'Butterfly' als synthese van opera en mime

Drie seizoenen lang zette de mimespeler Luc Boyer (1935) zichzelf voor het blok met een serie eenmalige solovoorstellingen in het Amsterdamse theater Frascati. In deze 'instant-performances' onder leiding van steeds wisselende regisseurs en choreografen verwerkte hij onder meer de indrukken die hij tijdens een studieverblijf in Japan had opgedaan. Boyers fascinatie voor dit Aziatische land heeft deze keer geleid tot de langer lopende produktie Madame Butterfly, gebaseerd op Giacomo Puccini's opera.

Voor dit oorspronkelijk muzikale gegeven zocht Boyer de medewerking van componist/pianist Henk van der Meulen, maar dan als regisseur. Van der Meulen is niet alleen bekend in eigen kring, maar ook als muzikaal leider van dansgezelschappen als Stichting Dansproduktie van Bianca van Dillen. Regie-ervaring deed hij afgelopen jaar op bij de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, waar hij twee bestaande operalibretto's dat van Alessandro Striggio voor Orfeo van Claudio Monteverdi en De goede oude man en het jonge meisje van Italo Svevo bewerkte en samenvoegde tot een theatralevoorstelling.

Van der Meulen herschiep het operalibretto, waarin de geisha Butterfly ten onder gaat aan de ontrouw van haar echtgenoot, de Amerikaanse marine-officier Pinkerton, in een conflict dat zich binnen een enkele persoon afspeelt. De dramatiek van deze Madame Butterfly schuilt 'in het verlangen om een ander te spelen en het gelijktijdige besef, dat alle tegenstellingen binnen onszelf aanwezig zijn'.

Boyers rol is daardoor verschillend gelaagd. Hij speelt een acteur die zijn rekwisieten klaarlegt voor de voorstelling en fluisterend zijn tekst nog even doorneemt. Daarna vertolkt hij de rollen van de personages uit het verhaal, zingt dromerig de aria Un bel ci vedremo (Op een mooie dag), draagt in het Japans een gedicht voor van Fujiwara no Toshinari en zegt een Franse tekst van de schrijfster Marguerite Duras.

In deze versie zijn Butterfly en Pinkerton tweeslachtige figuren. Boyer speelt de geisha gedeeltelijk supervrouwelijk, bijna als een onnagata-rol in het Kabuki-theater, maar bijvoorbeeld in de hara kiri-scene zeer mannelijk. De echtgenoot poseert in zijn uniform als een mannequin tijdens een fotosessie.

De handeling op de toneelvloer wordt ondersteund door de videobeelden van Bart van den Berg en Geke van Dijk. Deze tonen onder meer natuuropnamen, die verband houden met het shintoisme, de vroegere staatsgodsdient van Japan, of een gebroken spiegelbeeld van Boyer, geschminkt als geisha. De beelden werken als de 'Sony- shamisen' waar Boyer het over heeft: een oud snaarinstrument in een moderne weergave.

Dit is precies wat Henk van der Meulen en Luc Boyer met hun versie van Madame Butterfly hebben beoogd. Zij proberen oude theatrale vormen als opera en mime in een nieuw jasje te steken. De synthese was bij de premiere nog niet volledig gelukt. Met de hoeveelheid aan signalen spoelt de duidelijkheid van de voorstelling de zee in.

Voorstelling: Madame Butterfly. Concept, spel: Luc Boyer; bewerking muziek en regie: Henk van der Meulen; video-compositie: Bart van den Berg, Geke van Dijk; kostuums: Zita Winnubst lichtontwerp: Marc van Gelder. Gezien: 24/10 Theater Frascati, Amsterdam. Aldaar: t/m 27/10. Daarna op tournee in Nederland.

    • Caroline Willems