'Gezamenlijk bestuur goed voor scholen'

DEN HAAG, 25 okt. Basisscholen en scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsproblemen moeten een gemeenschappelijk bestuur krijgen. Daardoor kunnen ze beter samenwerken en zullen 'gewone' scholen kinderen minder snel naar het dure speciale onderwijs verwijzen.

Dat stelt staatssecretaris Wallage (onderwijs) in een vandaag naar de Tweede Kamer en de scholen gestuurde hoofdlijnennotitie 'Weer samen naar school'.

In de notitie beschrijft Wallage twee mogelijke samenwerkingsverbanden waar steeds vijftien basisscholen en een school voor moeilijk lerende of opvoedbare kinderen zijn opgenomen. In het ene model komt er een bestuur voor alle scholen en worden de huidige besturen opgeheven, in het andere krijgen de besturen een overkoepelend bestuur.

In beide gevallen krijgt het bestuur de beschikking over het het zogeheten 'gewichtengeld' en over het geld dat een school voor speciaal onderwijs per leerling meer krijgt dan een gewone school. Bij het gewichtengeld gaat het om de extra personeelsformatie die scholen krijgen voor leerlingen uit bijvoorbeeld sociaal zwakkere milieus, met gescheiden ouders of voor allochtone leerlingen.

De staatssecretaris hoopt dat zo de huidige scherpe scheiding van regulier en speciaal onderwijs ongedaan wordt gemaakt. Daardoor neemt ook de kans toe dat kinderen die desondanks in het speciaal onderwijs moeten worden geholpen weer naar de 'gewone' school gaan zodra dat mogelijk is. Op dit moment wordt maar een procent van de leerlingen uit het speciaal onderwijs terugverwezen.