaak hakkelig, al zit men als luisteraar met de onmogelijke opgave om de aria's te beoordelen los van de context waarin ze zo bekend zijn.

Volgens Van Veldhoven geeft de reconstructie inzicht in de werkwijze van Bach en in het ontstaan van de Matthaus Passion. Dat is echter geen argument tijdens een concert. Daar wil men niet alleen naar geschiedenis luisteren, maar ook naar muziek. Als eenmalige ervaring is het aardig om dit werk te horen, al zou men dan een minder saaie, minder brave uitvoering wensen vooral het orkest liet het behoorlijk afweten. Verder mag de Trauer-Music op de stapel van controversiele composities waarvan het origineel ontbreekt of nooit is voltooid. Voor al die bekende aria's moeten we gewoon wachten op die paar weken voor Pasen.