De ideale voeler; Zes films met Greta Garbo in het Filmmuseum

De senseosofen zullen de ontroerendste alinea's sinds Nietzsche schrijven, voorspelt Willem Jan Otten. Senseosofen zijn de intellectuelen die over beroemde aanrakingen zullen schrijven als de senseorecorder bestaat, een apparaat waarmee je geen beelden, maar zintuigelijke gewaarwordingen op kunt nemen. Een van de vragen die zij onvermijdelijk zullen stellen is: 'Hoe voelde Garbo?'.

In een stukje van Piet Grijs las ik voor het eerst over de senseorecorder. Dat is een camera-achtig apparaat waarmee je niet beelden, maar aanrakingen opneemt. Hoe het werkte weet ik niet meer, maar het ligt voor de hand aan te nemen dat de sensor aan je lichaam is bevestigd, bij voorbeeld aan je lippen en dat hij opneemt wat je voelt. Later kun je jezelf weer aansluiten op de diskette die deze zintuiglijke gewaarwordingen heeft opgeslagen en dan herhaal je je verrukking zonder dat de geliefde of begeerde nog aanwezig hoeft te zijn.

Een verdergaande toepassing van deze genotsopname-apparatuur ligt voor de hand, en wordt in Paul Verhoevens Total Recall ('90) summier uitgewerkt: we zouden ons kunnen aansluiten op de sensaties van anderen. In de Sensotheek huur je dan de senseoband van, zeg, Marlon Brando met Maria Schneider. Of van Maria Schneider met Marlon Brando. Ten tijde van Last Tango in Paris. Persoonlijk lijkt me deze band geen lolletje (in plaats van Brando huurde ik liever de senseo van een verliefde dolfijn, of van Roland Barthes tijdens zijn reis door Japan), maar het gaat om het nieuwe verschiet. Honderdduizenden die zich 's zaterdagavonds aansluiten op het lichaam van Brando. Een miljoenenpubliek dat weet hoe de ruggegraat van Maria Schneider voelt.

Er is weinig fantasie voor nodig om te voorzien dat er een nieuwe kaste van sterren zal ontstaan, van acteurs en actrices die van hun voelen een aansprekelijk produkt kunnen maken. Niet alleen hoe zij hun tegenspeler aanraken is van belang, maar ook: hoe hun eigen lichaam deze aanraking omtovert tot genot. Wie weet zal blijken dat Brando even ongeschikt is voor de senseokunst als sommige zwijgende-film-acteurs voor de geluidsfilm. Want wie weet voelt Brando even matig als Lilian Gish haar stem lijzig bleek te zijn, en merken we op deze band ('Last Touch in Paris') van Maria Schneider even weinig als wanneer men haar met een pannespons had gestreeld.

Drie acteurstypen zullen ontstaan: 1) de bij uitstek aanraakbaren, 2) de opzienbarend voelenden, en 3) de ideaal voelenden. Het laatste type zal ons de sensatie bezorgen dat het aan te raken lichaam ook werkelijk zo aanvoelt 'als het is'. Het tweede type kan bij wijze van spreken van ieder lichaam een bevoelenswaardig object maken. En hoe grager het publiek een speciaal lichaam wil aanraken, des te groter wordt het belang van de ideale voeler. Die worden wat nu de ideale tegenspelers zijn, en tegelijkertijd fungeren ze als camera. Zij vertolken ons genot.

Er zal een handel in clandestiene senseobanden ontstaan. Bijvoorbeeld van de wang van Beatrix, stiekem opgenomen met de lippen van een anonieme hofdame. Call girls nemen presidentskandidaten op. Jongetjes van veertien jatten uit het bureau van hun vader de befaamde Annie Lennox-senseo. Op ons vijfenzeventigste draaien we nu en dan onze eerste nacht af. Er ontstaat een nieuwe volksvijand: de verslaving aan banden met uitgesponnen orgasmes. Steeds meer mannen laten zich aansluiten op steeds onuitputtelijker vrouwen.

En na verloop van tijd komt er een rubriek Hervoeld, waarin klassieke senseo-momenten opnieuw worden geijkt. Deze kunstvorm zal immers de meest geheugenloze blijken te zijn, geheugenlozer zelfs dan de film, waar kennis van voorgangers al zo matig ontwikkeld is. Diegenen die de werking en de betekenis van de Aanrakingen van Weleer proberen te doorgronden zullen te boek staan als intellectuelen, asensuele non-voelers, die zich opsluiten in het Streelmuseum. Ten onrechte. Deze senseosofen zullen de ontroerendste en inzichtelijkste alinea's sinds Nietzsche schrijven. Een van de vragen die in Hervoeld onvermijdelijk gesteld gaat worden is: 'Hoe voelde Garbo?'.

Natuurlijk is het niet zeker of Greta Garbo als senseo-actrice nog wel de Garbo-touch gesorteerd zou hebben. Denkbaar is bijvoorbeeld dat haar lichaamstemperatuur zo hoog was, dat de weergave van haar huid ons had doen denken aan die van, zeg, Marilyn Monroe, wier rug in de Senseotheek wordt aangeprezen als 'warm als het dek van een zeiljacht'.

