Ik ben het liefje van vrouwen en goden; De komische schilderijen van Cheri Samba

Nog maar enkele jaren geleden werd in het westen veel Afrikaanse kunst afgedaan als aandoenlijk primitivisme. Nu is de Zairese schilder CheriSamba beroemd en onlangs werd van zijn werk een tentoonstelling geopend in Oostende. Samba'skarikaturale doeken zijn aanklachten, waarschuwingen en zedenschetsen: 'Ik laat de waarheid zien en ben tevreden als de mensen mij begrijpen.'

Een aangespoelde potvis, een uitslaande brand of een prinselijk bezoek bood de vaderlandse graveur eeuwen geleden handenvol werk. Op zijn koperplaat bracht hij gedetailleerd verslag uit van de gebeurtenis. Kijk, hoeveel toeschouwers die ene potvis naar het strand wist te lokken. En zie, hoe groots de intocht was van onze prins met zijn hovelingen en zijn muzikanten. U kon er niet bij zijn, landgenoot, maar ik, de verslaggever, zal u een prent bieden, een getuigenis. De prins en de potvis mogen niet ongezien en onbesproken in de maalstroom van de tijd tenonder gaan.

Alleen in Afrika zijn nog kunstenaars te vinden die aan die vergeten graveurs doen denken. Zij brengen verslag uit van voorname bezoeken, van catastrofes zoals Aids, ze portretteren hun eigentijdse vedetten, stellen maatschappelijke wantoestanden aan de orde, en zelfs een seksschandaaltje bij de buren biedt stof genoeg voor een pikant genre-tafereel. Men noemt ze 'kroniekschilders' of 'peintres populaires' en een van hen is Samba wa Mbima N'zinga Nunimasi Ndombasi, oftewel Cheri Samba (33). 'Het liefje van de vrouwen, de goden en de kunstminnaars'; zo wil hij heten.

Hij komt uit Kinshasa, de hoofdstad van Zaire. Het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in Oostende biedt een tentoonstelling van zijn schilderijen. Een uitgebreid overzicht vanaf zijn vroege gecraquelleerde schilderingen op papier, bedoeld voor zijn stadgenoten, tot de grote acryl-doeken van nu, bestemd voor de westerse kunsthandel. Want sinds de tentoonstelling 'Magiciens de la Terre', waarbij in mei vorig jaar in Parijs een confrontatie werd geboden tussen de beeldende kunst uit het westen en die van de rest van de wereld, is vooral de kunsthandel geinteresseerd geraakt in het fenomeen Cheri Samba.

Een enkele eigenwijze collectioneur in Europa weet allang dat er in Zaire en in West-Afrika voor een paar stuivers unieke volkskunst te koop is; schilderijen, die meestal als reclameborden dienst doen. Maar sinds die monstertentoonstelling in Parijs heeft de kunsthandel de smaak te pakken. Want raken we eigenlijk niet een beetje uitgekeken op die winstgevende lanceringen van westerse beeldende-kunst projectielen, die rakelings langs de galerieen scheren, om vervolgens tot stilstand te komen in elk zichzelf respecterend westers museum voor moderne kunst?

Het wachten is op iets nieuws, iets heel anders, iets van verre; uit Zuid-Amerika bijvoorbeeld, uit Cuba, en nu uit Zaire. Kunstwerken, waar tot voor kort de westerse musea hun neus voor ophaalden en waar alleen de volkenkundige musea zich niet voor schaamden. Want daar, tussen de maskers en de voorouderbeelden hoorde dat 'aandoenlijke primitivisme' thuis, vond men. De kunstwereld stelde ook op symposia de museumpositie van de niet-westerse, eigentijdse kunst aan de orde. Welnu, die positie was niet rooskleurig, en daar kon, helaas, geen verandering in komen. Het werk van de Afrikaan en de Zuidamerikaan liet zich in vorm en inhoud nu eenmaal niet meten met de westerse produktie, geent op een eeuwenlange kunstgeschiedenis, op scholen en theorieen.

Televisie

Cheri Samba is voor de opening van zijn tentoonstelling in Oostende even snel overgekomen uit Parijs. Hij heeft al veel interviews moeten geven. De Nederlandse verslaggever is de laatste, op zondagochtend, half elf. Op tijd komen graag, want daarna moet Samba weer net zo snel terug naar Parijs, meldt het museum.

