Ierland bereid neutraliteit op te geven voor verenigd Europa

DUBLIN, 26 okt. De regering van de Republiek Ierland is bereid haar beleid van neutraliteit op defensiegebied op te geven, indien de twaalf partners in de Europese Gemeenschap een nieuwe, gemeenschappelijke veiligheidspolitiek ontwikkelen die zich beperkt tot verdediging van die Gemeenschap. Dat blijkt uit uitlatingen van de Ierse minister van buitenlandse zaken, Gerry Collins, aan de vooravond van een overleg van Europese regeringsleiders in Rome, dit weekeinde, dat gewijd is aan verdergaande politieke eenwording. Ierland is echter niet bereid mee te doen in een uitgebreide NAVO of in een al bestaande Europese alliantie als de West Europese Unie (WEU), aldus Collins.

De bereidheid van de regering Haughey om zijn politiek van strikte neutraliteit bij te sturen omwille van een gezamenlijk Europa, is volgende week woensdag en donderdag onderwerp van een spoeddebat in het Ierse parlement. Het ziet ernaar uit dat koningin Beatrix en prins Claus op hun officiele staatsbezoek aan Ierland, dat komende dinsdag begint, een deel van dat debat zullen bijwonen. Zij zijn woensdagmorgen enige tijd toeschouwers bij de beraadslagingen in de Dail, de Ierse Tweede Kamer.

In een gesprek met Nederlandse correspondenten deed Collins, een van de beminnelijkste leden van het coalitiekabinet Haughey/O' Malley (Fianna Fail/Progressive Democrats), de grootst mogelijke moeite om de aandacht voor Ierland als gevolg van het koninklijk bezoek te ontdoen van de negatieve nasmaak die alleen al aan het woord 'Ierland' kleeft door de activiteiten van de IRA. Uitgerekend op de dag dat het terroristische element onder de voorstanders van een verenigd Ierland ten noorden van de grens menselijke bommen gebruikte om twee Britse legerposten op te blazen (zeven doden en tientallen gewonden), benadrukte Collins de wens van zijn regering om 'iedereen die op dit eiland leeft' te betrekken bij een vreedzame oplossing voor Noord-Ierland. Het almaar uitblijven van een tastbaar resultaat van de 'gesprekken over gesprekken' die de Britse minister voor Noord-Ierland, Peter Brooke, nu al ruim een half jaar met alle betrokken partijen voert, verhult volgens Collins 'zeer opmerkelijke vooruitgang'.

'Als u mij vraagt of ik dan werkelijk optimistisch ben' de minister aarzelt en zoekt naar woorden 'dan zeg ik: ministers van buitenlandse zaken moeten wel optimistisch zijn'. Maar volgens Collins hebben beide regeringen, die in Londen en in Dublin, hebben hard gewerkt aan een oplossing en er is zeer opmerkelijke vooruitgang geboekt. Collins zegt dat nu algemeen, dus ook door de Unionisten die zich door het Brits-Iers Akkoord buiten spel gezet voelen, wordt aanvaard dat er drie partijen betrokken zijn bij de problemen. Collins doelt daarbij op de Britse regering, de regering in Dublin en de merendeels protestantse bevolking in Noord-Ierland. En Collins beschouwt die situatie als de essentie waarover in vele onderlinge besprekingen wordt onderhandeld. Collins: 'Wij van onze kant hebben inmiddels aan alle voorwaarden vooraf voldaan.'

Bij Collins' optimisme moest gisteren alweer een vraagteken worden gezet, toen bleek dat hij ondanks urenlange besprekingen geen overeenstemming had kunnen bereiken met Peter Brooke over vooruitgang. De reden daarvoor is volgens waarnemers dat de Ierse regering vasthoudt aan haar standpunt dat ze van het begin af aan bij het overleg met de beide partijen in Noord-Ierland betrokken wil zijn en niet wil toestaan dat Brooke eerst op eigen houtje aan besprekingen begint met de SDLP en de Unionisten.