De vraag naar hoe Garbo voelde is dan ook in feite een vraag naar: hoe moeten we ons de Garbo van de senseo-cultuur voorstellen? Is er op het gebied van voelen eenzelfde sensatie van ongrijpbaarheid denkbaar, als er op het gebied van kijken door Garbo is veroorzaakt?

Garbo is namelijk te beschouwen als de vleesgeworden ontkenning van alles waar film voor bedoeld lijkt te zijn. De geschiedenis van de camera is immers de geschiedenis van een blik die steeds dichter bij lichamen kan komen. Aanvankelijk stond de camera even ver van de acteurs als toeschouwers van het toneel, en die afstand is met de uitvinding van de close-up in de jaren tien steeds kleiner geworden. Het vermogen om 'huid' weer te geven, d.w.z.: licht te laten strijken, stof zich uit te laten drukken, nam ieder decennium toe. De grootste stap voorwaarts was misschien wel de beweegbare camera, begin jaren twintig. Sindsdien kan het meest erotische wat er is de beweging in de richting van de verlangde letterlijk worden weergegeven.

Maar van Garbo wat hebben we van haar gezien gekregen? Wat leverde het in haar geval op dat onze blik zo opzienbarend in haar richting kon schuiven?

Enkele avondblote schouders in Camille ('37). Wat hals in Die freudlose Gasse ('25), en daarin ook wat been. Ongeveer twintig centimeter bovenarm, tussen handschoen en mouw, in Anna Karenina ('35). En van de prachtige film Queen Christina ('33) herinner ik me zelfs helemaal geen glimpje lichaam. Wel haar linkerhand, trouwens, terwijl die gedachtenloos de lippen van een Deense dog streelde. Een must voor Garbosenseo...

Toch onderga ik Garbo nooit als de actrice die ik, zoals dat heet, 'met mijn ogen verslindt'. Anders dan Deneuve, die ook zo hooggesloten kan zijn, en wijkend-afwachtend, roept Garbo de vraag naar het Lichaam Eronder niet echt op. In iedere film wordt ze gekust maar nooit deelt deze kus zich aan mij mede, hoe zeg ik dit: nooit planten haar lippen zich voort op die van de toeschouwer, zoals bijvoorbeeld die van Sophia Loren altijd wel.

Ze is 'van sneeuw' genoemd, en 'de eenzaamheid zelfve', maar ze is natuurlijk simpelweg ook: de lichaamloze. Het rare is hierbij dat natuurlijk iedereen op het doek lichaamloos is. Iedereen is er van licht, en volslagen diepteloos, en bovendien overwegend alleen van boven in beeld. Niemand kan worden aangeraakt. Maar niemand is zo lichaamloos als Garbo, integendeel: iedereen lijkt lichaam te willen suggereren. Het wondelijke is nu dat deze Garbo, die totaal geen enkele aanraakfantasie oproept, spreekwoordelijk is geworden voor 'film'. Hoe meer films je van haar ziet, des te terechter die reputatie blijkt te zijn. Garbo is van iedereen het allermeest wat iedereen per essentie op het doek al is: van licht. Dit wil zeggen: er is over haar, over wie zij is, over hoe zij voelt, over waar zij voor staat, over wat zij 'betekent', niets anders te zeggen dan dat zij bewegend licht is. Zij is, als het zwarte schilderij van Malewitsj, suprematistisch; wil en kan niets anders zijn dan wat zij ter plekke is: een verschijning.

Dat we haar een 'godin van het witte doek' zijn gaan noemen zegt iets over ons restantje godsidee. Goddelijk is iemand zolang zij niets meer belooft dan te zullen zijn zoals zij is. Niets anders wil zijn dan precies dat wat er te zien is. God is een beeld dat niets meer betekent dan wat het geval is. Het ware geheimzinnige is niet datgene wat te raden laat, maar dat wat simpelweg zichzelf is. Niets meer dan dat.

Dit alles maakt je ongelooflijk nieuwsgierig naar de senseo-cultuur. Wie zal zij zijn, degeen die spreekwoordelijk wordt voor de kunst van de aanraking? Hoe gaat het voelen om aangesloten te zijn op het lichaam dat, net als Garbo, niets meer belooft dan zichzelf te zijn?

In de Greta Garbo-cyclus van het Filmmuseum zijn vanavond, 26 oktober, nog te zien: Anna Christie (1929, Clarence Brown) en The Kiss (1929, Jacques Feyder, om resp. 17.30 en 19.30. Zaterdag, om 17.30: Two-faced Woman (1941, George Cukor). Zondag A woman of affairs (1929, Clarence Brown) en de aanstekelijke kostuumfilm Queen Christina (1933, Mamoulian), resp. 17.30 en 19.30. Maandag 29 okt. is de zeldzame volledige versie van Die freudlose Gasse (1925, Pabst) te zien. Het Filmmuseum vertoont zijn films dit seizoen in Kriterion, Roetersstraat 170 in Amsterdam.