Relatie Israel en VS is op ongekend dieptepunt beland

AMSTERDAM, 25 okt. Zelden in de geschiedenis van de Amerikaans-Israelische betrekkingen is de relatie tussen beide regeringen zo slecht geweest als thans. Door het wegvallen van de Sovjet-Unie als bedreiging voor de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten is, volgens de perceptie in Washington, Israel als bondgenoot van Amerika niet langer van zo'n eminent belang als voorheen. Als gevolg benadert de Amerikaanse regering Israel veel kritischer dan onder president Reagan. Dit proces is versneld doordat Bush en zijn minister van buitenlandse zaken James Baker in tegenstelling tot hun voorgangers Reagan en Shultz geen enkele persoonlijke sympathie hebben voor Israel, terwijl aan de andere kant de regering-Shamir weinig of geen inzicht heeft in de Amerikaanse gevoeligheden.

Het nieuwe stemgedrag van de VS in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is de logische consekwentie van de nieuwe Amerikaanse opstelling. Gisteren betreurde de Veiligheidsraad met algemene stemmen Israels weigering om met een afgezant van de secretaris-generaal samen te werken. Deze zou volgens een eerder besluit van de Veiligheidsraad een onderzoek moeten instellen naar de schietpartij van 8 oktober op de Tempelberg, waarbij 22 Palestijnen om het leven kwamen.

Shamir is ervan overtuigd dat president Bush bereid is Israel te offeren op het altaar van zijn nieuw geschapen Amerikaans-Arabische bondgenootschap tegen Saddam Hussein. Hij heeft dan ook gisteren een oproep afgewezen van Bush om alsnog terug te komen op zijn weigering om met een afgezant van de secretaris-generaal van de VN samen te werken. De formele reden voor Shamirs weigering is dat de VN niet eerst Israel voor de schietpartij kunnen veroordelen en pas na die veroordeling een onderzoek kunnen instellen. De werkelijke reden is dat Shamir elke VN-bemoeienis met de bezette gebieden, en zeker met Jeruzalem, ziet als een onduldbare aantasting van Israels soevereiniteit. Als hij die eenmaal goedkeurt, zou dat naar zijn vaste overtuiging de weg openen voor een opgelegde VN-aanwezigheid in de bezette gebieden.

Van hun kant vinden de Amerikaanse beleidsmakers op hoog niveau dat Israels beleid in de bezette gebieden en de politieke opstelling van de regering-Shamir tegenover de Palestijnen erg veel gelijkenis vertonen met de schorpioen die zichzelf bijt. Israel is, zeggen zij, nog steeds een uiterst waardevol bondgenoot, waarmee de Verenigde Staten niet alleen moreel maar ook politiek op duizend verschillende manieren zijn verbonden. Doch dat betekent niet dat Washington ooit akkoord ging of zal gaan met Israels veroveringen in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Als Shamir en de zijnen dat niet begrijpen, dan is dat hun verblinding.

De problematische verhouding kwam na de Golfcrisis alleen maar nog duidelijker aan het licht. Terwijl Saddam Hussein Israel rechtstreeks bedreigde met zijn chemische en bacteriologische wapens, waarvoor de Amerikaanse troepen in de Saoedische woestijn zo bevreesd zijn, weigerde Washington Israel direct aan te sluiten op de gegevens van de Awacs-verkenningsvliegtuigen in Saoedi-Arabie, die onmiddellijk elke verdachte beweging van het Iraakse leger kunnen opsporen.

Aan de ene kant eist Washington van Israel dat het zich onzichtbaar en onhoorbaar opstelt om de Arabische bondgenoten van Amerika tegen Saddam niet in verlegenheid te brengen. Aan de andere kant wordt deze passieve houding van Israel niet met militaire inlichtingen beloond wat des te ernstiger is omdat de Israelische luchtmacht slechts vijf minuten heeft om te reageren op een mogelijke Iraakse raketaanval. 'De Amerikanen antwoorden op onze klacht alleen maar met de standaarduitdrukking: Wij zullen de Iraki's wel voor onze rekening nemen. Dat geeft onvoldoende zekerheid.'

De Israeli's zijn des te bozer omdat de Amerikaanse autoriteiten nog maar enkele maanden geleden al hun waarschuwingen over het militaire gevaar van Saddam sussend afdeden: 'Jullie zijn sterk genoeg om daarmee af te rekenen. Het zal jullie hoogstens duizend doden kosten.' Maar nu Amerikaanse troepen gevaar lopen, zijn de Amerikaanse schattingen over het aantal verliezen in een oorlog met Irak opeens tot 30.000 gestegen.

Bovendien stellen de Israeli's dat de wapenverkopen aan de Saoedi's die president Bush zich heeft voorgenomen, zo ongehoord groot zijn, dat Israel daardoor zijn militaire overwicht, waartoe alle Amerikaanse presidenten zich tot dusver verplichtten, dreigt te verliezen. Een deel van die te verkopen wapens die volgens de aankondiging van het Pentagon 'dringend noodzakelijk' zijn om Saddams agressie te keren, kunnen pas in 1993 worden geleverd, als de Golfcrisis naar alle waarschijnlijkheid reeds lang is beeindigd.

Niettemin heeft de pro-Israel-lobby geen verzet aangetekend tegen een eerste wapenverkoop van zeven miljard dollar. Sterker nog: de lobby heeft zich ingespannen om onwillige senatoren te bewegen voor de verkoop te stemmen, teneinde extra-wapenhulp voor Israel veilig te stellen.

Volgens de analyse in Washington is het verzuurde klimaat geheel te wijten aan Shamir en de zijnen, die geen enkele rekening wensen te houden met de Amerikaanse belangen in de Arabische wereld en die zich ook niet aan hun afspraken houden inzake de bezette gebieden. 'Wij kunnen natuurlijk niet de Saoedi's tegen het hoofd stoten. Als wij de gegevens van de Awacs boven Saoedi-Arabie direct naar Israel zouden doorspelen, zouden onze Arabische bondgenoten daardoor in problemen komen. Saddam is de eerste die daarvan gebruik zou maken.'

Feit is dat de communicatie tussen beide regeringen ernstig verstoord is. Bush, die met vele tientallen politieke leiders in het buitenland in voortdurend telefonisch contact sttat, belt Shamir nooit op. Het is een publiek geheim dat hij de Israelische premier niet kan uitstaan. Ook James Baker beperkt het contact met Israel tot het barre minimum; hij vliegt, als hij naar het Midden-Oosten gaat, met een wijde boog om Israel heen.

Shamir heeft nu kennelijk besloten zijn vete met Bush en Baker naar buiten te brengen. Hij hoopt met hulp van het Congres een eind te maken aan de afbrokkeling van de Amerikaans-Israelische alliantie omdat de Amerikaans-Arabische alliantie uitsluitend gebaseerd is op een gemeenschappelijke afkeer van Saddam Hussein.