Om half elf dreint er een blues in de stille museumzalen, de koffiebar wacht op de eerste klant. Er is geen Cheri Samba te bekennen, maar wel een mooie tentoonstelling. Op zelfportretten ziet hij eruit als een vrolijke jongen met een wijde bos haar, comfortabel gekleed in een t-shirtje. Als hij anderhalf uur later het museum binnen wandelt, staat daar ineens een zakenman in wit kostuum met glittertjes, lakschoenen en glimmend kapsel. Inderdaad, hij heeft haast, want de televisie-opnamen, net op het strand van Oostende, hebben veel tijd in beslag genomen. Nee, hij woont niet permanent in Parijs, hij vliegt heen en weer. Een maand hier, een maand in Kinshasa.

Is zijn leven niet vergald door al die westerse belangstelling, die tv-documentaires en die tentoonstelling in New York? Nee, hoor. Hij dankt God met zijn gehele hart dat hij nu zoveel erkenning krijgt, dat hij is uitgeroepen tot 'de volksschilder van Zaire'. Hij heeft er hard genoeg voor gewerkt. Er is natuurlijk wel wat veranderd. Vroeger maakte hij in alle rust drie schilderijen per week, nu mag hij blij zijn als er in twee weken een doek uit zijn handen komt. Hij zou het sneller kunnen doen, maar dan worden ze er niet beter op. Zijn doeken zijn groter en gedetailleerder geworden.

'Maar ik leg mezelf nog steeds geen beperkingen op. Ik schilder spontaan wat ik zie, of het nu om politieke onderwerpen gaat of persoonlijke belevenissen. Gisteren vroeg iemand mij hier in een restaurant in Oostende of mensen in Afrika rundvlees op het menu hebben staan. Of ze dat als gerecht eigenlijk wel kenden? Dat soort vreemde vragen wordt me trouwens wel vaker gesteld. Laat ik verstandig zijn en verder geen voorbeelden noemen. Mijn volgende doek gaat dus over het rundvlees in Afrika, over een herder en een kudde, en over de westerlingen die dergelijke dingen vragen. Men weet zo weinig over Afrika. Alleen de oorlogen en Aids komen in het nieuws. En omdat die westerse journalisten het laten afweten, bedrijf ik zelf de journalistiek. Ik laat de waarheid zien en ik ben al tevreden als mensen mij begrijpen. Kijken ze niet naar mijn schilderijen, dan is dat het bewijs dat ik ze zonder inspiratie heb gemaakt.'

Wordt hij niet sterk beinvloed door alles wat hij in de Parijse galeries en musea ziet? Nee. 'Iedere kunstenaar moet bij zijn eigen stijl blijven en vooral niet kopieren. Ik koop wel kunstboeken. Picasso bijvoorbeeld spreekt me zeer aan en nog vele andere kunstenaars, van wie ik nu de namen niet precies weet. Maar dat laatste is geen reden om me te schamen.'

In de coffeeshop kijkt Cheri Samba gejaagd om zich heen. Zijn Parijse galeriehouder wijst op zijn horloge. Aan een ander tafeltje wachten nog andere mensen, 'lieden die hem willen misbruiken', zo waarschuwde eerder een geheimzinnige museumwoordvoerder aan de telefoon. Heeft de verslaggever nog andere vragen?

Het gerucht gaat dat hij net zoals zijn Amerikaanse collega's zijn schilderijen grotendeels door anderen laat uitvoeren. 'Ik werk inderdaad samen met een 'equipe' van zes man, maar de doeken die hier in het museum hangen heb ik allemaal zelf gemaakt. Kijk maar naar de signatuur. Mijn medewerkers hebben hun eigen specialisaties. Soms signeren wij als groep.

'Nee, ik zie hier in het westen niets meer dat me verbaast. Ook in Amerika niet. De eerste keer dat ik in Parijs kwam, begin jaren tachtig, heb ik het vreselijk koud gehad, dat herinner ik me nog wel. Ook de Franse architectuur maakte destijds een diepe indruk op me. Maar dat is nu allemaal voorbij. Waar ik ook ben, niets is mij meer vreemd. Overal voel ik me thuis.'

Zeden

Cheri Samba schildert al zo'n vijftien jaar. Evenals zijn vele collega's hield hij zich eerst bezig met publicitaire opdrachten, zoals uithangborden voor kappers, cafe-decors en krante-illustraties. Dit commerciele werk schoof naar de achtergrond naarmate hij meer oog kreeg voor het leven van alledag, voor zowel maatschappelijke als strikt persoonlijke problemen; van corruptie en prostitutie tot ontrouw en het ongemak van een slecht kokende echtgenote.

