Pan-Chinese agitatie tegen Japan komt voor Tokio op eenslecht moment; Twist eilanden Oost-Chinese Zee

PEKING, 25 okt. De sluimerende twist over een groep minuscule eilandjes in de Oost-Chinese Zee is opnieuw opgerakeld en heeft tot unieke en gelijktijdige stappen van China en Taiwan tegen Japan geleid. Ook in het 'derde China', Hongkong, zijn anti-Japanse acties gaande. De pan-Chinese agitatie tegen Japan komt op het moment dat Tokio overweegt troepen naar de Golf te sturen, wat heeft geleid tot bezorgdheid in de hele Oost-Aziatische regio.

Diaoyudao (visserij-eilanden) noemen de Chinezen de groep van vijf onbewoonde kale stippen van samen nog geen twintig vierkante kilometer oppervlakte, 200 kilometer ten noordoosten van Taiwan. Japan spreekt van de Senkaku-eilanden. Met name de rijke visgronden en het vermoeden dat zich onder de zeebodem olie bevindt maakt het gebied gewild. Nationalistische sentimenten spelen een belangrijke rol in het conflict, dat ditmaal is geprovoceerd door een ultra-rechtse Japanse splintergroep, de 'Nippon Sheinensha' (Japans Jeugdkorps) die op het grootste eiland een oude Japanse vuurtoren wil restaureren en die erkenning door Tokio wil afdwingen.

China liet het bij een formeel protest tegen het plan, maar Taiwan ondernam concrete stappen. Twee Taiwanese vissersboten met de burgemeester van Taiwans tweede stad Kaohsiung, politici van de oppositionele Democratisch Progressieve Partij en atleten aan boord voeren afgelopen zondag naar de eilanden om daar nationale vlaggen en de toorts van een sportfestival te planten.

Gewapende patrouilleboten en helikopters van de Japanse kustwacht verhinderden de schepelingen echter aan land te gaan. De woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken in Peking heeft het Japanse optreden tegenover de Taiwanese vissersboten 'volstrekt onrechtmatig' genoemd. De woordvoerder eiste dat Japan alle activiteiten stopzet 'die de Chinese soevereiniteit over de Diaoyudao en de omringende wateren schenden' en eiste dat de vuurtoren wordt afgebroken.

De Japanse kabinetssecretaris, Misoji Sakamoto, heeft vervolgens opnieuw verklaard dat de Senkaku-eilanden soeverein grondgebied van Japan zijn. Sakamoto betreurde de Taiwanese actie en verdedigde de 'passende en prudente actie' van zijn regering. Taiwan heeft geen diplomatieke kanalen om bij te protesteren, maar de Japanse 'ondergrondse' ambassade in Taipei, 'Uitwisselingsvereniging' genoemd, wordt al dagen met eieren bekogeld en is het decor voor het verbranden van Japanse vlaggen. Taiwan heeft met militaire actie gedreigd om zijn aanspraken op de eilanden kracht bij te zetten en kan daarbij wellicht op de diplomatieke steun van China rekenen. Demonstranten in Hongkong vergeleken de Japanse actie met de Iraakse invasie van Koeweit.

De laatste aanvaring rondom de eilanden was in april 1978, toen een bewapende Chinese visserijvloot van 140 schepen 'zonder medeweten van de regering' naar het gebied voer om China's soevereiniteit te demonstreren. De vloot trok zich na dagenlang kabaal terug en Deng Xiaoping deed ten tijde van de ondertekening van het historische Chinees-Japanse vredesverdrag in augustus 1978 het voorstel om het geschil voor 20 tot 30 jaar op te schuiven en een oplossing over te laten aan de 'wijsheid van de volgende generaties'.

De historische oorsprong van het probleem ligt in Japans koloniale overheersing en het Amerikaanse (militaire) bestuur over Japans zuidelijke eilanden tot 1971. De eilandjes gingen na de Chinees-Japanse oorlog van 1894-1895 samen met Taiwan in Japanse handen over en het Chinese standpunt is dat zij met de Japanse teruggave van Taiwan aan Nationalistisch China in 1945 weer automatisch Chinees werden.

De naburige, en veel grotere, Ryukyu Eilanden, waaronder Okinawa bleven echter tot 1972 onder bestuur van een Amerikaanse Hoge Commissaris. De Diaoyudao/Senaku-eilanden horen geografisch niet bij de Ryukyu-keten, maar de Amerikaanse vloot rekende ze tot haar operatiegebied. Toen de VS in 1972 het bestuur over Okinawa weer aan Japan overdroegen, stelde Japan zich op het standpunt dat de 400 km westelijk gelegen Senkaku een deel van de overdracht waren.

Het Amerikaans-Japanse instrument van teruggave van Okinawa bevestigt dit. Een reeds in 1948 uitgebracht rapport van de Verenigde Naties concludeerde dat de wateren rondom Diaoyudao/Senakaku rijk aan olie zijn, wat de Japanse houding verder heeft verhard. Maar het zijn nationalistische passies die aan beide zijden de boventoon voeren. Voor China komt de ditmaal door Taiwan aangezwengelde rel op een ongelegen moment, omdat onderhandelingen over volledige hervatting van de Japans-Chinese betrekkingen, met name over het opheffen van de blokkering van Japanse leningen, thans in volle gang zijn. De Chinese berichtgeving is daarom minimaal, want als de binnenlandse gemoederen even verhit raken als in Hongkong en Taiwan, zou dat niet alleen de Chinees-Japanse betrekkingen kunnen schaden, maar zelfs tot anti-Japanse demonstraties kunnen leiden. En demonstraties in China, met wat voor doelwit ook, zijn het ergste dat het communistische regime zou kunnen overkomen.

    • Willem van Kemenade