Geen C te hoog biedt muziek als aardig tijdverdrijf

Er is geen merkwaardiger programmaformule dan 'voor elck wat wils', zeker voor een muziekprogramma op radio en televisie. De echte liefhebbers van jazz of pop, van Wagner of Mozart, van opera of kamermuziek willen nu eenmaal alleen vooral hun eigen voorkeur horen. Dat er nog andere muziek is dat weten ze wel en dat die ook mooi gevonden kan worden, dat geloven ze wel: ze hoeven absoluut niet te worden bekeerd. Maar het gevarieerde, quasi-educatieve programmagenre geniet toch populariteit, misschien wel meer bij de programmamakers dan bij het publiek.

Het eeuwenlang 's zondagochtends op de radio uitgezonden Fur Elise heet sinds kort Vocalise. De babbelaar Hans Zoet is opgevolgd door zangeres Conny Vanden Bos, maar de vriendelijke en opgewekte sfeer is niet wezenlijk veranderd. En tegelijkertijd ontvangt Han Reiziger zijn progressieve muziekvrienden in een voor televisie eigenlijk ongeschikte VPRO-villa. Hier is de fin-de-siecle ambiance vooral casual en liberaal: moderne muziek moet en ook Bach en Mozart moeten kunnen in deze ombekommerde post-moderne salon. Reiziger is een gedreven professionele liefhebber en als presentator een vertederende amateur.

Sinds het begin van het huidige tv-seizoen brengt de NOS Geen C te hoog, een AVRO-achtige woordspeling die herinnert aan programma's als Gitariteiten en het ochtendlijke Piano an, waarbij Piano bijna wordt uitgesproken als Pyjama. Presentator is hier Leonie Jansen (nee, geen familie), in een rokerige sfeer met wat disco- en clip-achtige vage beelden in pastelkleuren. Ondanks de wisselende inhoud is het goede van Geen C te hoog de redelijke mate van voorspelbaarheid, dankzij een totnutoe goed vastgehouden formule.

De muziek heeft een hoog amusementsgehalte, dat toch verantwoord is: vanavond bij voorbeeld de Surinaamse Afro-Caraibische groep P. I. Man and Memre Buku, de gebroeders Flint met liederen op teksten van Slauerhoff (Ik had mij het leven anders voorgesteld), violiste Isabelle van Keulen (op viool en altviool) en de slagwerkgroep Slagerij Van Kampen, met een geheel elektronisch instrumentarium.

Tussendoor zijn er vaste 'rustpunten' als een gevoelig interviewtje over welke muziek je wilt laten spelen als je begraven wordt en het menselijke babbeltje, dit keer met de behalve aan zijn benen ook deels aan zijn stembanden verlamde zanger Koos Alberts over het 'natuurtalent' Pavarotti. De vorige keer sprak Tante Leen over Johnny Jordaan. De gesprekjes van Jansen met de musici zijn terzake, gaan over een onderwerp en pogen gelukkig geen complete-mini-diepte-interviews te zijn. Tussen de ellende die men elders bij het doorschakelen tegenkomt is Geen C te hoog aardig tijdverdrijf. Maar het is goed dat RTL4-nieuwslezer Jeroen Pauw, aanvankelijk gecontracteerd als presentator, toch maar in Luxemburg blijft. Met zo'n programma kun je als journalist toch niet je leven vullen?

    • Kasper Jansen
    • Tv Vooraf
    • Geen C te Hoog