Geen enkele Philips-employe kan zich veilig wanen; Firstthings first, eerste moeten de grootste problemen worden aangepast

EINDHOVEN, 26 okt. Na de aankondiging van de herstructurering door president J. D. Timmer op 2 juli konden de meeste Philipswerknemers zich nog koesteren in de illusie dat ook deze orkaan wel weer aan hen voorbij zou gaan. Tienduizend banen in de noodlijdende divisies Componenten en Informatiesystemen moesten verdwijnen. De overige 276.000 personeelsleden van Philips anderhalf maal het inwonertal van Eindhoven bleven ongemoeid.

Maar sinds gisteren kan geen enkele Philips-employe zich meer veilig wanen. Timmer kondigde een mondiale campagne voor effciencyverbetering aan, die nog eens 35.000 tot 45.000 banen gaat kosten. Een sanering die elk land, elk bedrijfsonderdeel, elke vestiging, elke afdeling zal treffen. Philips-werknemers kunnen elkaar voortaan aankijken in de wetenschap dat 1 op de 7 van hen in 1992 buiten zal staan.

Wie de afvallers zijn, wie de blijvers, zal pas de komende maanden geleidelijk blijken, als de sanering per land, per bedrijfsonderdeel, per vestiging, per afdeling wordt uitgewerkt. Het aantal van 35.000 tot 45.000 is nu nog niet meer dan een raming, een doelstelling die door de top-100 van Philips anderhalve week geleden tijdens 'soulsearching sessies' is overeengekomen.

Uitgangspunt is dat de produktiviteit bij Philips veel te laag is, dat de omzet per werknemer pover afsteekt bij concurrenten, en dat daarin heel snel verandering moet komen. Daarom luidt het motto van Timmer: 'Back to basics'. Of in simpel Nederlands: 'We kunnen ongelooflijk veel achterwege laten zonder dat de omzet daaronder lijdt'.

De nieuwe reorganisatie is niet ingegeven door slechtere resultaten. Integendeel, de financiele neergang bij de onderneming is in het tweede en derde kwartaal ondanks bedrijfscrisis, dalende dollarkoers en dreigende recessie tot stilstand gekomen. Het bedrijfsresultaat over de eerste negen maanden van dit jaar bedroeg 1550 miljoen gulden, 'slechts' 276 miljoen gulden minder dan in 1989.

Maar al steekt dat rendement op industriele activiteiten niet eens ongunstig af bij dat van andere Europese elektronica-concerns als het Franse Thomson en het Duitse Siemens, het is te laag om op den duur te overleven. En het is al meer dan tien jaar te laag. Daar hebben ook de reeksen reorganisaties in het verleden geen verandering in kunnen brengen.

Vandaar dat Timmer nu probeert voor eens en voor altijd te breken met dat bedrijfsbeleid van pappen-en-nathouden, van halfslachtige, ontoereikende maatregelen. Hij mikt niet op voorzichtige bijstellingen, geleidelijke winstverbeteringen, maar op een rigoureuze gezondmaking die geen enkel bedrijfsonderdeel ongemoeid laat. Hij stuurt aan op een Snelle en Grote Sprong Voorwaarts.

Het snijden in de divisies Componenten en Informatiesystemen, zoals op 2 juli aangekondigd, was niet meer dan de eerste fase van die hink-stap-sprong. 'First things first', zei Timmer gisteren. 'Eerst moesten de allergrootste problemen worden aangepakt.'

Maar kort daarna volgt nu de tweede fase, een mondiale campagne voor efficiencyverbetering die binnen Philips zal leiden tot het verlies van tienduizenden arbeidsplaatsen, maar die daarbuiten juist banen zal scheppen. Ze werkt namelijk in de hand dat Philips 'minder verticaal geintegreerd wordt', niet meer alles zelf doet maar meer uitbesteedt en zich op de activiteiten met de hoogste toegevoegde waarde concentreert. Juist door de massale inzet van toeleveranciers ligt de omzet per werknemer bij Japanse bedrijven als Sony en Hitachi 50 tot 75 procent hoger dan bij Philips.

En dan komt er dit jaar ook nog een derde, meest delicate fase: de fase van de wijze zelfbeperking, van de bezinning op verliesgevende activiteiten. Alle slechtlopende bedrijfsonderdelen zullen worden beoordeeld op winstkansen, groeipotentie, marktaandeel, concurrentiepositie, technologische kracht. En op de inbreng van het management. Kansloze activiteiten zullen rigoureus worden geloosd, maar wel met beleid. 'We moeten oppassen dat we geen onderdelen afstoten waar we straks spijt van hebben', aldus Timmer.

Niet alleen in omvang, rigoureusheid en snelheid verschilt Timmers aanpak van eerdere saneringsoperaties bij Philips. Een ander groot onderscheid, zei Timmer zelf, is dat deze maatregelen 'niet per memo zijn opgelegd', maar 'gedragen worden door de hele toplaag van het concern'. Daarmee bevestigt de Philips-president het oordeel van de Amerikaanse bedrijfsadviseur prof. C. K. Prahalad, die eerder verklaarde dat de pogingen van Timmers-voorganger van der Klugt zijn stukgelopen op 'onvoldoende overeenstemming binnen de hoogste leiding'. 'De top ging ervan uit dat veranderingen per oekaze afgekondigd kunnen worden', verklaarde Prahalad eind juni. 'Maar mensen die altijd op dezelfde manier hebben gewerkt, veranderen niet vanzelf.' In tegenstelling tot Van der Klugt wil Timmer grote groepen managers nauw en intensief betrekken bij het veranderingsproces.

De kans dat de aanpak van Timmer zal slagen is groter dan ooit eerder bij gezondmakingsoperaties binnen Philips. Hetzelfde recept heeft hij eerder bij muziekmaatschappij Polygram en de divisie Consumentenelektronica met succes beproefd. De eerste resultaten zouden al volgend jaar merkbaar moeten zijn en in 1992 moeten leiden tot een recordwinst.

Tegelijkertijd zijn ook de risico's groter dan ooit tevoren in de 99-jarige historie van het concern. Het aandeel vreemd vermogen in het totale vermogen is met 69,9 procent ongezond hoog, terwijl de financieringslasten in de eerste negen maanden met bijna eenderde zijn gestegen tot 1,3 miljard gulden. Verder zal het niet meevallen de werknemers tot grotere motivatie en inspanning te bewegen op een moment dat eenzevende van het personeelsbestand verdwijnen moet. Ook zouden de reorganisaties juist door hun omvang en snelheid grote schade kunnen berokkenen aan samenhang en technologische kracht van de onderneming.

Daarnaast is de vraag hoe flexibel en omzichtig de strenge reorganisatierichtlijnen zullen worden gehanteerd. De Philips-top heeft met onmiddellijke ingang een vacaturestop en een investeringsstop afgekondigd, wat zeker zal leiden tot vermindering van kosten. Maar daardoor zouden ook groeikansen en belangrijke toekomstmogelijkheden kunnen worden gemist. In dat geval zou de gezondmakingscampagne van Timmer alleen maar uitstel van executie zijn.

Maar zelfs als de operatie mislukt zou dat alleen een verlies betekenen voor de onderneming, voor het personeel, voor Europa, niet voor de aandeelhouders. Een opdeling van de onderneming, een grote uitverkoop zou dan onvermijdelijk zijn. En de opbrengst van die veiling zou per aandeel zeker een veelvoud bedragen van de huidige beurskoers van Philips. In dat licht bezien is het verbijsterend dat de beleggers tot dusverre zo lauw op de ingrepen van Timmer hebben gereageerd.