Het naturellenvraagstuk

Het belangrijkste shibolet, waaraan in Nederland politiek fatsoen respectievelijk politiek onfatsoen wordt afgemeten, is de houding tegenover Zuid-Afrika.

De Zuidafrikaanse president De Klerk, die deze week Nederland bezocht, weet ongetwijfeld dat zowel koningin Beatrix als ex-koningin Juliana in dezen een werkelijk koninklijk standpunt hebben.

Juliana was donatrice van het Anti-Racisme Fonds van de Wereldraad van Kerken en heeft de dure eed afgelegd al haar leven geen voet op Zuidafrikaanse bodem te zetten. Beatrix op haar beurt verbood de Zuidafrikaanse vestiging van de bierfabrikant Heineken het predikaat 'hofleverancier' te voeren ter propagering van de flesjes waarop het wapen van haar hooggeboren vader was geetiketteerd.

Hoe staat het echter met Bernhard-zelf?

Die vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden omdat de diverse uitlatingen van de reislustige prins tegenstrijdig zijn.

Bovendien dateren zij van jaren her.

Hij bezocht de Unie van Zuid-Afrika in 1954 en bezichtigde onder meer de gemeente Pietermaritzburg. Daar nam hij een kijkje in een Zoeloedorp. 'De Prins nam foto's van de dansende Zoeloe's en hij kreeg kraalwerk, wandelstokken en andere geschenken voor koningin Juliana en de vier prinsessen.' (Het Vrije Volk, 7 oktober 1954). In Pretoria gaf Bernhard een persconferentie waarop hij verklaarde dat Zuid-Afrika 'als een zeer goed land voor landverhuizers' moest worden beschouwd. Te Soestdijk gaf hij een paar dagen later een persconferentie waarop hij verklaarde rondom Kaap de Goede Hoop 'geen enkel ongelukkig gezicht' te hebben gezien.

Was het hem dan niet opgevallen, vroeg iemand schuchter, dat de naturellen in een allesbehalve benijdenswaardige positie verkeren?

Daar had Bernhard niets van gemerkt. 'Een zebra zonder staart', dat was de enige negatieve herinnering aan Zuid-Afrika die hem was bijgebleven.

Hij was niet de enige die het vaderland van de apartheid met oogkleppen geblindeerd bereisde. Het was in die jaren communis opinio om positief over Zuid-Afrika te denken. Ook men vergisse zich niet in min of meer vooruitstrevende kring. De laatste Nederlandse premier die zich tot een officieel bezoek aan dit land liet verleiden was de PvdA'er Willem Drees, die daar op een massaal bezochte bijeenkomst ter gelegenheid van Krugerdag 'Nederland de moeder en Zuid-Afrika de volwassen dochter' noemde en voor de rest ook al geen uitspraken over het 'naturellenvraagstuk' wenste te doen.

Des te opmerkelijker was de alinea waarin Bernhard een paar jaar later zijn mening over die vermaledijde apartheid ventileerde. Hij staat in Alden Hatch's boek 'Prins Bernhard, zijn plaats en functie in de moderne monarchie' (1962), 'sprinsen officiele, geautoriseerde biografie.

De betreffende passage liet aan duidelijkheid niets te wensen over. 'De politiek van apartheid volkomen doorgevoerde rassenscheiding met de Afrikanen in de positie van heloten - vindt Bernhard rampzalig. Als buitenstaander, wat men je onmiddellijk voor de voeten werpt, zegt Prins Bernhard, komt mij de houding van de regering angstaanjagend voor. Het is zoiets als tegen een sterke stroom willen oproeien en ik ben dan ook heel bang, dat er daar nog eens een massale opstand zal komen en veel bloedvergieten.'

Zijn echtgenote, de vorstelijke wereldhervormster van Soestdijk en aanpalende kroondomeinen, had het niet nobeler en bevlogener kunnen formuleren.

Helaas, een jaar later kreeg Bernhard een verslaggever van het Zuidafrikaanse dagblad Die Burger over de vloer die opgelucht noteerde dat de prins inmiddels van mening was 'dat Suid-Afrika in sy biografie dalk nie heeltemal billik beoordeel is nie.' Bernhard had zei hij zich onder de indruk van de bloedige gebeurtenissen van Sharpeville tot een onbekookt oordeel laten verleiden. 'Dit het hom bekommerd gemaak.'

Sedertdien heeft Bernhard over menig onderwerp zijn analytisch licht laten schijnen, van de aanstaande IJstijd tot de verborgen schoonheden van de Turkse volksdans, maar aan aanmerkelijk riskantere uitspraken van politiek-humanitaire aard heeft hij zich niet meer gewaagd. Ook niet aan uitspraken over de zon- en schaduwzijden van het land van Malan, Verwoerd, Vorster en De Klerk. Zullen wij ooit te weten komen hoe de onmiskenbare Afrikaspecialist Bernhard echt over de apartheid denkt? Wij weten, ons koninklijk gezin vormt een redefreudig volkje dat, gestaald door de diverse constitutionele crises, geleerd heeft in veel woorden niets te zeggen. Ogenschijnlijk heeft iedereen zijn of haar buitengewoon belangrijk ogend specialisme. De dames Juliana en Beatrix hebben de vrede in hun takenpakket. De heren Claus en Pieter hebben zich bekwaamd in de honger respectievelijk de maximumsnelheid en de vierkwartsmaat. Bernhard is op zijn beurt gerijpt tot de man van de geharnaste uitspraken over de krijgstuchtondermijnende langharigheid van Jan Soldaat en vergelijkbare, goed in de markt liggende sentimenten waaraan zelfs een lid van het Koninklijk Huis zich geen buil kan vallen. Het is de tragiek van de vorstelijke familie dat zij in feite uit sprekende poppen bestaat, die zich noodgedwongen tot dit soort onbelangrijke mini-meningen moeten beperken een rare, verwrongen situatie. Met name Beatrix en Claus, vermoedelijk verstandige mensen, zou je best wat meer operationele vrijheid gunnen. Veel meer speelruimte dan de oude Wilhelmina de in haar eigen gouden kooi gevangen vogel, zoals zij zichzelf in haar gedenkschriften typeerde hebben ook zij echter niet. Het degradeert Beatrix en Claus helaas tot de decoratieve schaduw van het koningskoppel dat het had kunnen zijn.

De afgedwongen zwijgzaamheid van Bernhard heeft daarentegen voornamelijk positieve kanten. Wat hij over Zuid-Afrika denkt kan slechts worden geraden en ik ben bang dat ik daarover geen al te hooggestemde verwachtingen heb. Gelukkig heeft de prins, in de loop der jaren enigszins wijs geworden, geleerd over dit soort onderwerpen zijn koninklijke klep te houden, hetgeen in het belang van land en volk, zowel rondom het IJsselmeer als rondom de Tafelberg, van harte moet worden toegejuicht.