Verzet milieugroepen tegen Duitse winning van bruinkool

ROTTERDAM, 25 okt. Duitse milieu-organisaties zullen zich, gesteund door de Limburgse milieu-federatie, verzetten tegen een uitbreiding van de bruinkoolwinning in Noordrijn-Westfalen, in de driehoek tussen Monchen-Gladbach, Keulen en Aken.

Dit is vanmorgen op een persconferentie in Dusseldorf meegedeeld. In de Bondsrepubliek maakt men zich zorgen over de grootschalige verwoesting van het landschap. In Limburg baart vooral de daling van de grondwaterstand zorgen.

Het verzet keert zich met name tegen de grote haast die de regering van Noordrijn-Westfalen heeft met een beslissing over de aanleg van een tweede groeve in Garzweiler, ten zuiden van Monchen-Gladbach. Daar is een groeve met een oppervlakte van 65 vierkante kilometer gepland. Op dit moment zijn er drie groeves: Garzweiler I, Inden en Hambach (de laatste twee liggen tussen Aken en Keulen).

De Bondsrepubliek is na de DDR en de Sovjet-Unie de grootste bruinkoolproducent ter wereld. Een kwart van de elektriciteitsproduktie in West-Duitsland is afhankelijk van bruinkool. De winning gebeurt in de open lucht. Gigantische graafmachines graven zich een weg door het landschap. Dorpen verdwijnen van de aardbodem. Inmiddels zijn al 29.000 Duitse burgers 'umgesiedelt'. Als het Garzweiler II-plan doorgaat moeten opnieuw elf dorpen met 11.500 mensen worden verplaatst.

De bruinkoollagen liggen op een diepte van 150 meter (Inden) tot 500 meter. Om de groeves droog te houden moet jaarlijks meer dan een miljard kubieke meter water worden weggepompt. Dat heeft gevolgen, ook voor Nederland. Normaal wordt de grondwaterstand in Limburg mede op peil gehouden door aanvoer van water uit Duitsland. Dat stroomt via zand- en grindlagen in de Roerdalslenk in midden-Limburg en de noordelijker gelegen Peelschol en Venloschol van het bruinkoolgebied naar Limburg. Nu echter zoveel water in Duitsland wordt weggepompt, dreigt deze waterstroom te stagneren.

H. Bemelmans van de Limburgse milieufederatie vat de gevolgen samen: 'Als de grondwaterstand daalt, heeft dat gevolgen voor de drinkwatervoorziening. Daarbij moet worden bedacht dat de kwaliteit van het Limburgse grondwater toch al wordt bedreigt door het mestprobleem. Daarnaast dreigt, als er minder water uit Duitsland hierheen stroomt, uitdroging, met alle schadelijke gevolgen voor natuur en landbouw.'

De milieu-organisaties eisen van de deelstaatregering dat zij, voor zij besluit Garzweiler II uit te voeren, eerst studies laat verrichten naar de gevolgen van deze grootschalige bruinkoolwinning. Men wil ook dat wordt nagegaan of het mogelijk is water te injecteren, om daarmee het grondwater op peil te houden. Zulke studies vergen geruime tijd.

De Limburgse gedeputeerde P. G. Hilhorst bevestigde desgevraagd dat de bruinkoolwinning in de Duitse grensstreek nu al een grote bedreiging vormt voor het grondwater in Limburg. Ook hij noemt nadere studies noodzakelijk. Hilhorst noemt het 'gunstig' dat de Duitse autoriteiten inmiddels hebben toegezegd een milieu-effectrapportage - zij het niet volgens Nederlandse maar volgens EG-normen - op te laten stellen.

Overigens zal, ook als de regering van Noordrijn-Westfalen haar zin krijgt, het afgraven van Garzweiler II pas in het jaar 2004 begin. Het project loopt dan tot 2045. De deelstaat besloot in 1987 dat tot het eind van de volgende eeuw jaarlijks 120 miljoen ton bruinkool moest worden gewonnen.

    • Kees Calje