Glinsterend, overdadig, en nutteloos

'Denk erom, ' waarschuwde de Franse edelsmid Fontenay zijn collega's vanhet gilde eind vorige eeuw, 'de basis van ons beroep is uitermatedemocratisch. De meeste edelsmeden zijn als arbeiders begonnen.' Dat belette Fontenay niet opdrachten te aanvaarden als die van de onderkoning van Egypte voor een servies van 42 couverts van goud, emaille en diamant. Een huzarenstuk dat Fontenay en zijn atelier van 1858 tot 1867 werk verschafte.

Fontenay, van wie nauwelijks nog werk terug te vinden is, is een van de vijftien edelsmeden die in de afgelopen eeuw het gezicht van het juweel hebben bepaald en die daarom zijn opgenomen in het boek The Master Jewelers. Enige band met de arbeidersklasse is aan de afgebeelde juwelen niet af te zien. Het gaat hier om het serieuze geld van adel en koningshuis. Opvallend is wel hoeveel van deze schatten aan de fotobijschriften te oordelen zich nu in particuliere collecties bevinden.

Het boek is meer dan de gebruikelijke koffietafel-uitgave. Samensteller Snowman, directeur van het Londense juweliershuis Wartski, schrijft zelf over Faberge maar laat de verdere (korte) hoofdstukken over de ontwerpers en hun betekenis over aan deskundigen. Wel schreef hij een inleiding waarin hij zich keert tegen de moderne (sieraad)kunst. De juweliers die er volgens Snowman toe doen zijn Castellani/ Giuliano, Fontenay, Hancock, Falize, Boucheron, Faberge, Tillander, Lalique, Vever, Fouquet, Tiffany, Cartier, Van Cleef en Arpels, Verdura en Bulgari.

Zijn ze mooi, de juwelen van de meesters? Vele zijn van een aan kitsch grenzende overdaad, objecten waarvan het voornaamste doel was het etaleren van de rijkdom van de eigenaar door middel van zoveel mogelijk edelmetaal en -stenen. Wel dwingen de vakmanschap en de vindingrijkheid grote bewondering af, en de foto's 377 in totaal, waarvan 251 in kleur zijn in een woord prachtig. Als diamanten op papier konden glinsteren en parels glanzen, dan wel hier. Behalve huiselijke taferelen, winkelinterieurs en werkplaatsen zijn ook beroemde klanten afgebeeld (bijvoorbeeld Paloma Picasso met een uitermate protserig collier van Tiffany) of sprekende details als de technisch vooruitstrevende setting voor stenen die dit juweliershuis heeft bedacht.

Onbeschaamd zwoel is het portret dat de beroemde fotograaf Horst in 1930 in Parijs maakte van de fantasierijke en ongetwijfeld decadente ontwerper Fulco di Verdura, die midden jaren twintig ontwerper werd van Coco Chanels sieraden. In de oorlog werkte hij in New York samen met de surrealistische Spaanse schilder Dali aan een collectie beschilderde juwelen. In 1941 publiceerde Vogue een excerpt uit Dali's dagboek. Zijn uitspraken geven de raison d'etre van het boek The Master Jewelers kort en bondig weer: 'Fulco en ik hebben ontdekt dat het Juweel en het Schilderij voor elkaar geboren zijn, het is een huwelijk uit liefde... Voor mij is het ideale Object het Object dat in het geheel nergens toe dient - een Juweel. Nutteloosheid is de eerste voorwaarde voor luxe.'

The Master Jewelers, red. Kenneth Snowman, uitg. Thames en Hudson, imp. Nilsson en Lamm, fl.108.90.