Meidoorns in het water en Varik bij tegenlicht; Willem den Ouden en de vernietiging van het Waallandschap

'Nog is het Waallandschap ongerept en kan de welving van een stroomrug of een holte in de dijk vreemde ontroeringen teweeg brengen', schrijft Betty van Garrel. In het gras langs een van de zwenkingen in de oude Waalbandijk sprak ze met de schilder Willem den Ouden, die het rivierenlandschap al meer dan drieduizend keer vastlegde. Den Ouden maakt nu alleen nog tekeningen, voor schilderijen heeft hij geen tijd meer. Want het Waallandschap zal volgend voorjaar, als Rijkswaterstaat de dijken gaat verhogen, door bulldozers vernietigd worden.

'De zon kon zoo mooi in de Waal schijnen. Bij Zaltbommel had i de zon in de Waal zien schijnen toen i de laatste maal met den trein over de brug kwam. Tusschen de brug en de stad maakte de zon een groote lichtplek in het water. Het water stroomde maar, de zon scheen er maar in, honderd, duizend, honderdduizend maal. Voor twee duizend jaar scheen de zon er al in en stroomde het water maar. God weet hoe lang al... '

Nescio, De Uitvreter (1909-1910)

In het warme licht van de oktoberzon is het Waallandschap nog adembenemender dan gewoonlijk. De dagen worden al korter maar het landschap blijft maar bezig met het aandragen van vlinders, bloeiende bloemen en zilveren lichtplekken op de rivier. De al door Jac. P. Thijsse bewonderde dijkflora gedijt nog. Elders blijkt de grond gestoffeerd met kaardebol, judaspenningen en andere groeisels met namen van vroeger. Maar hoe mooi het landschap er ook bij ligt, het is ten dode opgeschreven. Het kan de ingrepen die nodig zijn om de rivierdijken op Deltahoogte te brengen immers onmogelijk overleven.

Het drama van de vernietiging van het Waallandschap voltrekt zich vrijwel in stilte. De omgeving schijnt nog onaangetast maar tussen Varik en Neerijnen tekenen zich toch al verspreid liggende puinhopen van gesloopte dijkhuizen af. Tot voor kort werden ze nog bewoond en sommigen waren zelfs net gerenoveerd. Van een tussen de boomgaarden gelegen huis zijn de gevels alvast kapotgeslagen, waardoor het de aanblik biedt van een karkas op een galgenveld van appelbomen.

In het rivierengebied maken de huizen deel uit van hun omgeving. Hun plaats in het landschap is lang geleden door de ligging van de dijk bepaald. Zo zijn er plekken ontstaan waar bomen en huizen een schijnbaar organisch geheel vormen. Sommige plekken waar huizen staan zijn heel geheimzinnig, zoals een diepe, met oude eiken begroeide kom aan de binnenkant van de dijk. De zwartbruine, met riet gedekte daken hebben de schutkleur van de altijd vochtige stammen en takken van het omringende geboomte.

De subtiele verwevenheid van cultuur en natuur heeft het oude Waallandschap de kwaliteit gegeven van een zeldzaam majestueuze land art-sculptuur. De verrassende zwenkingen van de dijk volgen de loop van de meanderende rivier. Het rivierwater verleende de graslanden van de uiterwaarden een fijnzinnige structuur van nauwelijks merkbare rimpelingen en glooiingen. De grienden tekenen zich tussen en hemel en aarde af als weerbarstige, diepzwarte verticalen. Dode rivierarmen formeren met bomen omzoomde en met waterlelies begroeide strangen die als spiegels blauwe flarden van het uitspansel reflecteren.

De van waterdamp doortrokken atmosfeer lijkt het schroomvallige karakter van het landschap nog te onderstrepen. Staande op de Waalbandijk is het alsof je de omgeving door een ragfijne sluier ziet. Het gefilterde licht bestrijkt de toren van Bommel, een steenfabriekje, de brede Waalbrug die zich als een strook opengewerkt, oud kant boven de rivier verheft, en de in V-formatie vliegende eenden aan de horizon. Tussen de bomen hangt nevel. Veraf gelegen bomenrijen schemeren door elkaar heen alsof ze laag voor laag in een transparante kleur zijn afgedrukt. Sommige door de zon beschenen bomen lijken met hun door een halo van waterdamp omcirkelde kruinen op droomverschijningen.

Ten oosten van Waardenburg verheft zich een kleibos bezijden de dijk. In het tweehonderd jaar oude Bos van Neerijnen valt het licht binnen als in een gothische kathedraal die gemarkeerd wordt door oude beuken en eiken waarvan de stammen te dik geworden zijn voor een tedere omarming. Buitendijks strekt dit natuurmoment zich uit over een oude rivierloop, de Kil van Waardenburg genaamd, over de graslanden van de uiterwaarden waar meidoorns groeien en over wilgengrienden.

