Ik hoorde een za; Nagelaten poezie van Slauerhoff

Zeg nooit 'nooit'. Maar laat je ook nooit op een datum vastleggen. In het voorjaar van 1986 zei Kees Lekkerkerker in een vraaggesprek dat hij hoopte snel door te kunnen gaan met de voorbereidingen voor een nieuwe uitgave van Slauerhoffs Verzamelde gedichten. Tegen de bestaande uitgave, in 1988 nog herdrukt (Nijgh en van Ditmar, 952 blz., fl.49,50), vallen verschillende bezwaren aan te voeren; Lekkerkerker, de bezorger ervan, is de eerste om dat toe te geven. Nog onbevredigender voor de Slauerhoff-liefhebber is het ontbreken van een uitgave van zijn nagelaten poezie. Lekkerkerker nam zich voor in een nieuwe, historisch-kritische editie alle bezwaren weg te nemen, 'maar dan moet ik wel tachtig worden'.

Op 15 november wordt hij tachtig, maar het ziet er niet naar uit dat voor die tijd het enorme karwei geklaard zal zijn. Daarvoor valt overigens alle begrip op te brengen. De nalatenschap van Slauerhoff (opgeslagen in een zwarte zeemanskist die op 4 maart 1937 bij Lekkerkerker werd thuisbezorgd) is een beroemde chaos van papieren, die beschreven zijn in een al even beroemd onleesbaar handschrift. Bekend is deze zin, uit een onvoltooide roman: 'zijn epileptische dochter die oedeem en kuren heeft', waar Lekkerkerker na lang turen toch iets anders in las: 'zijn epileptische dochter die continu in coma leeft', om er na nog langer turen achter te komen dat er dit stond: 'zijn epileptische dochter die extasen en visioenen heeft'. Zelfs van een simpele punt kan men bij de slordige en gehaaste Slauerhoff nooit zeker zijn: het kan even goed een komma zijn, of een toevallig rustpunt voor de pen, als het al niet een door zeedeining veroorzaakte uitschieter is geweest.

Bij wijze van voorproefje maakte Lekkerkerker een kleine, 'persoonlijke' keuze uit de nagelaten poezie. De zeven gedichten zijn vrijwel zonder ingrepen van de editeur weergegeven. De onvoltooidheid is groot, wat boeiend kan zijn, maar hier voor onbedoelde komische effecten zorgt. In een lofzang op een blote vrouwenboezem noteert Slauerhoff deze weinig originele regel:

't Blankrond staat roodgespitst in

t mousselien

En hij laat erop volgen:

t Doet mij aandenken maakt

mij dol

Maar wij zullen dus nooit weten waaraan dit blankronde borstenpaar de dichter deed denken. In een ander gedicht hapert hij ook op het beslissende moment:

En buiten heerscht de nacht.

En ik hoorde een za

Ook hier zullen wij nooit weten welke za de dichter nu hoorde; we weten alleen dat de za klonk

Als een zwijn dat wordt gekeeld.

Het valt te hopen dat Lekkerkerker met zijn persoonlijke keuze vooral de onvoltooidheid van de nalatenschap heeft willen laten zien, en niet de literaire kwaliteit ervan. In poetisch opzicht valt er in deze zeven gedichten, gekozen uit alle perioden van Slauerhoffs dichterschap, weinig te beleven. De meeste zijn in aanzetten blijven steken, en in die fase was Slauerhoffs poezie nog langdradig, krukkig, voorspelbaar en van een armelijke pathetiek:

Mijn lichaam is gelukkig

Maar wie weet over 'n jaar heeft t

het weer koud

Door t kwellen van mijn geest verder-

gedreven

(Daar ik er niet genoeg van houd)