Politie in Breda schaduwt junkies: Met het OM wordt wekelijkseen 'top tien'van gezochte personen samengesteld

BREDA, 26 okt. In de Bredase junkiescene regeert de angst. 'De mensen zijn doodsbang om naar buiten te gaan', zegt J. Burger van de Junkiebond, die in Breda in oprichting is. 'Ze zijn bang te worden opgepakt door de politie en voor een gedwongen afkick.'

Sinds de politie in april dit jaar begon met het project Drugs Related Crimes (DRC) zijn 73 verslaafde delinquenten ingerekend, 46 van hen zitten nu nog vast. Een achttal is bezig met afkickprogramma's. Het aantal inbraken in huizen is vergeleken met vorig jaar gedaald met 31 procent (van 864 naar 595) het aantal autokraken met 33 procent (van 2.427 naar 1.625).

Straathoekwerker B. Lebesque merkt dat 'de mensen eerder van de straat verdwijnen.' 'Zelf zien ze het ook. Terwijl ze vroeger al buiten stonden als het proces verbaal nog werd getikt, worden ze nu veroordeeld. Ze hoeven maar iets te flikken of ze zitten alweer vast.'

Breda heeft volgens het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs naar schatting zo'n 400 tot 600 drugsverslaafden. Hiervan keert een groep van 180 personen regelmatig terug op het politiebureau wegens het plegen van inbraken, autokraken en winkeldiefstallen. De groep die de politie op het oog heeft, bestaat voor het merendeel uit wat wordt genoemd 'tweehonderd gulden-gebruikers', die hun gewoonte betalen uit de opbrengst van diefstal.

R. de Milde, chef algemene recherche bij de Bredase gemeentepolitie, coordineert het project Drugs Related Crimes samen met een brigadier, die buiten de publiciteit wil blijven. Hij is de man van de praktijk. Gedurende zijn betoog produceert De Milde voortdurend schematische voorstellingen van de problematiek. 'Terwijl het politiewerk zich traditioneel concentreert op het misdrijf, richten wij ons nu volledig op de persoon van de dader. We treden niet meer reactief op maar pro-actief.'

Op een papiertje verschijnt een wip, met aan de ene kant de verdachte en aan de andere kant het strafbare feit. Door de dader op te vatten als producent van reeks delicten, slaat de wip door, zo redeneert de politiechef. Doel van het project Drugs Related Crimes is 'het op een aanvaardbaar niveau brengen van de veel voorkomende criminaliteit'. Wat 'aanvaardbaar' is, blijft vaag, maar feit is, volgens de beide politiemannen, dat Breda lange tijd de twijfelachtige eer had relatief zeer hoog te scoren op dit terrein.

'We passen geen nieuwe techniek toe. Het gaat om een andere manier van denken', zegt De Milde. Hij tekent een boomdiagrammetje op papier waarin de drie hulpbronnen, personeel, materieel en informatie, zijn verwerkt. 'Informatie is de poot die het meest is vergeten. Als de politie een bepaald probleem te lijf gaat, wordt altijd meer personeel of duurder materieel ingezet. Meer personeel krijgen we niet en geld is er ook niet. Dus hebben wij gekozen voor een bundeling van alle informatie.' Voor het project is volgens De Milde dan ook geen extra geld uitgetrokken.

Hij toont een uitgebreid organisatieschema waarin het opsporingsproces is vastgelegd van delict tot vermindering van het aantal strafbare feiten dat samenhangt met drugsgebruik. Centraal staat een coordinaat bemand door De Milde en de brigadier waar alle interne en externe informatie over gepleegde misdrijven samenkomt. Behalve alle kennis van verschillende politiediensten ('die hun informatie tot nu toe in al hun afzonderlijke kaartenbakjes hielden') gaat het om gegevens die worden aangeleverd door het openbaar ministerie maar ook door bijvoorbeeld burgers: winkeliers of beheerders van parkeergarages. 'Het hoeft niet altijd de melding van een misdrijf te zijn. Het kan gaan om een parkeerwachter die sporen heeft gevonden van een autokraak. Mensen die een verdachte persoon in een bepaalde buurt hebben zien lopen. Wat dat betreft krijgen we enorm veel hulp uit de burgerij, ' aldus de Milde.

'We hadden onlangs bijvoorbeeld een aantal woninginbraken door opklimming. Een soort gevelwerker', zegt de brigadier, 'Daarvan zijn er niet veel. Je gaat dus kijken wie voor zoiets in het verleden is veroordeeld. Als je dan te horen krijgt van justitie dat er juist veertien dagen geleden zo'n figuur is vrijgekomen, ga je je daarop concentreren. In dit geval hadden we die dader binnen twee weken.' Een van de factoren die bijdragen tot het succes van de operatie is het feit dat Breda een relatief overzichtelijke gemeente is, waarbinnen de groep potentiele delinquenten makkelijk te herkennen is. 'Je kunt aan het uiterlijk zo zien wie het zijn', zegt de brigadier.

In nauwe samenspraak met het openbaar ministerie wordt wekelijks een 'top tien' ('Echt een lijst met stijgers en dalers.') van gezochte personen samengesteld en vervolgens wordt alle aandacht daarop geconcentreerd. 'Als we iemand hebben leveren we hem bij justitie af met een aantal 'ronde' zaken', zegt De Milde. 'Er wordt snelrecht toegepast. Dus de overtreder verdwijnt direct voor langere tijd uit de roulatie. Over celruimte wordt tot nu toe ook niet moeilijk gedaan.'

Verslaafden die kunnen vermoeden dat zij figureren op de hitlijst van de politie zijn nu volgens de Junkiebond bang dat ze ieder moment van de straat kunnen worden gepakt. 'Dat is wel erg naief', vindt de Bredasepersoffcier van justitie mr. W. Koops. 'Het is natuurlijk al een succes dat er van het project kennelijk een preventieve werking uitgaat. Maar mensen zonder ernstige verdenking van de straat halen zou op gespannen voet staan met het wetboek van strafvordering.'

De Bredase strafpleiter mr. F. T. H. Gimbrere herinnert zich wel clienten die zeiden zonder reden van de straat te zijn geplukt, 'maar dat waren naar mijn mening geisoleerde gevallen'.

Inmiddels hebben onder meer de politiekorpsen van Alkmaar en Rotterdam belangstelling getoond voor de Bredase aanpak.