Uiteindelijk in de beklaagdenbank

Hollywood is er opnieuw achter gekomen dat het bioscooppubliek niet alleen bestaat uit tieners, die slaafs vervolgen op succesformules weghappen. Het succes van Presumed Innocent bewijst dat er nog een derde weg is tussen de mechanische produktie van Robocop 2 en Rocky V enerzijds en de eigenzinnige filmkunst van David Lynch of Steven Soderbergh anderzijds. Er bestaat een groot, internationaal volwassen publiek voor solide en intelligent filmamusement, dat weinig meer pretendeert dan de mobilisatie van vakmanschap en talent om aan uw welbestede avond een paar dollars over te houden.

Omtrent de verfilming van de bestseller Presumed Innocent, het knappe romandebuut van Scott Turow, een voormalig officier van justitie te Chicago, valt niets spectaculairs te melden. Het is een 'courtroom drama', in de traditie van Wilders Witness for the Prosecution en Lumets Twelve Angry Men. Maar het strakke scenario van Frank Pierson (Dog Day Afternoon) verweeft de theatrale confrontatie van advocaten, aanklagers en een rechter, die hen om de haverklap terzijde neemt, ook met een spannende 'whodunit' en een analyse van twee niet meer vanzelfsprekend gerespecteerde Amerikaanse instituties: het gezin en de rechtspleging.

Bovendien wordt de toeschouwer verwend met de aanwezigheid van voortreffelijke acteurs, in wier gezelschap het bij voorbaat al aangenaam toeven is. Harrison Ford oogt niet alleen prettig, hij kan een personage ook perfect van de benodigde ambivalentie voorzien. Als aanklager wordt hij aan het begin van de film geconfronteerd met een briefje van een vrouwelijke collega (Greta Scachi): 'Houd er mee op, ik weet dat jij het bent!'. Nog geen minuut later ontbiedt zijn chef (Brian Dennehy) hem met de mededeling dat Scachi die nacht dood in haar flat is aangetroffen, vermoedelijk slachtoffer van een lustmoord.

Vanaf dat moment wordt de toeschouwer voortdurend geplaagd door de vraag of Ford de dader is. De rechtschapen huisvader, die zijn zoontje de les leest omdat het staande eet, heeft een affaire gehad met de betreurde, ambitieuze collega, dat is zeker. Maar wie heeft Scachi nog meer gebruikt om hogerop te komen? Wat staat er in het mysterieuze dossier over een ambtsmisdrijf dat Dennehy uit haar lade heeft gehaald? Doet Ford er wel verstandig aan het onderzoek naar de moord zelf te leiden? Tot overmaat van ramp vinden er juist op dat moment verkiezingen plaats voor de post van officier van justitie, en de druk van de publieke opinie belemmert een helder zicht op de waarheid. Presumed Innocent is beslist geen reclame voor het Amerikaanse systeem van democratisch gekozen rechters en leden van het Openbaar Ministerie en voor de juryrechtsspraak met alle manipulatiemogelijkheden van dien. En dan zijn er nog een swingende, zwarte rechter (Paul Winfield), een jaloerse echtgenote (Bonnie Bedelia) en een gedistingeerde doch meedogenloze advocaat (Raul Julia), die Ford moet bijstaan als hij uiteindelijk in de beklaagdenbank belandt.

Een van de bewonderenswaardige eigenschappen van zo'n ingenieus Hollywoodscenario is dat de handeling ondanks alle intriges, plotwendingen en bewuste dubbelzinnigheden steeds glashelder blijft. Er zit geen woord te veel in, elke scene gedurende de ruim twee uur is noodzakelijk voor de afwikkeling van het verhaal. Regisseur Alan J. Pakula is een vakman, die ook wel eens een matige film aflevert, maar nu het niveau van zijn meesterwerk All the President's Men benadert. Misschien is Pakula's Klute de beste referentie, al was het maar omdat de seksuele hypocrisie van de Amerikaanse samenleving in Scachi's berekende avances net zo overtuigend gestalte krijgt als in Jane Fonda's emotieloze callgirl-erotiek. Maar het scenario van Klute was meer modderig, modieus en aanstellerig dan dat van Presumed Innocent.

Het best laat Pakula's onderhoudende zedenschets zich smaken als de kijker helemaal niets van het verhaaltje weet. Maar zelfs lezers van Turows boek, die de verrassende ontknoping kennen, mogen zich de verfilming niet laten ontgaan.