Voor volleybal stelt Castro z'n principes bij

RIO DE JANEIRO, 25 okt. Indien Cuba, tegenstander van Nederland in de kwartfinale, zondag wereldkampioen volleybal wordt, verwacht bondsvoorzitter Inocencio Cuesta in Rio de Janeiro Fidel Castro aan de telefoon. De staatsleider heeft grote interesse voor de prestaties van zijn lange en lenige onderdanen. 'Ik weet zeker dat hij bij al onze wedstrijden voor de televisie zit', zegt Cuesta. Castro begeeft zich regelmatig tussen de topvolleyballers. Na het winnen van de World Cup ontving hij de spelers na een rondrit door de straten van Havanna en onderhield zich ruim twee uur met de kampioenen.

Het volleybalteam is op het Caraibische eiland de trots van het volk, dat de successen uitbundig viert. Castro is daar gevoelig voor en week zelfs van zijn schier onwrikbare principes af door toe te staan dat Cuba zich deze maand inschreef voor de zeer commerciele World League. Het betekent dat er volgens de regels van de internationale volleybalfederatie (FIVB) tijdens de thuiswedstrijden in Havanna onder meer reclameborden van de vaste sponsors rondom het veld moeten staan. Dat is een unicum in een land waar de combinatie van topsport en reclame als vies wordt beschouwd.

Bondsvoorzitter Cuesta is blij met de toestemming van de regering. Hij had er bij de sportminister op aangedrongen. 'We hebben de World League nodig', zegt hij. 'In die perioden kunnen we nergens anders spelen. Er zijn geen andere toernooien.' Door de politieke omstandigheden bestaat er voor de Cubanen altijd de dreiging van een isolement. En dat kan met name voor de sporters van het land funest zijn. Zij kunnen de competitie met de concurrentie niet missen. Door de boycot ontbraken de volleyballers al bij de laatste twee Olympische Spelen. 'De ploeg heeft toen gewoon doorgetraind, maar het is toch anders dan wanneer je je voorbereidt op een belangrijk toernooi, dat geef ik toe.' Cuesta weigert echter kritiek op de beslissing van Castro te hebben. 'Wij staan met zijn allen achter ons systeem. Zowel in Los Angeles als in Seoul liepen veel gekke mensen rond. Daar hadden wij gevaar gelopen.'

Potdicht

Volgens Cuesta mag aan het Cubaanse besluit om aan de World League mee te doen niet de conclusie worden verbonden dat in de toekomst topspelers ook contracten met buitenlandse clubs mogen afsluiten. Met Albanie is Cuba het enige land in de wereld dat nog nooit met toestemming van de regering een sporter naar een profcompetitie heeft laten vertrekken. Castro houdt de grenzen potdicht. Cuesta: 'Hoe denkt u dat we Joel Despaigne (beste volleyballer ter wereld en aanvoerder van Cuba, red.) terugkrijgen als hij in het buitenland zou gaan spelen? Hij zou er op achteruitgaan. Profclubs denken niet aan hun spelers. Die denken alleen maar aan geld.

'Wij zijn pure amateurs. Zo zijn we gelukkig. Dat is moeilijk te begrijpen, maar dat is een mentaliteitskwestie. Onze spelers denken niet aan geld. Het leven bestaat uit meer dan de dollar. De spelers hebben genoeg aan de aandacht die zij van hun volk krijgen. En in Cuba hebben zij hun familie, hun vrienden, hun werk of studie. Dat is het belangrijkste.' De spelers praten vol passie over hun land en over hun leider Castro. Aanvoerder Despaigne voegt er wel aan toe dat hij afgezien van de financien graag met de beste spelers ter wereld zou willen spelen. 'Maar ik weet dat dat niet kan'.

De Cubaanse volleyballers staan bij de wedstrijden van het WK in het veld als een stel vrolijke springers die bij elk punt blijdschap tonen en de toeschouwers in de zaal voor zich proberen te winnen. Elke ochtend doen zij op de gang van hun hotel gymnastiekoefeningen terwijl er swingende Caraibische muziek uit de kamers klinkt. De Cubanen spelen spectaculair volleybal. Zij zijn uitermate lenig en springen onwaarschijnlijk hoog. Volgens Orlando Samuels zijn Cubanen agressief en explosief en dat is bij uitstek geschikt voor het volleybal. De coach bracht zijn spelers het afgelopen jaar de nodige spelintelligentie bij en smeedde hen tot een hecht team.

Privileges

De volleyballers worden in hun land als helden beschouwd. Daarom krijgen zij een voor Cubaanse begrippen goed salaris en verscheidene andere privileges. Een auto hoort daar nog niet bij. Die krijgen zij pas na hun actieve loopbaan. Dat heeft een reden. 'In het verleden zijn er veel auto-ongelukken met spelers gebeurd. Dat was schadelijk voor het team', legt Cuesta uit. Indien de volleyballers nu ergens naar toe willen, stelt de minister van sport een auto met chauffeur ter beschikking. Een telefoontje is dan voldoende.

Volleybal is sinds de opmars van de nationale teams tot de op een na populairste sport van Cuba uitgegroeid. Honkbal staat nog steeds op kop. Dat was al voor Castro's revolutie in 1959 het geval. Inocencio Cuesta wijst erop dat tegenwoordig veel volleybalwedstrijden in zijn land rechtstreeks op de televisie komen. 'De tv eindigt bij ons normaal om half twaalf, twaalf uur. Maar toen we voor de World Cup speelden, begonnen onze wedstrijden pas om half een. En dat was geen probleem.'

Sport neemt in Cuba een belangrijke plaats in. 'Bij ons', zegt Cuesta , 'kan iedereen kosteloos sporten. Vele gebouwen hebben daar speciale ruimten voor. Dat kost de regering veel geld, maar wij gaan er van uit dat door het sporten minder mensen klachten over hun gezondheid hebben. Het betaalt zich vanzelf terug.'

'Wij zijn een gelukkig volk', zegt Cuesta aan het eind van het gesprek. Toch bleef Rolando Curbelo, hoofd van het befaamde opleidingsinstituut van de volleyballers in Havanna, afgelopen maand in Miami achter. 'Hij is gek', reageert Cuesta. 'Hij zegt een nieuw leven te willen beginnen. Maar hij is al 59 jaar. Dat is dan toch niet normaal? Iedereen kent het leven in Miami. Hij had alle privileges in Cuba. Ik begrijp het echt niet. Ik beschouw hem nu als een verrader.'

    • Hans Klippus