Het staatsbezoek van koningin en prins aan de Ierse Republiek, een tegenprestatie voor het bezoek van de Ierse president Hillery aan Nederland in 1986, leidt vooralsnog in Ierland niet tot grote opwinding. Collins beaamt dat het volgende week dinsdag voor het eerst in driehonderd jaar zal zijn dat een Nederlandse vorst Ierse bodem betreedt. De gevolgen van de activiteiten van de Nederlandse stadhouder Willem, die als King William bij de rivier de Boyne de katholieke James II verjoeg, leven in Ierland nog steeds op fatale wijze voort. Collins zegt sussend dat het Huis van Oranje 'een heel speciale plaats in het bewustzijn van het Ierse volk inneemt' en wijst op de kleuren van de Ierse vlag (oranje, wit, groen) en op de aanwezigheid van een groot portret van William en Mary in het Royal Hospital Killmainham, waar koningin Beatrix en Prins Claus de Nederlandse gemeenschap in Ierland zullen ontmoeten. 'Nederland is een vriend en het Huis van Oranje is deel van de identiteit van het moderne Ierland.'

Ierlands ijver om een goed Europeaan te zijn, 'wij kijken altijd over onze eigen grenzen heen', heeft alles te maken met het besef dat het emeralden eiland bijna over de rand van Europa heen in de Atlantische Oceaan valt. Collins: 'Onze toekomst, onze kans op economisch overleven, ligt in Europa. Daarom doen we ook zo van harte mee.' En over de komende topontmoetingen van EG-leiders zegt de minister: 'Niets moet het flexibele karakter van de EG in de weg staan. De Intergouvernementele conferenties die aanstaande zijn moeten, ik kan het niet genoeg herhalen, hun eigen agenda bepalen. Als de twaalf in de toekomst hun gemeenschappelijke veiligheidsdimensie willen bepalen, dan zullen wij om die reden ook overwegen om daarin deel te nemen.'

Het woord 'Groot-Brittannie' valt nu, en 'EMS'. Collins en zijn gasten barsten in een collectief gegrinnik uit. Dat kan natuurlijk niet, dus Collins zegt haastig: 'Waarom lacht u?' en komt met een frase waaruit het grote belang van Groot-Brittannie als partner in de EG wordt benadrukt. 'Ik vind eerlijk dat Groot-Brittannie soms in de pers t eveel als geisoleerd binnen Europa wordt afgeschilderd. Het is niet geisoleerd. Het heeft moeilijkheden, maar het doet volop mee. En zo hoort het ook.' Collins herhaalt: de Ierse rol in de Gemeenschap is die van het bespoedigen en vergemakkelijken van procedures 'voor het welzijn van de Europese bevolking als geheel. Maar voor ons in Ierland is het ook van levensbelang dat de Gemeenschap een succes wordt'.

Sprekend over de crisis in de Golf zegt Collins dat hij 'enigszins geneigd' is te geloven dat die diplomatiek opgelost kan worden. Ierland steunt de VN-resoluties tegen Saddam Hussein volledig en er zijn tekenen dat de sancties effect beginnen te sorteren. Geconfronteerd met zijn uitspraak voor de Ierse televisie, de avond tevoren, dat hij gelooft dat president Bush en premier Thatcher hun boekje te buiten te gaan door eenzijdig met oorlog te dreigen, zegt de minister niet meer dan: 'Als de twee leiders suggesties hebben die verder strekken, dan is er een plaats om daarover te spreken. Willen ze kunnen rekenen op de steun van anderen, dan zullen ze die eerst moeten verwerven. In de Veiligheidsraad en de Verenigde Naties, daar zullen we verder over de zaak kunnen praten.'

Dat brengt hem ten slotte op de vrijlating van de Ierse gijzelaar in Libanon, Brian Keenan, en de hulp van de Nederlandse ambassadeur in Damascus, die voor de Ieren in Syrie optrad. 'De ambassadeur stelde zijn vakantie uit, hij kwam vroeger terug, hij assisteerde onze ambassadeur in Riad en wat wij bijzonder apprecieerden: hij maakte, toen alles voorbij was, een fles champagne open. Daar is in Syrie niet gemakkelijk aan te komen. Dat is een gebaar van menselijke warmte waar we zeer gevoelig voor zijn.'

Minister Gerry Collins

    • Hieke Jippes