Bloedbad op Tempelberg was 'een Palestijnse provocatie'

TEL AVIV, 26 okt. Het bloedbad op de Tempelberg van 8 oktober, waarbij 21 Palestijnen om het leven kwamen, was het gevolg van een Palestijnse provocatie. Tot deze conclusie is de officiele commissie-Zamir gekomen bij haar onderzoek naar de toedracht van het incident.

Vanmiddag is het na twee weken intensief onderzoek opgestelde rapport aan premier Yitshak Shamir overhandigd. Volgens de commissie verkeerden de politieagenten die op de Palestijnen schoten in levensgevaar. Ook de joden die bij de Klaagmuur aan het bidden waren, kwamen volgens de commissie door de stenen die naar hen werden gegooid in levensgevaar te verkeren.

De commissie-Zamir oefent scherpe kritiek uit op de politietop maar zegt niet over de bevoegdheid te beschikken om de regering aan te bevelen enkele in opspraak gekomen politiechefs te ontslaan.

Niettemin haalde radio-Israel vanmorgen een hooggeplaatste politieke bron in Jeruzalem aan die van oordeel is dat de politiecommandanten van Jeruzalem en het zuidelijke district niet in hun functie kunnen blijven. Ook het hoofd van de landelijke politie, Yaacov Terner, wordt door de commissie ernstig gekritiseerd. De commissie verwijt de politietop te weinig aandacht te hebben geschonken aan waarschuwingen van de zijde van de Shin-Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, over onlusten nabij de Al-Aqsa moskee op 8 oktober. De spreiding van de grote politiemacht in Jeruzalem gebeurde niet overeenkomstig deze waarschuwingen.

Shamir is van oordeel dat de resultaten van het onderzoek, dat volgens hem onafhankelijk was, de komst van een VN-delegatie naar Jeruzalem overbodig maakt.

Radwan Abu Ayyash, een Palestijnse leider in Oost-Jeruzalem, heeft het rapport als eenzijdig verworpen. Volgens hem kon alleen op een onafhankelijk onderzoek door de VN worden vertrouwd. Hij verwierp de conclusie van de Israelische commissie dat de verantwoordelijkheid voor het bloedvergieten bij de Palestijnen moet worden gezocht.