Globe

Er waren eens drie mannen. Twee waren broers, de derde was geen familie. Ze liepen gedrieen door het veld en ze liepen en liepen en kregen een vreselijke honger. Omdat ze niets meer te eten hadden, sneden de broers de oren van de derde af en aten ze op. Ze liepen verder en liepen en liepen en kregen weer honger. Toen staken ze de derde de ogen uit en ook die aten ze op.

De derde man was nu zo verzwakt dat de broers hem bij een grote boom achterlieten. Zonder ogen en oren is het slecht reizen. In de verte hoorde de man dieren aankomen en omdat hij niet kon weglopen dacht hij: misschien is het beter als ik in de boom klim en me boven tussen de bladeren verstop. Met zijn laatste krachten hees hij zich omhoog.

De dieren kwamen nu van alle kanten: de jakhalzen, hyena's, leeuwen, bokken, zelfs slangen, insekten en vlooien. Ze hielden dierenvergadering en spraken allemaal door elkaar. De man zonder oren en ogen kon uit hun woorden maar moeilijk opmaken waar het over ging, maar plotseling hoorde hij de jakhals boven alle stemmen uitroepen: 'Als het mij was overkomen dan had ik een twijg van deze boom afgebeten en op mijn ogen gelegd en dan zou ik weer kunnen zien'. Toen de man dat hoorde nam hij een twijg, wreef ermee over zijn ogen en het blad had zijn ogen nog maar net aangeraakt of daar groeiden twee nieuwe ogen, met twee fonkelnieuwe ogen zag hij de dieren onder de boom.

En de jakhals ging opgewonden voort: 'Als het mij was overkomen dan had ik een twijg afgebeten en ermee langs mijn oren gestreken en dan waren er nieuwe oren aangegroeid.' De man deed wat de jakhals gezegd had en hij hoorde zijn oren weer aangroeien. De jakhals vervolgde: 'Als mij dat was overkomen dan had ik een kikker gedood, de gal eruit gesneden en in een flesje gestopt. Dan had ik het de koningsdochter als medicijn gegeven. Zeven jaar ligt dat kind al aan haar bed gekluisterd, ze kan zich niet eens meer oprichten.'

Dat alles hoorde de man. De dierenvergadering liep ten einde en ieder ging zijn weg. Toen er geen dier meer te zien was, klom de man uit de boom. Hij doodde een kikker in het veld, stopte de gal in een flesje en liep naar het huis van de koning. 'Kan ik iets voor uw kind doen?' vroeg de man.

'Ja, ' zei de koning, 'als je mijn dochter geneest krijg je de helft van mijn rijk.'

De man gaf de koningsdochter het medicijn en de volgende morgen zat ze rechtop. De tweede dag kon zij, die zeven jaar moest liggen, weer staan. De derde dag dartelde ze in het rond. Het nieuws verspreidde zich door het hele land. Ook de twee mannen die de oren en ogen opgegeten hadden, hoorden over de wonderbaarlijke genezing van de koningsdochter. Ze waren boos en jaloers op de derde man: 'Waar heeft hij dat allemaal geleerd? Hij moet zijn wijsheid uit die boom hebben gehaald. Kom, we gaan vanavond naar de boom. Misschien steken we daar ook iets op.'

Ze gingen, klommen naar boven en verstopten zich tussen het groen. De volgende morgen was er weer een dierenvergadering. Nu voerde de hyena het hoogste woord: 'Het gerucht gaat dat deze boom oren heeft. Onze Geheimen zijn hier niet meer veilig. Daarom moeten de struisvogels met hun lange nekken en de slangen die goed kunnen klimmen de boom doorzoeken of er geen mensen zitten die ons afluisteren.'

De dieren doorzochten de bladeren en trokken de beide mannen naar beneden. De leeuwen en luipaarden stonden al voor ze klaar, ze verscheurden de mannen met huid en haar. Ze kwamen ze aan hun eind. En de man die ze de ogen en oren hadden afgenomen leefde gelukkig met de koningsdochter. Half zo rijk als de koning.

    • Adriaan van Dis Kinderpagina