Zijn schilderijen vertellen elk afzonderlijk een kernachtig verhaal. Het zijn aanklachten, waarschuwingen, levenslessen, bekentenissen en zedenschetsen, met de vaardige hand van een reclameschilder karikaturaal neergezet in bonte kleuren en fluorescerende 'pailletjes-verf'. Ter wille van de duidelijkheid vertekent hij het perspectief, want dan kunnen de zijstraat en het plantsoen ook nog op die vierkante meter linnen. En omdat de passanten op de Avenue Kasavubu in Kinshasa soms zomaar vluchtig langs zijn doeken liepen, heeft hij besloten tekstballonnetjes, onderschriften en forse titels toe te voegen in het Frans en in het Lingala. Op die manier worden ze wel gedwongen om goed naar zijn werk te kijken. En mocht het de toeschouwer toch nog ontgaan wie de maker is, dan vindt hij dikwijls rechtsonder, op het linnen, het visitekaartje van Samba opgeplakt.

Cheri Samba heeft veel humor, zijn oordeel is mild, want het ontbreekt hem niet aan zelfkennis. De mens zal onherroepelijk het slachtoffer blijven van zijn driften. Hij mist nu eenmaal de controle over zijn onderbuik en daarom komt hij in netelige situaties terecht. Neem nu die ene overspelige dame; ze ligt achter een echt stoffengordijntje te vrijen, in de wetenschap dat haar man op reis is. Helaas, hij miste het vliegtuig en staat nu in razernij op de deur te bonken, terwijl de kersverse minnaar vooralsnog weigert voor de apotheose te vertrekken.

Deze en andere broeierige situaties met wellustige vrouwen en domme gansjes, met lamzakken van mannen, met seks, overspel en jaloezie de Zairese vrouw is nogal ontrouw, vindt de schilder levert kolderiek en moralistisch volkstheater op. Schilderijen die het midden houden tussen een affiche uit de jaren vijftig en een stripachtig voorlichtingspaneel waarmee de bevolking van de Derde Wereld geattendeerd wordt op de noodzaak van hygiene of voorbehoedmiddelen. Is het wel fatsoenlijk, dames, om daar zomaar op straat in Kinshasa, wijdbeens, te gaan staan plassen? En vindt u het ook zo lastig om met uw beminde te vrijen in gezelschap van drie net zo vrijlustige katten?

Maar het blijft niet bij volksvermaak alleen: Samba neemt zichzelf en de ander zeer serieus. Hij stelt het machtsmisbruik van de patserige blanke aan de kaak, die vanuit zijn luie stoel toekijkt hoe een zwarte voor een habbekrats zijn muren metselt. Hij pleit voor voorzichtig vrijen, hij waarschuwt de kinderen op straat die met gebruikte condooms spelen, diezelfde schooiers, die vanachter een muurtje twee badende vrouwen bespieden. Welke observatie leent zich niet voor schilderij?

Zelfbewustzijn kan hem evenmin ontzegd worden. Hij portretteert de succesvolle kunstenaar, die eenzaam op een berg, 'on top of the world', letterlijk gewurgd wordt door een galerie-contract. Op een ander doek zien we diezelfde Samba, die bij thuiskomst tot zijn verdriet wordt opgewacht door vleiers en profiteurs. Hij registreert de werkelijkheid ondubbelzinnig, zoals het een geroutineerd verslaggever betaamd. En in zo'n verslag is entertainment een onmisbaar ingredient, vandaar dat steeds terugkerende decoratieve behangetje, die geraffineerd geschilderde, mooie kanten bh's en dat royaal gestoffeerde decorum.

Of het nu om het gebrekkige openbaar vervoer gaat in Kinshasa, de last van muggen of de verloederende jeugd die zich tegoed doet aan drank en hennep: Cheri Samba voert ze ten tonele en hij doet onomwonden zijn zegje, in diezelfde, vaak beminnelijke directheid die Peter Sellers ooit liet zien in het verfilmde boek Being there van Jerzy Kosinski. Samba's belevingswereld is zo schaamteloos en oprecht dat je er af en toe niet goed raad mee weet. Die onbevangenheid en betrokkenheid hoor je toch op weg naar de volwassenheid kwijt te raken. Of juist niet?

Het is te hopen dat 'Son Eminence-Dessinateur Samba', zoals hij zichzelf afficheert, dicht bij de Afrikaanse aarde blijft. Er is al een slecht voorteken: Mammy-water, de Afrikaanse sirene, vaak als verleidelijke zeemeermin te gast op zijn allereerste doeken, is de laatste tien schildersjaren nergens meer te bekennen.

Tot 7 januari in het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst, Romestraat 11, Oostende. Geopend dag. van 10 tot 18 uur. Di. gesloten. Catalogus fl.650 Bfr.