Ook voor dit bos is het einde in zicht, evenals voor duizenden andere bomen en honderden huizen die zich langs de dijk bevinden.

Het lente-offensief tegen het Waallandschap, dat volgend voorjaar begint, wordt gevoerd met bulldozers en graafmachines. De nieuwe dijk, die tweemaal zo breed en anderhalf, soms twee meter hoger wordt dan de oude dijk, zal zich niet langer door het landschap slingeren. Hij wordt zo recht mogelijk gemaakt en zijn weg loopt door uiterwaarden, beschermde dorpsgezichten, rivierstrangen en het eerder genoemde bos.

Zeer dicht ingezaaid gras zal de dijkondermijnende activiteiten van bomen, struiken en wilde bloemen verhinderen. Aan de overkant van de Waal is er al een stukje van zo'n nieuwe dijk zichtbaar. In de verte verheft zich een brede betonnen baan boven de rivier die oogt als een schuin op zijn kant staande, lijnrechte snelweg.

Komende generaties zullen zich er misschien over verwonderen dat het Waallandschap om zeep werd geholpen op een moment in de geschiedenis waarop de twintigste-eeuwers juist enige waarde begonnen te hechten aan de laatste Nederlandse landschapsresten. Ze zullen zich afvragen of die ongelooflijk grove ingrepen in het eeuwenoude cultuurlandschap, dat uniek in Europa heette te zijn, werkelijk nodig waren. Misschien geven ze de waterbouwkundige ingenieurs van Rijkswaterstaat achteraf 'the benefit of the doubt'. Het kan toch zijn dat deze in l990 eenvoudigweg nog niet in staat waren om andere oplossingen te bedenken dan de oprichting van een liefst kaarsrechte Atlantikwall tegen rivierwater dat dan nog hoogstens een keer in de l250 jaar een dijkbreuk zal kunnen veroorzaken?

Lage horizon

Nog is het Waallandschap ongerept en is het in staat door de welving van een stroomrug of een holte in de dijk vreemde ontroeringen teweeg te brengen. De verschijningsvormen van het landschap zijn talrijk. Dit is vooral onder ogen gebracht door de kunstenaar Willem den Ouden. Sinds hij in l964 een bij de dikke toren van Varik gelegen boerenhuis betrok, is het Waallandschap al minstens zo'n drieduizend keer het onderwerp geweest van zijn schilderijen, aquarellen, (kleuren-)etsen, litho's en tekeningen. In zijn werk heeft het rivierenlandschap een door het licht, de wind, de wolken en het water geschreven geschiedenis die zich niet meer herhaalt. Zo gedroeg het landschap zich bij die en die weersgesteldheid, op dat bepaalde tijdstip in dat bepaalde seizoen. De lage horizon en de hoge lucht zijn de enige constanten in oneindig gevarieerde voorstellingen: Zon boven het Land. Zon boven het water. De Bommelse brug. Ophemert. Tiel, vanaf Passewaay. Uiterwaarden bij laag water. Varik bij tegenlicht. Ophemert, vanuit het weiland. Zaltbommel, vanaf Hurwenen. Vogels boven de Waal. Meidoorns in het water. Hoog water. Uiterwaarden in de vroege morgen. Varikse Uiterwaarden. Heerewaarden, vanuit Varik. Uiterwaarden bij Ophemert. Varik bij stormachtig weer. Opijnen, vanuit de uiterwaarden. De Waal bij warm weer met lichte bewolking. De Waal tegen de zon in gezien. Tegenlicht door de wolken. Lucht en water.

De met topografische nauwkeurigheid weergegeven voorstellingen registreren de invloed van matige en flinke wind op de rivier, de invloed van een boot op de gedragingen van de stroom. Ze tonen hoe het water het licht weerkaatst, hoe de zon boven het landschap bij nevel opgaat en bij een wolkenloze hemel en hoe het licht 's avonds weer verdwijnt.

De afgelopen maanden heeft Willem den Ouden nog zo'n zevenhonderd tekeningen van het Waallandschap gemaakt. Hij gunt zich de tijd niet meer om te schilderen. Hij noemt zijn tekeningen schetsen maar ze hebben weinig vluchtigs. Het zijn meesterwerkjes op A-4 formaat. Zijn emoties over de vernietiging van het Waallandschap hebben de intensiteit van zijn lijnvoering nog verhevigd terwijl de precisie waarmee hij het landschap weergeeft dezelfde is gebleven. De lijnen, die altijd functioneel gebruikt worden en diepte, richting en structuur geven, drukken een koortsachtige geladenheid uit.

