Allemachtig!

John Jansen van Galen kende hem wel, noemde hem 'allerminst dom' en dacht dat Mohammed Rasoel op een ingewikkelde manier net zo beroemd wilde worden als Salman Rushdie. Als een bankrover met een zwarte wollen kous voor de mond kwam Rasoel bij Emma Brunt van Elsevier op de thee. 'Allemachtig!', zei Emma. Al eerder had op de opiniepagina van deze krant een stuk van hem gestaan en was hij, met theedoek en zonnebril, ook op de televisie gepresenteerd door een trots redactieteam van Lopend Vuur.

Nog daarvoor had Rene Kurpershoek zich in het diepste geheim teruggetrokken in een onderaardse bunker waar hij, beschermd door een kogelvrij vest, onder de naam Serke Pronkheer het boek van Rasoel vertaalde. Dappere Rene. Het zal hem beslist niet gemakkelijk zijn gevallen om een voorspelling als 'de Nederlanders zullen crimineel gedrag overerven' op papier te krijgen. Het overerven van gedrag, daar hebben we sinds Stalin en Lysenko niets meer van vernomen.

Maar overerft of niet, de inspanningen van vertaler en uitgever werden beloond. Zeer tot hun geluk protesteerde de Anne Frank Stichting onmiddellijk tegen De Ondergang van Nederland, waarna de eerste druk spoedig was uitverkocht. Nederland had zijn eigen Rushdie-affaire. De Nederlandse journalistiek had zijn eigen islamitische cultuurfilosoof ontdekt.

Een jaar geleden nog toonde Het Parool in een uitvoerig betoog aan dat Piet Grijs zich moest verschuilen achter de naam Rasoel, maar gisteren meldde deze krant dat Rasoel een in Edam wonende variete-artiest is. En niet alleen dat, Rasoel blijkt ook een elfvoudige verkrachter te zijn die in 1986 werd veroordeeld tot twee en een half jaar gevangenisstraf. Allemachtig, als Emma dat van tevoren had geweten!

Ineens ga je zo'n boek met hele andere ogen lezen. Al dat gemopper over de vrijheid van zeden die Nederland naar de ondergang leidt, over de Nederlandse tolerantie en over de hulpverlenende instanties, dat alles krijgt een heel andere lading als je beseft dat de schrijver zelf in het Pieter Baan Centrum heeft gezeten voor zijn zedenmisdrijven. Maar laten wij daarover ophouden, het geval is al zielig genoeg.

Veel meer interesseert het mij hoe het mogelijk is geweest dat Rasoel in al zijn vermommingen toegang heeft gekregen tot al die media. Werd iemand anoniem aan het woord gelaten, dan bestond toch nog altijd de frase dat 'naam en/of identiteit van de betrokkene bij de redactie bekend' is. Door deze stelregel te verloochenen heeft een niet onaanzienlijk deel van de Nederlandse journalistiek zichzelf tot een risee gemaakt.

De vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen, wordt deze week heel illustratief beantwoord door HP/De Tijd, waarin twee verslaggevers een speurtocht naar Rasoel beschrijven. Er wordt in auto's gesprongen en watervlug weggescheurd. 'Nu wordt het menens', schrijven ze, 'het struweel in! Vol gas razen wij door de bosschages.' Links, rechts, mis, een doodlopende straat in, en dan verder, rakelings langs een muurtje gaat het, om dan bijna geramd te worden door een Honda Prelude, het scheelt een haar, 'en alleen het plantsoen lijkt nog onze enige ontsnappingsmogelijkheid.'

Op deze toon gaat het nog een tijdje verder, maar de suggestie aan de lezer is duidelijk. Dit is Kuifje voorbij, hier zijn Woodward en Bernstein aan het werk in een niets ontziende poging om Deep Throat te achterhalen. Zo'n achtervolging doet denken aan de echte wereld, aan Amerika waar hard-boiled journalisten op jacht zijn naar miljardenschandalen en waar miljardenfraudeurs met jassen over hun hoofd de rechtszaal verlaten om te worden weggevoerd in een gepantserde arrestantenwagen.

Dat is natuurlijk ook de tragiek van de Nederlandse journalistiek. De Nederlandse Rushdie is geen groot auteur maar een schrijver van een zielig boekje dat op de markt wordt gebracht door een onbenul van een uitgever. Die paar kilo te veel gevangen vis maakt nog geen Watergate-schandaal, Edam ligt ver van Washington en een Honda Prelude is nog geen Cadillac.

De Nederlandse journalistiek verlangt naar een echt groot schandaal dat regeringen omver werpt, bevolkingsgroepen uiteenrijt en een Derde Wereldoorlog tot gevolg heeft. Het is een diep verlangen, een voortdurend hunkeren. Even hebben wij aan het grote drama mogen ruiken, maar het bleek toch weer een Edammer kaas te zijn.