Kleuter 'kind van de rekening' op school

ROTTERDAM, 25 okt. Jaarlijkse 'Schakeldagen Jonge Kinderen' moeten helpen een einde te maken aan de achterstand van kleuters in het basisonderwijs. Een landelijke 'schakelgroep' moet de overheid aanbevelingen doen over problemen in het onderwijs aan kleuters.

Dat stelden gisteren de vier onderwijsvakbonden en drie pedagogische centra instituten voor deskundigheidsbevordering in het onderwijs tijdens het symposium 'Kleuter, kind van de rekening' in Rotterdam.

Bonden en pedagogische centra zullen staatssecretaris Wallage (onderwijs) voor de schakeldagen een bijdrage vragen van 250.000 gulden per jaar, vier jaar lang. Hun 'plan van actie' zal volgende week worden overhandigd aan de staatssecretaris, wanneer hij met de Tweede Kamer praat over de toekomst van de pedagogische academies voor het basisonderwijs.

Naast het plan van actie hebben de onderwijsvakbonden en de pedagogische centra een aantal aanbevelingen geformuleerd. Ze willen dat er op de pedagogische academies voor basisonderwijs een specialisatie komt voor het onderwijs aan jonge kinderen, dat er meer en verplichte bijscholing wordt georganiseerd en dat jonge kinderen bij voorkeur een, hooguit twee vaste leerkrachten krijgen.

Het plan van actie is 'de laatste strohalm' voor ex-kleuterleidsters, meent F. Janssen-Vos van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. Het kleuteronderwijs heeft ernstige schade geleden toen het in 1985 opging in de lagere school, meent Janssen-Vos. Vanaf dat moment is het voormalige lager onderwijs de kleuterschool binnengedrongen, terwijl de bedoeling van de Wet op de Basisschool juist was dat het omgekeerde zou gebeuren.

Intrekking van de kleutermaatregel die bepaalde dat vierjarige kinderen in de bekostiging van een school maar voor de helft meetelden en verlenging van de verplichting om ten minste een ex-kleuterleidster op een basisschool te hebben, zijn volgens Janssen-Vos onvoldoende om de schade te herstellen.

Veel kleuterleidsters vreesden al voor de invoering van de basisschool dat hun onderwijs in de nieuwe opzet in het gedrang zou komen. De sterke differentiatie en individualisatie van het kleuteronderwijs waren niet eigen aan de lagere school, waar klassikaal onderwijs gemeengoed was.

Een aantal rapporten heeft de vrees van de kleuterleidsters bevestigd. Volgens het meest recente rapport, een evaluatie van de basisschool door het ministerie van onderwijs met de titel 'Zo hard gelopen en nog zo ver te gaan', verloopt de integratie van kleuter- en lager onderwijs moeizaam en vaak ten koste van het kleuteronderwijs.

Op veel scholen worden jonge kinderen geconfronteerd met onderwijsmethoden die voor oudere kinderen zijn ontwikkeld. Ter verklaring wordt aangevoerd dat de ex-kleuterleidsters door hun geringe aantal dienstjaren als eersten moesten afvloeien, dat de onderwijzers hun taak mochten overnemen en dat de mogelijkheid tot bijscholing beperkt was.

De sprekers op het symposium wilden echter niet terug naar de tijd dat er nog een kloof gaapte tussen de kleuterschool en de lagere school en veel kinderen in de eerste klas bleven zitten. Maar de onderwijzers van de lagere school zouden wel moeten beseffen dat ze vergeleken met de ex-kleuterleidsters in feite een achterstand hebben, vonden zij. 'De nieuwe basisschool vraagt andere vaardigheden en andere attitudes', aldus P. A. M. de Jong, directeur van de lerarenopleiding basisonderwijs van de Hogeschool Midden-Nederland.