Ontelbare zonnen

De bewegingen van de stroom en de weerkaatsingen van het licht door de rivier zijn steeds weer getekend en weergegeven in onophoudelijk golvende lijnen die de zwenkingen van de Waalbandijk in herinnering brengen. Andere tekeningen tonen een zon die ontelbare zonnen in het water laat ontstaan. Vooral op plekken in het landschap die zullen verdwijnen, heeft Willem den Ouden de afgelopen tijd zitten schetsen. Ze stonden al in zijn geheugen gegrift, zoals het hele landschap tussen Tiel en Zaltbommel. Als remedie tegen slapeloosheid hoeft Willem den Ouden geen schapen te tellen; hij maakt denkbeeldige tochten over de dijk die precies met de werkelijkheid blijken te kloppen. Het 'en plein air' tekenen mag hij trouwens graag doen. Willem den Ouden: 'Ik wil het niet altijd over Nescio hebben, maar ik kan me die uitspraak van Bavink, ik steek m'n kop door het blauw heen, goed indenken. Het is een verrukking om buiten te werken. Ik kan me trouwens ook voorstellen dat Bavink stapelmal werd omdat hij de zon wilde schilderen. Je kunt het als schilder nooit winnen van de zon noch van het landschap. Het prettige van tekenen is de directheid. Je slaat een velletje van je schetsboek om en je begint weer opnieuw en zo kan je langzamerhand uit gaan zoeken waar de schoonheid van een bepaalde plek nou eigenlijk in zit. Waarom die plek nou zo mooi is. Na veel ploeteren begint het dan wel eens ergens op te lijken maar zoals ik al zei, je haalt het nooit. Want naarmate je langer naar het landschap kijkt, zie je steeds meer. Het is net als met de horizon, als je er naar toe loopt schuift hij voor je uit.'

Door zijn kennis van het Waallandschap maakt Willem den Ouden zich weinig illusies over de gevolgen van de op handen zijnde dijkverhogingen. Hij liet rouwvanen in het landschap plaatsen. Willem den Ouden: 'Vroeger werkte ik in de polders. De fijnmazige structuren die in dat oude land zitten, zijn net als hier aan de dijken door mensenwerk onstaan. Toen kwam Mansholt, die zei: grootschalig moet het worden, dan kan er goed verdiend worden. Toen kwam de herverkaveling. Het hele landschap werd plat. Maar het was voor een goede zaak, de mensen zouden het beter krijgen.

'Je ziet wat er van terecht gekomen is. Het gewin is uitgebleven en de polder is doodverkaveld. Nu wordt er opnieuw een landschap vernield, terwijl er al een goedgekeurd plan klaar lag waarbij de zwenkingen in de dijk gespaard zouden blijven. Nu blijft er niets gespaard. De Stichting Het Geldersch Landschap heeft nog een poging bij Rijkswaterstaat gedaan om dat zeldzame kleibos althans te redden door een dijkverzwaring aan de andere kant. Dat voorstel is niet eens in overweging genomen. Dat is nu de arrogantie van de macht.'

Als er aan de nieuwe dijk begonnen wordt, denkt Willem den Ouden portretten te gaan schilderen. Zijn huis zal niet gesloopt worden, het ligt ver genoeg van de dijk af. Wel zal er een stuk van zijn tuin verdwijnen. Hij blijft er vrij onbewogen onder, de vernietiging van het landschap snijdt hem meer in de ziel. Niet omdat zijn onderwerp hem ontnomen wordt, want ook de schaduw van een wolk kan hem tot tekenen aanzetten en die is ook nog wel op andere plaatsen te vinden. Willem den Ouden: 'Nescio schreef in zijn notities dat hij op een van zijn dagelijkse tochten eenmaal de schaduw van een wilg op een gepleisterd huis had gezien en dat hij, toen hij weer langs dat huis zou komen, al helemaal zenuwachtig in de bus zat te wachten of die schaduw nog net zo zou zijn als toen. Daar moet ik aan denken als ik de schaduw van een wilg op de dijk zie. Als je zo'n schaduw tekent, geeft die meteen de richting en het volume van de dijk aan en ook het licht. Je tekent dus nooit alleen maar een wolk.'

Willem den Ouden is van plan met het tekenen van het Waallandschap door te gaan zolang het potlood niet van de kou uit zijn handen valt en zover is het nog niet. We zitten zelfs een tijdje in het gras langs de dijk in de zon. Willem den Ouden zegt zich te verheugen op de komst van de ganzen. Ze komen uit Siberie en ze zullen volgende maand neerstrijken in het Waallandschap.

Uitgeverij Van Oorschot heeft vandaag een pamflet over de dreigende teloorgang van het Waallandschap gepresenteerd. Het is getiteld Atilla op de bulldozer/ Rijkswaterstaat en het rivierengebied en het bevat bijdragen van Willem den Ouden, J. Bervaes, J. J. Oversteegen, Gerrit Noordzij, Willem van Toorn en Ben van der Velden.