Licht wantrouwen jegens de fiscus

DEN HAAG, 25 okt. Is het betalen van belasting een bijdrage aan de samenleving of komt het er eigenlijk op neer dat geld je wordt afgenomen waar je hard voor hebt gewerkt?

Het zijn vragen die Nederlandse bedrijven onlangs kregen voorgelegd en dit is het antwoord: belasting is een vorm van geld afpakken, aldus 28,5 procent van de bedrijven. Met deze stelling is 24,9 procent het oneens. Op de vraag of het betalen van belasting neerkomt op het leveren van een bijdrage aan de samenleving, antwoordde 68,6 procent positief. Het onderzoek is in opdracht van de Belastingdienst uitgevoerd onder 559 bedrijven, dat is 52 procent van de ondernemingen die werden benaderd, verdeeld over negen bedrijfstakken en in grootte uiteenlopend van minder dan vijf tot meer dan vijftig werknemers. Ook werden 50 belastingconsulenten naar hun mening gevraagd.

Hoe denken bedrijven over de Belastingdienst? Dat was de achterliggende vraag achter het onderzoek dat in het eerste half jaar van 1990 werd uitgevoerd door het bureau Veldkamp marktonderzoek. En passant werd ook geinformeerd naar de belastingmoraal of het ontbreken daarvan die bedrijven bij hun concurrenten vermoeden. De antwoorden werden gegeven door vertegenwoordigers van de bedrijven die voor hun onderneming de contacten met de Belastingdienst onderhouden.

Grof samengevat komt het erop neer dat volgens de bedrijven de Belastingdienst een organisatie is die weinig klantgericht werkt, nauwelijks in het bedrijf is geinteresseerd, enigszins traag werkt, machtig is en wat autoritaire trekjes vertoont, ofschoon zij van verschillende branches te weinig verstand heeft. Daar staat tegenover dat de ondernemingen de Belastingdienst ook typeren als een vrij eerlijke, tamelijk zorgvuldige, redelijk zakelijk ingestelde en integere organisatie. De Belastingdienst zelf trekt er de conclusie uit dat de houding van de ondernemingen jegens hem kan worden omschreven als 'gereserveerd tot een lichte mate van wantrouwen'.

Het vertrouwen van bedrijven in elkaar is evenmin onbeperkt. De ondernemers schatten dat drie van hun tien collega's frauderen, doordat zij een te hoge opgave van hun kosten aan de fiscus doen of bedrijfsinkomsten verzwijgen. Kleine bedrijven, minder dan vijf werknemers, hebben over het algemeen het minste vertrouwen in de belastingmoraal van de concurrentie. Vooral in de horeca gaat dat op: 43,7 procent vermoedt dat andere ondernemingen sommige inkomsten niet opgeven. Bij de banken en het verzekeringswezen ligt dit percentage op 19,3.

Lang niet alle bedrijven beoordelen het frauduleuze gedrag negatief. Het niet opgeven van inkomsten werd door 48 procent van de ondervraagde bedrijven afgekeurd en 45 procent vond het te hoog opgeven van kosten onaanvaardbaar. zestig procent vindt dat het niet door de beugel kan als bedrijven bij controle door de belasting niet meewerken.

Het negatieve imago dat de Belastingdienst op het gebied van de klantvriendelijkheid heeft, wordt, blijkens het onderzoek, vooral toegeschreven aan de bureaucratische structuur, de starre uitvoering van wettelijke voorschriften en de mentaliteit van de belastingambtenaar. Dit laatste wordt omschreven in termen als 'hooghartig formeel, argwanend, arrogant en weinig geneigd zich in de positie van de ondernemer te verplaatsen'. De Belastingdienst is wel betrouwbaar, vinden de bedrijven, maar 69,3 procent meent dat hij soepeler zou moeten optreden wanneer een onderneming eens te laat is met betalen.

De resultaten van het onderzoek, die inmiddels aan de Tweede Kamer ter kennis zijn gebracht, zullen worden gebruikt bij het 'Communicatieplan ondernemingen 1991' dat voor de Belastingdienst zal worden gemaakt. Doel van dit plan: een betere relatie met deze groep belastingplichtigen.