Koersen Damrak te laag door gebrek aan aanbod

AMSTERDAM, 26 okt. Van de aan de Amsterdamse beurs genoteerde ondernemingen vindt 78 procent de koers/winst verhouding, het aantal malen de winst per aandeel dat beleggers betalen, te laag. Van de grote beleggers, de instituten, in Nederland is 85 procent het met deze stelling eens.

Dit blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door het NIPO in opdracht van de acountantsfirma Moret Ernst en Young. Van de ondervraagden ziet 48 procent het als een probleem dat de koers/winst verhouding te laag is. De andere helft ziet het niet als een probleem.

Tot de eerste helft behoort Akzo, zo bleek op een congres dat Moret vandaag aan deze materie wijdde. Akzo-bestuurder S. Bergsma stelt: 'Akzo ondervindt het als nadeel als thuismarkt voor haar aandelen Amsterdam te hebben'. Bergsma ziet als oorzaak voor de lage koers/winst verhouding in Amsterdam een complex van factoren. Hij meent dat acountantsvoorschriften met betrekking tot de afboeking van bij overnames betaalde goodwill een rol speelt, wanneer Amsterdam wordt vergeleken met Londen en Wall Street. Ten opzichte van de Duitse beurzen spelen fiscale overwegingen. Daar kan de particuliere aandeelhouder de bij de vennootschap geheven winstbelasting verrekenen met zijn eigen inkomstenbelasting. Het netto rendement voor een Duitse aandeelhouder op een Duits chemie-aandeel is daardoor volgens Bergsma aanzienlijk hoger dan bij belegging in een vergelijkbaar Nederlands aandeel. Daarom zullen Duitse aandeelhouders bereid zijn een hogere koers/winst verhouding te betalen.

Drs. J. A. de Kreij van het Shell Pensioenfonds wees erop dat pensioenfondsen in theorie de partijen zijn die het meest in aanmerking komen risicodragend vermogen aan het bedrijfsleven ter beschikking te stellen. Hij stelde dat historisch gezien voor beleggers met een lange adem aandelen 4 procent meer opleveren dan obligaties. Kreij ontkende dat pensioenfondsen te weinig in Nederlandse aandelen beleggen. Integendeel: 'Het zou kunnen zijn dat de Nederlandse institutionele belegger de koers nog overeind houdt door proportioneel zwaar in Nederland te beleggen. Of hebben we hier te maken met een dunne handel die geen reele koersvorming toont ondanks het adagium: de beurs heeft altijd gelijk.'

Volgens Kreij is het probleem voor de instituten dat de Amsterdamse beurs minder snel groeit dan het beschikbare vermogen. Het bedrijfsleven lijkt behoudens herplaatsing als gevolg van privatisering niet veel risicokapitaal nodig te hebben, aldus Kreij.