Ministers proberen conflicten even te negeren; Balkanlandennaderen elkaar ondanks burenruzies

ROTTERDAM, 25 okt. In Tirana wordt vandaag de ministerstop van de zes Balkanlanden besloten de eerste top van ministers van buitenlandse zaken van de Balkanlanden na die in Belgrado in 1988.

Het gesternte voor de top van ministers uit Albanie, Griekenland, Turkije, Bulgarije, Roemenie en Joegoslavie was ondanks de veranderingen van vorig jaar in Oost-Europa niet gunstig, maar na de eerste dag lijkt het er op dat men heeft verkozen de belangrijkste geschilpunten maar liever niet aan te snijden.

Twee jaar geleden slaagde Joegoslavie er in de zes buren voor het eerst in meer dan veertig jaar rond de tafel te krijgen. Een klein wonder, want de zes hadden behalve een lange geschiedenis van bloedige ruzies niet veel gemeen. Ze behoorden tot verschillende militaire blokken en hingen verschillende politieke systemen aan. Niettemin, Belgrado werd beloond met een tweede wonder: niemand liep boos weg, integendeel, die conferentie werd de opmaat naar verdere samenwerking, niet zozeer politiek, maar wel economisch en cultureel. Het was een resultaat dat de verwachtingen ruimschoots overtrof.

Sinds 1988 is het landschap fundamenteel veranderd. Roemenie en Bulgarije hebben zich ontdaan van het staatssocialisme en Albanie zoekt een uitweg uit zijn isolement en heeft de koers zo fundamenteel verlegd dat het woord van wijlen Enver Hoxha niet meer alleenzaligmakend is.

Maar er zijn ook veranderingen in negatieve zin. Joegoslavie is aan het schuiven gegaan, niet in de richting van een fluwelen revolutie maar in de richting van een desintegratie die kan uitlopen op een burgeroorlog. Bovendien zijn oude etnische conflicten de afgelopen jaren opgelaaid, en wel in zo'n mate dat de Balkan langzaam weer het kruitvat van Europa dreigt te worden.

Roemenie en Bulgarije zijn imperfecte democratieen. Roemenie worstelt met de erfenis van Ceausescu, de sluipende terugkeer van diens handlangers, de onwil van de nomenklatoera om te hervormen, de onmacht van zijn regering, een oplaaiend nationalisme en de verbittering van een bevolking die zich steeds gefrustreerder afvraagt of de revolutie voor niets is geweest. Bulgarije zit gevangen in een politieke impasse die het op het gebied van de hervormingen tot Europa's hekkesluiter dreigt te maken. De Bulgaarse oppositie is uit het parlement weggelopen en is voorlopig niet van zins er terug te keren.

Dat raakt niet de buren van beide landen, maar het bepaalt wel mede de sfeer op de Balkan.

Die sfeer wordt verder vooral bepaald door burenruzies. Roemenie ligt met Hongarije en Joegoslavie overhoop over de behandeling van de Hongaarse en Servische minderheid. Met Bulgarije bestaat een lastig milieuconflict dat de Bulgaren ertoe heeft gebracht de Bulgaars-Roemeense grens bij Roese te sluiten.

Bulgarije, dat zijn ruzie met Turkije over de Turkse minderheid even heeft toegedekt met een mantel van wederzijds welwillende afwachting, ligt overhoop met Joegoslavie over Macedonie, want, zeggen de Bulgaren, Macedoniers zijn gewoon Bulgaren. Volgens de Serviers zijn de Macedoniers Serviers, volgens de Macedoniers zijn Macedoniers Macedoniers en volgens de Grieken bestaan er helemaal geen Macedoniers.

Griekenland en Turkije liggen overhoop over de Turkse minderheid in Griekenland en over de oude kwestie-Cyprus, Griekenland verwijt Albanie de Griekse minderheid te verdonkeremanen en Albanie gooit Servie de onderdrukking van de Albanese meerderheid in Kosovo voor de voeten. Om wat terug te doen verwijt Joegoslavie Albanie de verduistering van zijn Macedonische minderheid.

In Joegoslavie zelf zijn nog maar weinig volkeren te vinden die geen ruzie hebben met hun buren: de Serviers staan op voet van bijna-oorlog met de Kroaten en de Slovenen. De Servische minderheid in Kroatie eist autonomie, de Albanezen van Kosovo eisen van de Serviers hun rechten terug, de islamieten in Servie willen ook autonoom zijn, de Hongaren in Vojvodina beginnen zich te roeren tegen de Servische overheersing, de Kroatische minderheid in Servie wordt gaandeweg bozer, de Montenegrijnen dreigen op te marcheren om de 'zwarte horden' in Kroatie mores te leren en in Bosnie zijn de islamieten, de Kroaten en de Serviers elkaar in de haren gevlogen. Servie en Slovenie trekken zich niets meer aan van het federaal gezag, Servie heft invoerbelasting op Kroatische en Sloveense spullen, Slovenie geeft vluchtelingen uit Kosovo asiel en Kroatie en Slovenie werken aan de vorming van eigen legers. De desintegratie is vrijwel volledig.

Terwijl de rest van Oost-Europa aansluiting zoekt bij het Westen lijken de Balkanlanden het even te druk te hebben met de regeling van oude erfenissen. Het maakt de basis voor gemeenschappelijke standpunten smal. Gisteren wemelde het van voorstellen voor de instelling van permanente overlegorganen op de Balkan. Het lijkt een wat idealistisch uitgangspunt gezien de hardnekkigheid waarmee etnische tegenstellingen de Balkan parten blijven spelen. Als het overleven van Joegoslavie als staat al niet kan worden gegarandeerd omdat iedereen iedereen naar het leven staat, lijken bredere fora niet erg zinvol. Maar natuurlijk, men moet ergens beginnen. En permanente instituten kunnen communicatiekanalen scheppen waarmee, beter dan met het periodieke Balkanoverleg, de lieve vrede in stand kan worden gehouden.