Plagiaat en aantasting van architectuur moeilijk tebestrijden

DEN HAAG, 25 okt. In de architectuur, een vak waarin het scheppen en het dienen om voorrang strijden, is auteursrecht een dubbelzinnig vraagstuk. Hoe ver reikt de zeggenschap van de architect over het geesteskind dat hij in opdracht van anderen heeft geproduceerd? En hoe weert hij zich tegen collega's die met zijn ideeen aan de haal gaan? Daarover ging gisteren in Den Haag het symposium 'Auteursrecht, Architectuur en Bouw', een initiatief van de Stichting Auteursrechtmanifestaties, het ministerie van VROM en de Bond van Nederlandse Architecten. Staatssecretaris Kosto reikte er de Auteursrechtprijs uit aan Kees Holierhoek, mede-auteur van een lespakket voor het middelbaar onderwijs over '75 jaar Auteursrecht'.

Advocaat J. Knipscheer legde uit dat de wet een essentieel onderscheid maakt tussen een wijziging in het werk en een misvorming of verminking. Maar wat is redelijk? De architect Bonnema boekte twee jaar geleden een opzienbarend succes in zijn strijd tegen de 'aantasting' van zijn stadhuis in Tietjerksteradeel. De rechter bepaalde dat het aanbrengen van zonweringen aan de buitenmuren een verminking zou betekenen; de gemeente moest dan ook voor de duurdere oplossing kiezen, het installeren van air conditioning.

Tegen een redelijke wijziging mag een architect zich volgens de wet niet verzetten, tegen verminking wel. Maar wat is redelijk? De Zaanse architect Van Klingeren, die verbouwing van zijn multi-functioneel centrum De Meerpaal in Dronten wil tegenhouden, is verwikkeld geraakt in een langlopende bodemprocedure. In Den Haag speelt dezer dagen een andere variant: kan het toevoegen of aanbrengen van kunst een inbreuk op architectuur zijn? Architect Schamhart, ontwerper van de uitbreiding van het Haags Gemeentemuseum, overweegt stappen tegen de 'vervuiling' van zijn werk door de muurschilderingen van Sol Lewitt die begin volgende maand worden onthuld.

Het aantal gevallen van plagiaat dat in een rechtszaak uitmondt, is volgens dr. ir. E. Fontein, architect en bestuurslid van de Stichting Beeldrecht, betrekkelijk klein. Wel worden volgens advocaat en secretaris van het Arbitrage Instituut Bouwkunst M. Randag bij verbouwingen de 'regels van de collegialiteit' vaak overtreden. 'Deze ontwerpen komen tot stand in een sfeer van geheimzinnigheid en worden vervolgens snel uitgevoerd, terwijl het risico van een klacht op de koop toe worden genomen.' Een recent voorbeeld is de verbouwing van het Burgerweeshuis in Amsterdam, waarbij de ingeschakelde architecten geen contact over de plannen hadden opgenomen met Aldo van Eyck.

Voormalig Rijksbouwmeester prof. ir. T. Dijkstra ziet het auteursrecht in de bouwkunst niet zozeer als de bescherming van het 'persoonsrecht' van de architect als schepper van kunstwerken, maar in de eerste plaats als een middel tot cultuurbehoud. Vooral de jonge gebouwen hebben het moeilijk, zegt hij. 'Wie zal ze beschermen tegen grove verminking en verslonzing door onzorgvuldig gebruik voordat ze tot cultuurgoed zijn verklaard? Wie zal voor het te laat is uitmaken of ze de moeite waard zijn om op den duur door de Monumentenwet te worden beschermd?'

Het oprichten van een 'beeldbank' zou het voor de architect makkelijker maken hun werk te bewaken, aldus Fontein. Dat moeten zij ook doen, vindt hij: 'Wie zijn auteursrecht verwaarloost, verloochent het unieke van zijn creatie, hij maakt het tot een speelbal der vandalen.' Knipscheer zou graag het oude gebruik in ere hersteld zien waarbij de naam van de architect op het bouwwerk wordt vermeld, maar hij houdt ook rekening met 'veranderde inzichten' bij de architect zelf. 'Frank Lloyd Wright zei al: de arts kan zijn fouten begraven, maar de architect rest niets anders dan het planten van klimop.'