'IRA zinkt naar nieuw, verdorven dieptepunt'

LONDEN, 25 okt. Met de gelijktijdige aanslagen gisteren op drie legerposten in Noord-Ierland door gebruik te maken van 'menselijke bommen', is de IRA naar 'een nieuw dieptepunt van verdorvenheid' gezonken. Dat heeft de Britse minister voor Noord-Ierland, Peter Brooke, gezegd. De aanslagen, waarvan er een mislukte, kostten zes Britse militairen en een burger het leven. Zeventien soldaten en meer dan tien burgers raakten gewond.

De gedode burger was de chauffeur-tegen-wil-en-dank van een auto geladen met 350 kilo explosieven. De 42-jarige Patrick Gillespie, vader van drie kinderen die ondertussen door de IRA gegijzeld werden gehouden, wist nog een waarschuwing te schreeuwen tegen de militairen van de vaste controlepost, voordat hij met auto en al de lucht in vloog, vijf militairen meenemend in de dood. Delen van zijn stoffelijk overschot konden pas gisteravond, zestien uur na de aanslag, door deskundigen van het leger worden geidentificeerd.

De IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger, maakte bekend dat Gillespie, hoewel katholiek, een verrader was. Hij werkte al achttien jaar voor het Britse ministerie van defensie en was al eens eerder door de IRA voor een soortgelijke, mislukte excercitie gebruikt. De gedwongen chauffeurs van twee andere tot bom getransformeerde auto's hadden meer geluk. Ook hun gezinnen werden door de IRA vastgehouden, maar voordat het tijdmechanisme de explosieven liet afgaan, wisten zij zich te bevrijden uit de boeien waarmee ze in de ondermijnde auto's waren vastgeketend. De aanslag in Omagh mislukte doordat tijdmechanisme en explosief materiaal niet goed op elkaar waren aangesloten.

In Londonderry en Newry, ruim vijfhonderd kilometer van elkaar verwijderde grensposten met de Republiek Ierland, was de uitwerking van de bommen vernietigend. In Londonderry, in het noordwesten van het eiland, werden meer dan zeventig huizen in een gemengd protestants-katholieke wijk ernstig beschadigd en raakten tientallen burgers gewond. In Newry, aan de doorgaande weg Dublin-Belfast, ontstond op hetzelfde moment, 4.15 uur in de morgen, een chaos waarin bloedende militairen vertwijfeld de weg opstrompelden en om hulp riepen. Hulpverlening in deze situaties is echter uiterst riskant, omdat de IRA eerder in soortgelijke omstandigheden nog meer explosies had geprogrammeerd.

Bij minder spectaculaire aanslagen schoot de IRA eerder deze week in Belfast de protestantse chauffeur van een taxi dood, terwijl die patienten bij het ziekenhuis afleverde, en namen protestantse extremisten wraak door een katholieke taxichauffeur in County Tyrone te vermoorden.

In hun dertiende ontmoeting sinds februari bezinnen de Ierse minister voor buitenlande zaken, Gerry Collins, en de Britse minister voor Noord-Ierland, Peter Brooke, zich vandaag opnieuw over een bestuursconstructie voor Noord-Ierland die een eind zou moeten maken aan het bloedvergieten.

Vast agendapunt bij de onderhandelingen tussen Collins en Brooke is de verbetering van opsporings- en uitleveringsprocedures aan weerszijden van de grens. Ierland heeft het internationale verdrag tot uitlevering van terroristen geratificeerd, maar de publieke opinie in de republiek is tegen uitlevering van verdachten aan de Britse justitie omdat het Britse rechtssysteem als partijdig wordt beschouwd. De vrijlating, na vijftien jaar, van de zogenaamde Guildford Four en de aanhoudende gevangenhouding van de Birmingham Six, over wier schuld gerede twijfels bestaan, geven voedsel aan die sentimenten.